Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 18 juni 2013

Datum uitspraak:18 juni 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Terugvordering bijstand. Intrekkingsbesluit staat rechtens vast. Geen sprake van bruto terugvorderingsbedrag. In verband met boedelverdeling na echtscheiding had appellante recht op een bedrag van € 62.500,-- . Op dat bedrag heeft het college diverse kosten en het vrij te laten vermogen in mindering gebracht. Dit leidt tot een in aanmerking te nemen vermogensoverschot van € 6.123,08. Dit bedrag... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

11/5271 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 29 juli 2011, 10/2391 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Opsterland (college)

Datum uitspraak 18 juni 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. K.A. Faber, advocaat, hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2013. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Faber. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. de Jong en mr. drs. J. Vonk.

OVERWEGINGEN

  1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Bij besluit van 8 januari 1998 heeft het college appellante met ingang van 1 december 1997 bijstand verleend op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). Hierbij is vermeld dat appellante mogelijk aanspraak kan maken op middelen waarover zij thans nog niet kan beschikken en dat appellante het college op de hoogte moet houden van onder meer het verloop van de echtscheidingsprocedure en het vrijkomende bedrag uit de boedelverdeling. Bij besluit van 7 juli 2003 heeft het college de bijstand van appellante ingetrokken. Tegen beide besluiten heeft appellante geen bezwaar gemaakt.

    1.2. Op 20 augustus 1998 is de beschikking, waarbij de echtscheiding is uitgesproken tussen appellante en [T.] ([T.]), ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Bij vonnis van 16 mei 2007 heeft de rechtbank Leeuwarden, voor zover hier van belang, de boedel verdeeld en bepaald dat [T.] aan appellante wegens overbedeling een bedrag van € 43.641,49 dient te vergoeden, te vermeerderen met wettelijke rente. [T.] is van dit vonnis in hoger beroep gekomen.

    1.3. Het vonnis van de rechtbank Leeuwarden was voor het college aanleiding om bij besluit van 7 augustus 2007, voor zover nu nog van belang, over de periode van 1 december 1997 tot 1 juli 2003 een bedrag van € 42.386,50 bruto aan ten onrechte verleende bijstand van appellante terug te vorderen.

    1.4. Op 15 september 2007 heeft appellante een bezwaarschrift ingediend tegen het besluit van 7 augustus 2007.

    1.5. Appellante en [T.] hebben op 21 juli 2008, tijdens een comparitie van partijen bij het gerechtshof te Leeuwarden, een schikking bereikt over de boedelverdeling. Zij zijn, voor zover hier van belang, overeengekomen dat [T.] aan...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT