Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

Datum uitspraak:19 juni 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Intrekking ZW-uitkering. Weigering. Weigering WIA-uitkering toe te kennen. In deze procedure staat uitsluitend de geschiktheid van appellant op 11 juli 2011 voor ten minste één van de in het kader van de Wet WIA geduide functies ter discussie. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop dit oordeel is gebaseerd. De in hoger beroep door appellant overgelegde... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/366 ZW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van

4 januari 2012, 11/6853 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 19 juni 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.M. Breevoort, werkzaam bij D.A.S. Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft medische informatie overgelegd, waaronder een rapport van prof.dr. P.E. Postmus van 21 juni 2012. Het Uwv heeft hierop gereageerd met een rapportage van bezwaarverzekeringsarts R. Blanker van 18 juli 2012.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 mei 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Breevoort. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J.F. Bär.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is laatstelijk full-time werkzaam geweest als docent VMBO electrotechniek/wiskunde. Op 28 januari 2009 is hij uitgevallen met vermoeidheid en klachten van pijn op de borst. Met ingang van het einde van de wachttijd, 25 januari 2011, is voor appellant geen recht ontstaan op een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het Uwv heeft appellant destijds geschikt geacht voor de functies van archivaris, studie- en beroepskeuzeadviseur, verkoperadviseur detailhandel en beleidsmedewerker.

1.2. Op 7 juni 2011 heeft appellant zich, vanuit de situatie waarin hij een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) ontving, ziek gemeld met wederom benauwd- en vermoeidheidsklachten en pijn op de borst. Appellant heeft naar aanleiding hiervan een uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW) ontvangen. Appellant heeft het spreekuur van verzekeringsarts I. Stepinsky bezocht en deze heeft appellant met ingang van 11 juli 2011 weer geschikt geacht voor de in het kader van de Wet WIA geduide functies. Op basis van de bevindingen van de verzekeringsarts heeft het Uwv bij besluit van 5 juli 2011 de

ZW-uitkering van appellant met ingang van 11 juli 2011 beëindigd.

1.3. Bij besluit van 2 augustus 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 5 juli 2011ongegrond verklaard, onder verwijzing naar een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts van 27 juli 2011.

  1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT