Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, July 16, 2009

Datum uitspraak:2009/07/16
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

UItzending naar Curaçao. Bevoegdheid rechtbank Maastricht. 1) Onderwijskosten. Internationale School geen erkende onderwijsinstelling is als bedoeld in art. 5.2, lid 1sub a, concept Rbana. Het beroep van appellant op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. Ingewonnen informatie niet afkomstig van bevoegde instantie. De berekening van de aan appellant toekomende vergoeding voor onderwijskosten op... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

06/6498 AW en 08/2308 AW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op de hoger beroepen van:

[appellant], (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 5 oktober 2006, 05/8967 (hierna: aangevallen uitspraak 1) en tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 6 maart 2008, 07/1298 (hierna: aangevallen uitspraak 2)

in de gedingen tussen:

appellant

en

de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: minister)

Datum uitspraak: 16 juli 2009

  1. PROCESVERLOOP

    Appellant heeft tegen twee uitspraken hoger beroep ingesteld.

    De minister heeft verweerschriften ingediend.

    Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met de gedingen met de nummers 06/6499 AW en 08/2362 AW tussen de minister en [V.W.], plaatsgevonden op 4 juni 2009. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. W.J. Dammingh, advocaat te Woerden. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door J.L. Limon, werkzaam bij het Korps landelijke politiediensten (Klpd).

    Na sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de zaken gesplitst en wordt in de zaken tussen de minister en [V.W.] afzonderlijk uitspraak gedaan.

  2. OVERWEGINGEN

    1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

      1.1. Appellant is met ingang van 1 augustus 2001 via het Klpd uitgezonden naar Curaçao en daar tewerkgesteld bij het Recherche Samenwerkingsteam Nederland, Nederlandse Antillen en Aruba (hierna: RST).

      1.2. Op 15 december 2003 hebben de betrokken politievakorganisaties, na een eerder bereikt akkoord in het Georganiseerd Overleg KLPD over aanpassing van de uitzendvoorwaarden voor het RST, hun goedkeuring verleend aan de Tijdelijke Afspraken Uitzendvoorwaarden KLPD RST (hierna: TAU), de Aanvullingen bij de TAU (hierna: TAU-A) en de Overgangsbepalingen invoering TAU (hierna: TAU-i). De TAU is in werking getreden met ingang van 15 december 2003 en werkt terug tot 1 september 1997. Ter uitvoering van deze regelingen is aan appellant bij besluit van 17 december 2003 een bedrag toegekend van € 2.623,53 netto, bestaande uit een vergoeding voor uitrustingskosten, een vergoeding voor onderwijskosten over de schooljaren 2001/2002 en 2002/2003 voor zijn twee kinderen en koerscompensatie over de periode van 1 april 2003 tot 1 januari 2004. Dit besluit is na bezwaar van appellant, dat gericht was tegen het hanteren van een plafond bij de vergoeding van onderwijskosten en tegen het niet vergoeden van koerscompensatie over de toelagen, gehandhaafd bij besluit van 3 november 2005 (hierna: besluit 1).

      1.3. Aan de uitzending van appellant naar Curaçao is met zijn repatriëring op 29 juli 2006 een einde gekomen. Bij besluit van 8 november 2006 heeft de definitieve financiële afwikkeling van de uitzending en repatriëring plaatsgevonden. Bij dat besluit is van

      appellant een bedrag van € 3.157,21 teruggevorderd wegens overschrijding van de zogenoemde onderwijsplafonds in de schooljaren 2003/2004, 2004/2005 en 2005/2006 en de eigen bijdrage van appellant in het lesgeld voor zijn twee kinderen in het schooljaar 2005/2006. Dit teruggevorderde bedrag is verrekend met de hem toegekende verplaatsingskosten. Het bezwaar van appellant, gericht tegen het hanteren van een plafond bij de vergoeding van onderwijskosten en tegen de verrekening, is bij besluit van 4 juli 2007 (hierna: besluit 2) ongegrond verklaard.

      2.1. De rechtbank ’s-Gravenhage heeft bij aangevallen uitspraak 1 het beroep van appellant tegen besluit 1 ongegrond verklaard.

      2.2. De rechtbank Maastricht heeft bij aangevallen uitspraak 2 het beroep van appellant tegen besluit 2 gegrond verklaard, besluit 2 vernietigd, voor zover daarbij het bezwaar tegen de beslissing tot verrekening ontvankelijk en ongegrond werd verklaard en het bezwaar in zoverre niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT