Hoger beroep van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 juni 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:20 juni 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

De machtiging tot uithuisplaatsing is in casu niet in geschil. Het geschil heeft betrekking op de geïndiceerde voorziening tot uithuisplaatsing zoals vermeld in de betreffende indicatiebesluiten. Het hof toets expliciet aan de indicatiebesluiten.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

Uitspraak : 20 juni 2013

Zaaknummers : HV 200.124.848/01 en HV 200.126.357/01

Zaaknummers eerste aanleg : 257990 / JE RK 13-100MZ13 en C/01/261281 / JE RK 13/583 MZ13

in de zaken in hoger beroep van:

[X.],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. W. Kolmans,

tegen

William Schrikker stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

namens Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant,

gevestigd te [vestigingsplaats],

verweerder,

hierna te noemen: de stichting.

  1. Het geding in eerste aanleg

    Het hof verwijst naar de beschikkingen van de rechtbank Oost-Brabant van 7 februari 2013 en 17 april 2013.

  2. Het geding in hoger beroep

    2.1. Bij beroepschriften met producties, ingekomen ter griffie op 29 maart 2013 en 25 april 2013, heeft de vader verzocht voormelde beschikkingen te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, te bepalen dat de verzoeken om een machtiging tot plaatsing van de minderjarigen [zoon 1.] en [zoon 2.] in een verblijf pleegouder 24-uurs alsnog worden afgewezen.

    2.2. Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 29 april 2013, heeft de stichting - in de zaak met nummer HV 200.124.848/01 - verzocht de vader in het door hem ingestelde beroep niet-ontvankelijk te verklaren, dan wel af te wijzen en de beschikking waarvan beroep te bekrachtigen.

    2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 mei 2013.

    Bij die gelegenheid zijn gehoord:

    - de vader, bijgestaan door mr. Kolmans en door een tolk gebarentaal mevrouw M.A.J Emmerzaal-Boelens;

    - de stichting, vertegenwoordigd door de heer M. Alessie;

    - de moeder, bijgestaan door een tolk gebarentaal mevrouw M. Wibbens;

    2.3.1. Namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de raad), is, met bericht van verhindering, geen vertegenwoordiger ter zitting verschenen.

    2.3.2. Het hof heeft de hierna genoemde minderjarige [zoon 1.] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken.

    Hij heeft hiervan gebruik gemaakt en is voorafgaand aan de mondelinge behandeling ter zitting buiten aanwezigheid van partijen en overige belanghebbenden gehoord. Ter zitting heeft de voorzitter de inhoud van dit verhoor zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.

    2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

    - de processen-verbaal van de mondelinge behandelingen in eerste aanleg van 1 februari 2013 en 15 april 2013;

    - de brieven van de raad d.dis 10 april en 8 mei 2013;

    - de brief met bijlage van de stichting d.d. 17 april 2013.

  3. De beoordeling

    3.1. Uit de inmiddels verbroken relatie van de moeder en de vader, zijn geboren:

    - [kind 1.] (hierna: [zoon 1.]), op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats],

    - [kind 2.] (hierna: [zoon 2.]), op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats].

    De...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT