Cassatie van Hoge Raad, 21 juni 2013

Datum uitspraak:21 juni 2013
Uitgevende instantie::Hoge Raad
SAMENVATTING

Prejudiciële vraag. Hoofdelijke aansprakelijkheid van bestuurder van rechtspersoon die bestuurder van andere rechtspersoon is, art. 2:11 BW. Concernverhouding, Nederlandse rechtspersoon, buitenlandse rechtspersoon-bestuurder. Toepasselijk recht, Nederlands internationaal privaatrecht, art. 10:119 aanhef en onder e BW.

 
GRATIS UITTREKSEL

21 juni 2013Eerste Kamer13/02534RMHoge Raad der NederlandenArrestin de zaak van:Mr. Jaap Anne VAN DER MEER, in zijn hoedanigheid van curator in het fallissement van My Guide (Nederland) B.V.,kantoorhoudende te Best,EISER in eerste aanleg,t e g e n[Gedaagde],wonende te [woonplaats],GEDAAGDE in eerste aanleg.Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de curator en [gedaagde].1. Het geding in feitelijke instantieVoor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de vonnissen in de zaak C/01/213434 / HA ZA 10-1393 van de rechtbank Oost-Brabant van 24 oktober 2012 en 22 mei 2013.Laatstgenoemd vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.2. De prejudiciële procedureBij het vonnis van 22 mei 2013 heeft de rechtbank bepaald dat aan de Hoge Raad op de voet van art. 392 Rv de in het dictum van dat vonnis omschreven vraag wordt gesteld.De Advocaat-Generaal Vlas heeft het standpunt ingenomen dat de Hoge Raad zal afzien van beantwoording van de gestelde vraag.3. Beoordeling of de vraag voor beantwoording in aanmerking komt3.1 De door de rechtbank gestelde vraag luidt:"Is artikel 11 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek ook van toepassing in het geval waarin een Nederlandse rechtspersoon bestuurd wordt door een buitenlandse rechtspersoon, in die zin dat de aansprakelijkheid van die buitenlandse, besturende rechtspersoon tevens hoofdelijk rust op hen die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de besturende rechtspersoon daarvan bestuurder zijn?"3.2 Blijkens de vonnissen van de rechtbank is deze vraag gesteld tegen de achtergrond van de volgende feiten.Bij vonnis van 11 november 2008 is My Guide (Nederland) B.V. in staat van faillissement verklaard. Van deze vennootschap zijn bestuurder geweest: gedurende een periode in 2007 de vennootschap naar Zwitsers recht, kort aangeduid als RG-Zwitserland, en sedert 2008 de vennootschap naar Zwitsers recht, kort aangeduid als MyGuide-Zwitserland. In deze periodes was [gedaagde] bestuurder van die Zwitserse vennootschappen.In het geding voor de rechtbank vordert de curator de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van het tekort in het faillissement. Hij baseert de aansprakelijkheid van de beide Zwitserse vennootschappen op art. 2:248 lid 1 BW en die van [gedaagde] op art. 2:11 BW.3.3 In zijn arrest van 18 maart 2011, LJN BP1408, NJ 2011/132, heeft de Hoge Raad een beslissing gegeven in een zaak die betrekking had op de aansprakelijkheid van een buitenlandse rechtspersoon...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT