Voorlopige voorziening van Gerechtshof 's-Gravenhage, Voorzieningenrechter, 24 maart 2009

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:24 maart 2009
Uitgevende instantie::Voorzieningenrechter
SAMENVATTING

Nu verzoeker niet tegen een uitspraak van een rechtbank in hoger beroep is gekomen en ook niet is gebleken dat ten aanzien van hem een uitspraak is gedaan waartegen hoger beroep open staat, kan er geen twijfel over bestaan dat aan de voorzieningenrechter van het Hof niet de bevoegdheid toekomt over het verzoek om voorlopige voorziening te oordelen. Voor zover het verzoek betrekking heeft op de... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE

Sector belasting

Nummer BK-08/00504

Uitspraak van de Belastingkamer (voorzieningenrechter) d.d. 24 maart 2009

ingevolge artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzoek om een voorlopige voorziening van X te Z (hierna: verzoeker).

Aanduiding van het bestreden besluit

Een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb is verzocht ten aanzien van de beslissing van 11 november 2008 van de Inspecteur, de voorzitter van het manage-mentteam van de Belastingdienst P.

Ontstaan en loop van het geding

2.1. Het Hof heeft bij uitspraken van 18 juli 2006, nrs. BK-4/01103 en BK-04/01105 betreffende de aan belanghebbende opgelegde voorlopige aanslagen in de inkomstenbelas-ting en de premie volksverzekeringen voor de jaren 2003 en 2004 de beroepen gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd en de voorlopige aanslagen verminderd tot een belastbaar inkomen van nihil.

2.2. Naar aanleiding van deze uitspraken van het Hof heeft verzoeker de Inspecteur verzocht een verliesbeschikking af te geven voor de jaren 2003 en 2004. De Inspecteur heeft dit bij brief van 11 november 2008 geweigerd.

2.3. Op de beroepen in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen deze uitspra-ken heeft de Hoge Raad bij arresten van 21 november 2008, nrs. 43.549 en 43.550, de uitspraken van het Hof vernietigd en het geding ter verdere behandeling en beslissing ver-wezen naar het Gerechtshof te Amsterdam. Verzoeker heeft bij dat Hof een uitlating inge-diend naar aanleiding van het arrest.

Vaststaande feiten

3.1. Het Hof heeft in de in 2.1 vermelde uitspraak met kenmerk BK-04/01105 betreffen-de het jaar 2003 beslist dat belanghebbende als ondernemer in dat jaar ten laste van de winst een voorziening kan vormen en daarbij de omvang van de te vormen voorziening vastgesteld op € 1.000.000. Voor het jaar 2004 heeft het Hof in de uitspraak met kenmerk BK-04/01103 geoordeeld dat aanleiding bestaat de in geschil zijnde voorlopige aanslag tot nihil te vermin-deren, voortvloeiend uit het voorwaarts te verrekenen verlies over het jaar 2003.

3.2. Bij brief van 2 oktober 2008 heeft de Inspecteur aangekondigd dat hij voornemens is bij het vaststellen van de aanslag in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen voor het jaar 2006 de voorziening op te heffen en het bedrag van € 1.000.000 tot de winst te rekenen, aangezien hij kennis had gekregen van een uitspraak van de rechtbank van 11 januari 2006, waarbij...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT