Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 19 juni 2013

Datum uitspraak:19 juni 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Toekenning WGA-uitkering. Gelet op de door partijen ingenomen standpunten, dient in hoger beroep de vraag te worden beantwoord of de arbeidsongeschiktheid van appellant moet worden geacht volledig en duurzaam te zijn, zodat hij op grond van artikel 47 van de Wet WIA recht heeft op een IVA-uitkering in plaats van een WGA-uitkering. Inzichtelijk en overtuigend is gemotiveerd dat appellant met... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/1810 WIA

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 17 februari 2012, 11/706 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 19 juni 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 mei 2013. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. M.R.V.L. Kicken, werkzaam bij DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.M. Huijzer.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is, vanuit een langdurig dienstverband met conflictueuze situaties en perioden van arbeidsongeschiktheid, op 20 juli 2007 uitgevallen voor zijn werk als sorteermedewerker in ploegendienst wegens spanningsklachten en depressieve klachten.

1.2. Bij besluit van 19 januari 2009 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant vanaf 30 januari 2009 recht ontstaat op een loongerelateerde werkhervattingsuikerig voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten (WGA-uitkering) op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Aan dit besluit ligt een medische en arbeidskundige rapportage ten grondslag. De verzekeringsarts A.D. Terlouw heeft bij zijn onderzoek op 16 december 2008 en met kennisneming van informatie van behandelaars geconcludeerd dat sprake is van ernstige depressieve klachten en een angststoornis, waardoor hij fors beperkt is in het persoonlijk en sociaal functioneren. Deze beperkingen zijn neergelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 22 december 2008. Op basis van de FML heeft de arbeidsdeskundige P. de Jong in zijn rapportage van 12 januari 2009 geconcludeerd dat voor appellant geen functies kunnen worden geselecteerd en de mate van arbeid daarom gesteld op 80 tot 100%. In een aanvullende rapportage van 15 januari 2009 heeft de verzekeringsarts geconcludeerd dat mogelijk verbetering is te verwachten waardoor de arbeidsbeperkingen niet duurzaam zijn.

1.3. In bezwaar tegen dit besluit heeft appellant aangevoerd dat hij recht heeft op een uitkering ingevolge de Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA) en erop gewezen dat geen re-integratie-inspanningen kunnen worden verricht. Appellant lijdt aan een chronisch depressieve stoornis, zoals bedoeld in het protocol depressieve...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT