Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank 's-Gravenhage, Groningen, 9 september 2009

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 9 september 2009
Uitgevende instantie::Groningen
SAMENVATTING

Bewaring; melding bij korpschef. Anders dan verweerder stelt, was eiseres niet gehouden om reeds in Arnhem mededeling te doen van haar aanwezigheid bij de korpschef aldaar. Weliswaar moet de mededeling onmiddellijk worden gedaan, maar uit de tekst van artikel 4.39 Vb 2000 blijkt dat deze mededeling moet worden gedaan bij de korpschef van het politiekorps waarin de gemeente, waar de vreemdeling... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Groningen

Sector Bestuursrecht

Vreemdelingenkamer

Zaaknummer: Awb 09/30495

Uitspraak op het beroep tegen de maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000), toegepast ten aanzien van de vreemdeling genaamd, althans zich noemende:

X

geboren op ...

van Georgische nationaliteit,

V-nummer: ...,

eiseres,

gemachtigde: mr. W.A. van der Plas-Slot, advocaat te Druten.

  1. Ontstaan en loop van het geschil

    1.1. De Staatssecretaris van Justitie, hierna verweerder, heeft op 17 augustus 2009 aan eiseres de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000.

    1.2. Eiseres heeft hiertegen op 24 augustus 2009 beroep ingesteld bij de rechtbank. Het beroep strekt tevens tot een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

    1.3. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank en aan de gemachtigde van eiseres toegezonden.

    1.4. Het beroep is behandeld ter openbare zitting van de rechtbank van 7 september 2009. Eiseres is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Voor verweerder is als gemachtigde verschenen mr. R.A. Visser. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

  2. Rechtsoverwegingen

    2.1. In deze procedure dient op grond van de beroepsgronden te worden beoordeeld of de maatregel van bewaring niet in strijd is met de wet en of de maatregel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid gerechtvaardigd is.

    2.2. In de maatregel heeft verweerder het vermoeden van onttrekking aan de uitzetting gebaseerd op de omstandigheden dat eiseres niet beschikt over een identiteitspapier als bedoeld in artikel 4.21 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000), geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en zich niet heeft aangemeld bij de korpschef.

    2.3. Eiseres stelt zich op het standpunt dat haar ten onrechte wordt verweten dat zij niet beschikt over een identiteitsdocument in de zin van artikel 4.21 Vb 2000 en een vaste woon- of verblijfplaats nu deze gronden van toepassing zijn op iedere asielzoeker.

    2.4. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft overwogen in de uitspraken van 22 januari 2008, LJN: BC2998 en van 16 juni 2008, LJN: BD5536 (beide gepubliceerd op www.rechtspraak.nl), maakt de omstandigheid dat bepaalde gronden van toepassing zijn op (vrijwel) iedere asielzoeker, niet dat die gronden niet kunnen dienen ter onderbouwing van het vermoeden dat de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT