Eerste aanleg - meervoudig van Rechtbank Alkmaar, 3 juli 2009

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 3 juli 2009
Uitgevende instantie::Rechtbank Alkmaar
SAMENVATTING

Verplichtingen m.b.t. het treffen van beveiligingsmaatregelen voor havenfaciliteiten o.g.v. Europese en nationale wetgeving, voortvloeiend uit de uitbreiding van het Internationale Verdrag tot beveiliging van mensenlevens op zee met een nieuwe International Ship and Port Facility Code. Verweerder heeft veiligheidsheffing in de Verordening haven- en kadegeld opgenomen om ISPS-voorzieningen te... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ALKMAAR

Sector Bestuursrecht

Zaaknummers: 08/734 HAVGLD en 09/1643 HVGLD

Uitspraak van de meervoudige kamer

in de zaken van:

[bedrijfsnaam],

gevestigd te Den Helder,

eiseres,

gemachtigde mr. drs. L.T. van Eyck van Heslinga,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder,

verweerder.

Ontstaan en loop van de zaak

Bij 89 afzonderlijke beschikkingen van verschillende data in 2006 en 2007 heeft verweerder, voor zover van belang, van eiseres een veiligheidsheffing geheven voor diverse schepen van eiseres.

Bij brieven van 26 oktober 2007 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen deze beschikkingen.

Bij uitspraak op bezwaar van 15 januari 2008 heeft verweerder 87 van de bezwaarschriften niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. De overige twee bezwaarschriften zijn ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft eiseres beroep ingesteld bij brief van 29 februari 2008.

De rechtbank heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 mei 2009, waar eiseres - daartoe ambtshalve opgeroepen - is vertegenwoordigd door [naam1] (directeur) en [naam2] (medewerker), bijgestaan door bovengenoemde gemachtigde.

Verweerder is - daartoe eveneens ambtshalve opgeroepen - verschenen bij gemachtigden A.D. Smit-van Santen en de heer G. Ingelse (beleidsmedewerkers).

Met toepassing van het bepaalde in artikel 8:66, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank de termijn voor het doen van uitspraak met zes weken verlengd.

Motivering

  1. Ter zitting heeft eiseres aangegeven dat haar beroep uitsluitend is gericht tegen de uitspraak op bezwaar, voor zover hiermee de bezwaren tegen de opgelegde veiligheidsheffingen onder de nummers RI7016258 en RI7016263 ongegrond zijn verklaard. De rechtbank stelt vast dat uitspraak op bezwaar geen onderwerp van geschil is, voor zover daarin de bezwaarschriften tegen de overige besluiten niet-ontvankelijk zijn verklaard. Het onderhavige geding ziet dus op twee primaire beschikkingen. Daarom heeft de rechtbank voor de administratieve afhandeling van deze zaak een tweede zaaknummer voor deze procedure geregistreerd.

  2. De rechtbank stelt vast dat de uitspraak op bezwaar is genomen door de manager van de afdeling Stadsbeheer namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder en dat het besluit daarom geldt als besluit van laatstgenoemd bestuursorgaan. Gebleken is voorts dat de manager van de afdeling Stadsbeheer is aangewezen als heffingsambtenaar van de gemeente Den Helder. Vast staat derhalve dat het bestreden besluit onbevoegd is genomen. Het beroep is alleen al om die reden gegrond en de uitspraak op bezwaar, voor zover in geschil, moet worden vernietigd.

  3. Bij brief van 28 mei 2009 heeft verweerder de uitspraak op bezwaar van 15 januari 2008 uitdrukkelijk voor zijn rekening genomen. De rechtbank ziet zich in verband hiermee voor de vraag gesteld of er aanleiding bestaat om, met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb, de rechtsgevolgen van het te vernietigen besluit in stand te laten.

    Vooropgesteld moet worden dat de omstandigheid dat een bestuursorgaan - achteraf - een besluit alsnog voor zijn rekening neemt een bevoegdheidsgebrek als het onderhavige niet ongedaan maakt. Dit neemt niet weg dat op grond van verweerders brief van 28 mei 2009 als vaststaand kan worden aangenomen dat verweerder inhoudelijk geen ander besluit zal nemen dan het wegens het bevoegdheidsgebrek te vernietigen besluit.

    Formeel gezien bestaan er derhalve geen beletselen om de rechtsgevolgen in stand te laten. De rechtbank zal vervolgens bezien of er materieel gezien omstandigheden aanwezig zijn die zich tegen instandlating van de rechtsgevolgen verzetten.

  4. De rechtbank ontleent aan de stukken de volgende feiten.

    In 2002 is tijdens een diplomatieke conferentie van de Internationale Maritieme Organisatie overeenstemming bereikt over uniforme internationale regelgeving op het gebied van maritieme security. Het bestaande Internationale Verdrag tot beveiliging van mensenlevens op zee is aangepast en uitgebreid met een nieuwe International Ship and Port Facility Code (ISPS-Code). De Europese Unie heeft door middel van een Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten de wijzigingen in het genoemd Verdrag en de nieuwe ISPS-Code overgenomen. De EU-Verordening is nationaal...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT