Hoger beroep van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:20 juni 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

Verwijzing Hoge Raad in het kader van artikel 350 lid 3 aanhef en sub f Fw. Appellant wist of had behoren te begrijpen dat de strafrechtelijke veroordeling een week voorafgaande aan zijn WSNP-verzoek van belang was voor de beoordeling van zijn verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling, weshalve dienaangaande op hem een (spontane) inlichtingenplicht rustte.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 20 juni 2013

Zaaknummer: HV 200.123.085/01

Eerdere zaaknummers: 12/604 (Rb Zwolle), 200.113.426 (Hof Leeuwarden), 12/05157 (HR)

in de zaak in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. M.T. van Daatselaar.

  1. Het geding na verwijzing

    1.1. Het hof verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 22 februari 2013, waarbij het arrest van het gerechtshof Leeuwarden van 1 november 2012 is vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing is verwezen naar dit hof.

    1.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 juni 2013. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

    - mr. Van Daatselaar, raadsman van [appellant];

    - de heer C. Oldenbeuving, de bewindvoerder van [appellant].

    [appellant] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting in hoger beroep verschenen.

    1.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

    - het proces-verbaal c.q. de aantekeningen van de griffier in het kader van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 21 augustus 2012;

    - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in hoger beroep d.d. 24 oktober 2012;

    - de stukken van de eerste aanleg, afkomstig van de advocaat van appellant;

    - het arrest van de Hoge Raad d.d. 22 februari 2013.

  2. De beoordeling

    2.1. In het hiervoor genoemde arrest heeft de Hoge Raad, kort samengevat, overwogen dat het hof Leeuwarden heeft miskend dat de enkele omstandigheid dat de Rechtbank van Koophandel in Antwerpen op 13 oktober 2011 [appellant] als vennoot van Mistrall Belgium GCV persoonlijk failliet heeft verklaard, niet eraan de weg staat dat nadien in Nederland ten aanzien van [appellant] de schuldsaneringsregeling van toepassing wordt verklaard. Per saldo heeft het hof Leeuwarden dan ook blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat vaststaat dat de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellant] destijds ten onrechte is uitgesproken.

    2.2. Ingevolge artikel 424 Rv dient dit hof de zaak thans te behandelen in de stand waarin de zaak verkeerde toen de (op 22 februari 2013 door de Hoge Raad) vernietigde uitspraak werd gewezen, dat was 1 november 2012. Daarbij ligt, gelet op de in het geding gebrachte stukken, de vraag voor, of de rechtbank Zwolle/Lelystad op 10 september 2012 de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [appellant] terecht (en op de juiste gronden) tussentijds heeft beëindigd. Naar het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT