Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, April 10, 2009

Datum uitspraak:2009/04/10
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep

07/4478 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),

tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 25 juni 2007, 06/1331 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 10 april 2009

  1. PROCESVERLOOP

    Namens appellante heeft drs. J.C. van Beek, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

    Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

    Het onderzoek ter zitting heeft plaats gevonden op 27 februari 2009. Appellante is, met bericht vooraf, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.Z. Groenenberg.

  2. OVERWEGINGEN

    1.1. Appellante ontvangt sinds 5 oktober 1994 in verband met psychische klachten een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.

    1.2. Bij besluit van 9 juni 2006 heeft het Uwv per 2 augustus 2006 de WAO-uitkering van appellante ingetrokken. Bij besluit van 7 november 2006 zijn de bezwaren van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard. Aan de intrekking van de uitkering ligt ten grondslag dat appellante weer in staat wordt geacht om met haar mogelijkheden en beperkingen in voor haar geschikte gangbare functies een zodanig inkomen te verwerven, dat haar mate van arbeidsongeschiktheid is afgenomen naar minder dan 15%.

    1. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het besluit van 7 november 2006 ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en de arbeidskundige grondslag van het besluit.

      3.1. Het hoger beroep richt zich tegen dit oordeel van de rechtbank. Appellante meent dat haar beperkingen door het Uwv zijn onderschat en acht zich niet in staat de geduide functies uit te oefenen. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft appellante medische informatie overgelegd van enkele artsen die haar hebben behandeld, de fysisch geneeskundige dr. S. Rimbaut en de psycholoog/psychotherapeut P. Vanhaeren.

      3.2. Uit namens appellante overgelegde stukken is voorts gebleken, dat zij zich vanuit een werkloosheidssituatie per 13 november 2006 weer heeft ziekgemeld en dat haar na een wachttijd van vier weken, per 11 december 2006 weer een WAO-uitkering is toegekend naar een mate van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT