Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Rotterdam, June 10, 2009

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:2009/06/10
Uitgevende instantie::Rechtbank Rotterdam
SAMENVATTING

Letselschadezaak. Diagnose hartaanval bij vrouw te laat gesteld? Verjaringsverweer afgewezen. Beoordeling deskundigenrapportage. Nieuwe onafhankelijke cardiologische rapportage noodzakelijk ter nadere beoordeling aansprakelijkheid respectievelijk causaal verband met gestelde schade.

 
GRATIS UITTREKSEL

vonnis

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 288991 / HA ZA 07-1886

Uitspraak: 10 juni 2009

VONNIS van de meervoudige kamer in de zaak van:

[eiseres],

wonende te Zwolle,

eiseres,

advocaat mr. P.H.Ch.M. van Swaaij,

tegen

  1. [gedaagde 1],

    woonplaats gekozen hebbende te Capelle aan den IJssel,

  2. [gedaagde 2],

    woonplaats gekozen hebbende te Capelle aan den IJssel,

  3. [gedaagde 3],

    woonplaats gekozen hebbende te Capelle aan den IJssel,

  4. de stichting

    STICHTING IJSSELLAND ZIEKENHUIS,

    gevestigd te Capelle aan den IJssel,

    gedaagden,

    advocaat mr. J. Kneppelhout.

    Partijen zullen hierna [eiseres], [gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3] en IJsselland genoemd worden.

  5. De procedure

    1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

    - dagvaarding van 24 juli 2007 met producties

    - conclusie van antwoord met producties

    - conclusie van repliek met producties

    - conclusie van dupliek met producties.

    1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

  6. De feiten

    2.1. [eiseres], geboren op 9 september 1951, heeft in de zomer van 1999 tijdens haar verblijf in Canada pijnklachten op de borst gekregen, waarvoor zij bij terugkomst in Nederland op 9 augustus 1999 haar huisarts heeft bezocht.

    2.2. Op aanvraag van de huisarts is op 9 augustus 1999 in het ziekenhuis IJsselland (hierna: het ziekenhuis) te Capelle aan den IJssel een ECG gemaakt onder supervisie van [gedaagde 1], cardioloog. De computer stelde de diagnose “anteroseptaal infarct” ter overweging. [gedaagde 1] meende dat deze diagnose niet juist was. Hij heeft de computer-diagnose gewijzigd in “waarschijnlijk oud onderwandinfarct” en het ECG voor akkoord getekend. [eiseres] heeft het ECG meegekregen voor haar huisarts, waarbij aan haar is meegedeeld dat er niets mis was met haar hart.

    2.3. Op 12 augustus 1999 heeft [eiseres] wederom, maar thans langdurige en heftige pijnklachten op de borst gekregen.

    2.4. [eiseres] heeft op 13 augustus 1999 opnieuw haar huisarts bezocht en het ECG (hierna: het ECG van 9 augustus 1999) aan hem afgegeven. Haar huisarts heeft daarop direct telefonisch contact opgenomen met de afdeling Cardiologie van het ziekenhuis en werd te woord gestaan door [gedaagde 3], cardioloog. Tijdens dit telefoongesprek werd voor [eiseres] een poliklinische afspraak voor ergometrisch onderzoek gepland voor 31 augustus 1999. De huisarts zelf wilde [eiseres] na het weekend, dus op 16 augustus 1999 terugzien.

    2.5. De huisarts heeft [eiseres] op 16 augustus 1999 vanwege aanhoudende klachten direct en derhalve vervroegd doorverwezen naar de cardioloog voor een herbeoordeling van het ECG van 9 augustus 1999 en ter nadere beoordeling.

    2.6. Op 16 augustus 1999 is [eiseres] onderzocht op de afdeling spoedeisende hulp van IJsselland door een arts-assistent, die onder supervisie stond van [gedaagde 1]. Daarbij werd opnieuw een ECG (hierna: het ECG van 16 augustus) vervaardigd, dat afwijkende uitslagen te zien gaf. De arts-assistent heeft de onderzoeksgegevens telefonisch met [gedaagde 1] besproken. Deze achtte een acuut coronair syndroom niet waarschijnlijk. Hoewel uit dit ECG volgde dat [eiseres] een zeer recent voorwandinfarct had doorgemaakt, werd deze diagnose niet gesteld. [gedaagde 1] heeft een vervolgafspraak voor een ergometrietest laten maken.

    2.7. Op 20 augustus 1999 is een fietsergometrietest uitgevoerd onder supervisie van [gedaagde 2], cardioloog. Tijdens deze fietsproef kreeg [eiseres] na negen minuten gedurende vier minuten pijn op de borst. Het onderzoek moest voortijdig door [eiseres] worden gestaakt in verband met deze pijnklachten en algehele vermoeidheid. Op het onderzoeksverslag staat - voor zover hier van belang - aangekruist “geen uitspraak mogelijk: abnorm. uitgangs ECG” en handgeschreven vermeld “incompl. LBTB” (incompleet linkerbundeltakblock, rechtbank). [gedaagde 2] heeft daarop aanvullende medicatie voorgeschreven en een vervolgafspraak met [eiseres] gemaakt voor 31 augustus 1999.

    2.8. Na deze controleafspraak op 31 augustus 1999 heeft [gedaagde 2] op 1 september 1999 een hartecho verricht. Deze vertoonde significante bewegingsstoornissen, waarop de diagnose “postinfarct angina pectoris” is gesteld. [eiseres] is onmiddellijk in het ziekenhuis opgenomen. [gedaagde 2] heeft [eiseres] eveneens op 1 september 1999 meegedeeld dat het ECG van 16 augustus niet juist is beoordeeld.

    2.9. [eiseres] is op 9 september 1999 overgeplaatst naar het Sophia Ziekenhuis in Zwolle en aldaar op 17 september 1999 geopereerd. Op 20 september 1999 is [eiseres] uit het Sophia Ziekenhuis ontslagen.

    2.10. Bij brief van 19 december 2001 van de raadsvrouwe van [eiseres] aan IJsselland is, voor zover hier van belang, meegedeeld:

    “(…)

    Op 9 augustus 1999 is er een ECG gemaakt bij mevrouw [eiseres]. Bij het stellen van de diagnose zijn er beroepsfouten gemaakt, als gevolg waarvan cliënte schade heeft geleden en nog zal lijden.

    Hierbij stel ik u uitdrukkelijk aansprakelijk voor de aan de zijde van cliënte als gevolg van een en ander reeds ontstane en nog te ontstane schade. (…)”

    Deze brief (hierna: de aansprakelijkstelling van IJsselland) is gevolgd door een stuitingsbrief van de raadsvrouwe van [eiseres] aan IJsselland van 1 maart 2004.

    2.11. Partijen hebben - op voorstel van Medirisk - overeenstemming bereikt over het laten verrichten van een expertise door prof. [persoon 1] (hierna: [persoon 1]), als cardioloog verbonden aan het AMC te Amsterdam, op basis van kosten ongelijk, alsmede over de aan hem te stellen vragen. Vervolgens heeft MediRisk BA (hierna: Medirisk), de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar van IJsselland, op gemeenschappelijk verzoek van partijen bij brief van 22 mei 2003 [persoon 1] hierom verzocht.

    2.12. Op verzoek van [persoon 1] heeft mevrouw [persoon 2] (hierna: [persoon 2]), als cardioloog verbonden aan het AMC te Amsterdam, de expertise verricht. Zij heeft terzake op 27 november 2003 gerapporteerd. Deze rapportage (hierna: de rapportage van [persoon 2]) houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:

    “(…)

    Op 09 augustus 1999 verzoekt huisarts van patiënte een ECG te maken op grond van klachten van palpitaties en niet nader gespecificeerde pijn thoracaal, welke de avond tevoren waren opgetreden. (…) Het elektrocardiogram wordt gemaakt zonder dat patiënte door een cardioloog wordt gezien. Hoe het ECG bij de huisarts komt: met of zonder de computer beoordeling, met patiënte mee of met autorisatie van de cardioloog op een later tijdstip, is mij niet bekend. (…)

    Tevens vermeldt het ECG de handgeschreven mededeling dd 13 augustus “overleg en herbeoordeling ECG, collega [gedaagde 3]” Dit is het handschrift van de huisarts. Niet duidelijk is wat die herbeoordeling ingehouden heeft en op wiens initiatief deze heeft plaats gevonden. Heeft de (her)beoordelend cardioloog op dat moment de beschikking over de gegevens van de huisarts?????

    (…)

    Vraag 1 en 2.

    Hebben de betrokken cardiologen bij hun diagnostiek, behandeling of op enig moment onzorgvuldig gehandeld in die zin, dat zij niet hebben gehandeld zoals van een redelijk bekwaam vakgenoot onder dezelfde omstandigheden verwacht had mogen worden? Motiveer het antwoord.

    Antwoord op vraag 1:

    Het stellen van de diagnose instabiele angina pectoris is voor een cardioloog dagelijks werk, geen specialistisch hoogstandje. Hoewel de aandoening frequenter voor komt bij mannen, is deze zeker niet zeldzaam te noemen wanneer het een 48 jarige vrouw met multipele risico factoren betreft. In onderhavige casus zijn op verschillende insteek momenten verschilende cardiologen betrokken geweest. Opmerkelijk is, dat niemand de diagnose instabiele angina pectoris of acuut coronair syndroom heeft overwogen. Dit is des te merkwaardiger gezien in het licht van de activiteiten van de huisarts, die bij herhaling om cardiologische evaluatie heeft gevraagd. De huisarts heeft daarbij voldoende twijfels geuit, maar moest tenslotte varen op de adviezen van de medisch specialisten. De anamnese, een van de pijlers voor het stellen van de diagnose angina pectoris, bevatte naast klassieke zeker ook een aantal atypische componenten. (…) Echter de uitslagen van een aantal onderzoeken, te weten de ECG’s van 9 en 16 augustus en de fietsergometrie zijn door de betrokken cardiologen (…) niet op de juiste waarde geschat, waardoor voor patiënte onnodige en onwenselijke vertraging in de behandeling volgens de regelen der kunst is opgetreden. Patiënte is tussen 9 augustus 1999 en 9 september 1999 door meerdere cardiologen in het Ijsselland Ziekenhuis gezien en behandeld. Er is dus geen sprake van extreme omstandigheden op onmogelijke werktijden, acute beslissingen in een fractie van een seconde of een solistisch werkende cardioloog, voor wie overleg over patiënten extra organisatie met zich meebrengt. Op grond hiervan ben ik van mening, dat het antwoord op vraag 1 is: ja, de betrokken cardiologen hebben bij de diagnostiek en behandeling op verschillende momenten onzorgvuldig gehandeld in die zin, dat zij niet hebben gehandeld zoals van een redelijk bekwaam vakgenoot onder dezelfde omstandigheden verwacht had mogen worden.

    Antwoord op vraag 2:

    Op 09 augustus interpreteert de huisarts de klachten van patiënte zodanig, dat hij een cardiale origine niet kan uitsluiten op grond van zijn anamnese en lichamelijk onderzoek. Of patiënte tijdens het maken van dit cardiogram, of vlak daarvoor pijn op de borst heeft gehad, is niet vermeld. Het ECG wordt gemaakt, zonder dat de patiënte tegelijkertijd door een van de cardiologen wordt gezien. Niet is vast te stellen, of de cardioloog bij de beoordeling van het ECG beschikte over de handgeschreven aanvraag met informatie over de patiënte. Op welke wijze het ECG bij de huisarts binnenkomt, met of zonder computerbeoordeling, en wanneer de computerbeoordeling is gevalideerd door de cardioloog in relatie tot het tijdstip van het vervaardigen, wordt niet helder.

    In ieder geval is op 13 augustus, 4 dagen na het maken van het cardiogram, telefonisch contact tussen de huisarts en een van de cardiologen. Het is niet duidelijk, op wiens...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT