Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

Datum uitspraak:19 juni 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek voldoende zorgvuldig en volledig is geweest. Terecht is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat er geen aanleiding is te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van de verzekeringsartsen van het Uwv dat er geen aanleiding is meer beperkingen aan te nemen dan reeds in de FML van 15 mei 2007 zijn opgenomen.

 
GRATIS UITTREKSEL

11/772 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van

21 december 2010, 10/2106 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 19 juni 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft H.J.A. Aerts hoger beroep ingesteld en een nader stuk ingezonden.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 4 april 2011 ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 mei 2013. Appellante en haar gemachtigde zijn daarbij - met voorafgaand bericht - niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J.H. Maas.

OVERWEGINGEN

1.1. Het Uwv heeft de aan appellante toegekende uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% met ingang van 26 augustus 2007 nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Bij uitspraak van 27 juni 2008 (08/397) heeft de rechtbank ’s-Hertogenbosch deze herziening met ingang van 26 augustus 2007 bevestigd. Appellante heeft geen hoger beroep ingesteld.

1.2. Op 10 december 2008 heeft appellante zich bij het Uwv gemeld met een verslechterde gezondheid. In verband met lage rugklachten en pijn in handen, polsen en voeten acht zij zich volledig arbeidsongeschikt. Bij besluit van 2 november 2009 heeft het Uwv appellante meegedeeld dat zij niet aan de voorwaarden voldoet om in aanmerking te komen voor een verhoging van haar WAO-uitkering.

1.3. Bij beslissing op bezwaar van 27 mei 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 2 november 2009, onder verwijzing naar de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 25 mei 2010, ongegrond verklaard.

  1. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank als volgt overwogen.

    2.1. Het medisch onderzoek is naar het oordeel van de rechtbank voldoende zorgvuldig geweest. De verzekeringsarts heeft, naar aanleiding van de ziekmelding, onderzoek verricht en vastgesteld dat de beperkingen zoals neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 15 mei 2007 nog steeds van toepassing zijn. In verband met het bezwaar van appellante heeft ook de bezwaarverzekeringsarts onderzoek verricht en informatie opgevraagd en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT