Hoger beroep van Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 3 februari 2009

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 3 februari 2009
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
SAMENVATTING

Ontslag op staande voet terecht gegeven aan werknemer die handtekening van directeur heeft vervalst onder een werkgeversverklaring en dat mogelijk vaker heeft gedaan, ook al heeft hij daarin geen onjuistheden vermeld. De gefixeerde schadevergoeding waar de werkgever recht op kan doen gelden is gelijk aan de opzegtermijn die voor de werknemer geldt.

 
GRATIS UITTREKSEL

zaaknr. HD 103.005.752

ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,

sector civiel recht,

achtste kamer, van 3 februari 2009,

gewezen in de zaak van:

[X.],

wonend te [woonplaats],

appellant bij exploot van dagvaarding van 26 september 2007,

advocaat: mr. G.P. Oberman,

tegen:

BABY-DUMP BV,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde bij gemeld exploot,

advocaat: mr. M.O. de Bont,

op het hoger beroep van het door de rechtbank 's Hertogenbosch, sector kanton, locatie Eindhoven gewezen vonnis van 28 juni 2007 tussen appellant - hierna: [X.] - als eiser in conventie en verweerder in reconventie en geïntimeerde - hierna: Baby-Dump - als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.

  1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 484851 rolnr. 06-10890)

    Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

  2. Het geding in hoger beroep

    2.1. Bij memorie van grieven heeft [X.] dertien grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot toewijzing van de vorderingen die [X.] in eerste aanleg heeft ingesteld met veroordeling van Baby-Dump in de proceskosten van beide instanties.

    2.2. Bij memorie van antwoord heeft Baby-Dump de grieven bestreden en kort gezegd, geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis waarvan beroep, met veroordeling van [X.] in de proceskosten van beide instanties, te vermeerderen met de wettelijke over die kosten vanaf 14 dagen na datum arrest.

    2.3 [X.] heeft daarna nog een akte genomen, waarbij hij producties in het geding heeft gebracht die reeds eerder zouden zijn overgelegd, en een kleine omissie in de memorie van grieven heeft hersteld.

    2.3. Partijen hebben daarna de gedingstukken in kopie overgelegd en uitspraak gevraagd.

  3. De gronden van het hoger beroep

    Het hof verwijst hiervoor naar de memorie van grieven.

  4. De beoordeling

    4.1. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.

    4.1.1. [X.] is op 17 juni 1992 in dienst getreden van Baby-Dump als magazijn medewerker. [X.] heeft zich opgewerkt tot werkvoorbereider/administratie. Hij gaf in deze functie leiding aan de gehele administratie en rapporteerde aan de directeur van Baby-Dump, [Y.].

    Zijn laatstgenoten maandloon bedroeg € 3.809.50 bruto, te vermeerderen met vakantiebijslag.

    4.1.2. Begin 2006 wilde [X.] zijn hypothecaire lening oversluiten, in verband met de bekostiging van een verbouwing van zijn woonhuis. Daartoe diende [X.] een werkgeversverklaring aan zijn hypotheekadviseur over te leggen. [X.] heeft vervolgens, op 15 april 2006, zelf een werkgeversverklaring opgesteld en ondertekend, waarbij hij de handtekening van [Y.] voornoemd heeft nagebootst. Deze werkgeversverklaring heeft hij aan een hypotheekverstrekker gegeven.

    Op zichzelf waren de in die verklaring opgenomen gegevens juist.

    4.1.3. Op 14 juni 2006 is [Y.] telefonisch benaderd door een werknemer van een hypotheekverstrekker (Quion Groep BV), die bij [Y.] navraag deed over genoemde werkgeversverklaring.

    [Y.] heeft aangegeven daar niets van af te weten, en op zijn verzoek is deze verklaring aan hem toegezonden. Uit de verklaring blijkt dat er een stempel is gebruikt van Baby-Dump die niet meer bij haar in gebruik was, en dat er een valse handtekening was geplaatst van [Y.].

    [Y.] heeft vervolgens diezelfde dag in aanwezigheid van een extern adviseur, [Z.], hierover opheldering gevraagd aan [X.]. [X.] heeft erkend dat hij de handtekening van [Y.] onder de werkgeversverklaring had geplaatst. Hij gaf als toelichting dat [Y.] op dat moment afwezig was en [X.] die handtekening met spoed nodig had.

    4.1.4. [X.] heeft tijdens dat gesprek een verklaring ondertekend (prod. 4 bij cva), waarin onder meer het volgende is opgenomen:

    Aan dhr [X.] is gevraagd of hij de handtekening van [Y.], directeur van Baby-Dump ooit vervalst, nagemaakt heeft. Dhr [X.] antwoordde daarop:

    Ik heb die handtekening vervalst, dat kan ook al een keer eerder zijn gebeurd.

    4.1.5. [X.] is tijdens dit gesprek op 14 juni 2006 op staande voet ontslagen. Dit is hem bevestigd bij brief van 14 juni 2006, waarin de volgende ontslagreden is genoemd:

    "U hebt onder meer mijn handtekening vervalst op een werkgeversverklaring die gedateerd is op 15 april 2006.

    U pleegt valsheid in geschrifte, in ieder geval vervalst u, zelfs meerdere keren mijn handtekening. Dit vervalsen, zowel los van als ook in onderling verband gezien met de functie die u vervuld, het uit hoofde van die functie extra in u te stellen vertrouwen, maakt dat ik u heb...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT