Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Almelo, 10 juni 2009

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:10 juni 2009
Uitgevende instantie::Rechtbank Almelo
SAMENVATTING

Een medeverdachte in een vastgoedfraudezaak is voor een deel van het telastegelegde vrijgesproken. Voor herhaalde valsheid in geschift (aanvraagformulier, een accountantsverklaring, een werkgeversverklaring en een valse salarisspecificatie) is hij veroordeeld tot een werkstraf van 40 uren. Dit vooral vanwege het aantal vrijspraken en omdat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ALMELO

Parketnummer: 08/910029-06

STRAFVONNIS

Uitspraak: 10 juni 2009

De rechtbank te Almelo, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie in het arrondissement Almelo, tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1948],

wonende te [woonplaats] het [adres],

terechtstaande terzake dat:

  1. hij op of omstreeks 20 juni 2000, althans in de maand juni 2000 in de gemeente

    Hengelo (O), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

    anderen, althans alleen, een accountantsverklaring betreffende [betrokkene],

    gedateerd 20 juni 2000 en gericht aan [medeverdachten]

    (proces-verbaal bijlage II-S-2-446-005, bladzijde 160) - zijnde een geschrift

    dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft

    opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

    valselijk in die accountantsverklaring - zakelijk omschreven -

    vermeld/verklaard dat de heer [betrokkene], handelaar in partijgoederen en

    bouwmaterialen, jaarlijks minimaal FL. 150.000,00 bruto verdient, zulks met

    het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door

    anderen te doen gebruiken, terwijl uit dat gebruik enig nadeel kon ontstaan;

    (zaakdossier Z01)

    art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

  2. hij op of omstreeks 23 maart 2000, althans in de maand maart 2000 in de

    gemeente Enschede en/of (elders in Nederland) tezamen en in vereniging met een

    ander of anderen, althans alleen, een brief met een briefhoofd van [betrokkene] gedateerd 23 maart 2000 en gericht aan [betrokkene]

    en/of [medeverdachte] (proces-verbaal bijlage D-G20.02-007, bladzijde 318) - zijnde

    een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -

    valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of

    verdachtes mededader(s) valselijk verklaard/omschreven dat - zakelijk

    omschreven - cliënt [betrokkene] een bruto jaarinkomen geniet van Fl.

    200.000,-, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te

    gebruiken of door anderen te doen gebruiken, terwijl uit dat gebruik enig

    nadeel kon ontstaan;

    (zaakdossier Z01)

    art 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht

  3. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 september

    1999 tot en met 31 juli 2000 in de gemeente(n) Utrecht en/of Enschede en/of

    (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke

    personen en/of met één of meer rechtspersonen, althans alleen, (telkens)

    opzettelijk gebruik heeft gemaakt van één of meer vals(e) of vervalst(e)

    geschriften, als ware dat/die geschrift(en) (telkens) echt en overvalst, te

    weten:

    1. een formulier Aanvraag hypothecaire geldlening van [slachtoffer] - voorzien van het nummer 228710 -, op naam van [betrokkenen] (proces-verbaal zaakdossier 03, bladzijde 501 - 504, nr. D-AH96.04-002),

      en/of

    2. een taxatierapport [betrokkene] gedateerd 14 oktober 1999, op naam van

      de opdrachtgever [betrokkene] te Enschede met betrekking tot het

      onroerend goed Langestraat 54 te 7511 HC Enschede (proces-verbaal bladzijde

      509 - 518, nr. D-AH96.04-005), en/of

    3. een taxatierapport [betrokkene] gedateerd 20 juni 2000, op naam van de

      opdrachtgever [betrokkene] met betrekking tot het onroerend

      goed de Valkenlaan 22 te Sibculo (proces-verbaal bladzijde 552 - 560, nr.

      D-AH96.05-006), en/of

    4. een taxatierapport [betrokkene] gedateerd 16 februari 2000, op naam van

      de opdrachtgever [betrokkene] met betrekking tot het

      onroerend goed Sloetsweg 87-89 te 7557 HT Hengelo (proces-verbaal bladzijde

      451 - 462, nr. D-AH96.01-005), en/of

    5. een taxatierapport [betrokkene] gedateerd 18 mei 2000, op naam van [betrokkene] met betrekking tot het onroerend goed Nieuwstraat 174-176 te

      Almelo (proces-verbaal bladzijde 584 - 593, nr.D-AH96.06-005)

      elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen,

      bestaande dat gebruikmaken hierin dat het genoemde aanvraagformulier onder A.

      en/of het/de taxatierapport(en) onder B., C., D. en/of E. (telkens) is/zijn

      aangeboden aan/ingediend bij [slachtoffer] en bestaande die

      valsheid of vervalsing hierin dat - zakelijk omschreven -

      ad A. op dat aanvraagformulier stond vermeld dat er een huuropbrengst was van

      ongeveer fl. 155.000,- ex. BTW, en/of

      ad B. op dat taxatierapport stond vermeld dat de executiewaarde (van het

      onroerend goed) per opname-datum onder bezwaar van huur f. 1.530.000,- bedroeg

      en/of de executiewaarde per opname-datum onder bezwaar van huur na verbouwing

      f. 1.765.000,- , en/of

      ad C. op dat taxatierapport stond vermeld dat de executiewaarde (van het

      onroerend goed) per opname-datum bij eigen gebruik f. 320.000,- bedroeg, en/of

      ad D. op dat taxatierapport stond vermeld dat de executiewaarde (van het

      onroerend goed) per opname-datum bij eigen gebruik f. 875.000,- bedroeg, en/of

      ad E. op dat taxatierapport stond vermeld dat de executiewaarde (van het

      onroerend goed) per opname-datum bij eigen gebruik f. 950.000,- bedroeg;

      (zaakdossier Z03)

      art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

  4. hij in of omstreeks de periode van juni 1999 tot en met augustus 1999,

    in de gemeente(n) Hengelo (O) en/of Enschede en/of (elders) in Nederland,

    tezamen en in vereniging met één of meer (andere) natuurlijke en/of

    rechtspersonen, althans alleen,

    [medeverdachte] die, anders dan als ambtenaar, werkzaam was in dienstbetrekking bij

    [slachtoffer] (als manager verkoop en/of commercieel directeur),

    naar aanleiding van hetgeen deze in zijn dienstbetrekking had gedaan of

    nagelaten dan wel zou doen of nalaten

    een gift en/of belofte heeft gedaan

    namelijk een tuinset (bestaande uit een tafel, 6 stoelen, 2 voetsteunen, een

    parasol en/of een grondanker met een winkelverkoopwaarde van Hfl. 7722,69

    inclusief BTW)

    van die aard of onder zodanige omstandigheden,

    dat verdachte en/of zijn mededader(s) redelijkerwijs moest(en) aannemen dat

    deze gift en/of belofte

    in strijd met de goede trouw zou worden verzwegen tegenover

    de genoemde werkgever van [medeverdachte];

    (zaakdossier Z08)

    art 328ter lid 2 Wetboek van Strafrecht

  5. hij in of omstreeks de periode van januari 2002 tot en met december 2003 in de

    gemeente(n) Hengelo (O) en/of Enschede en/of elders in Nederland,

    tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

    meermalen, althans eenmaal,

    (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

    (telkens) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen

    te weten:

    1. een werkgeversverklaring van [betrokkene] d.d. 29 augustus 2002

      ...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT