Raadkamer van Hoge Raad, December 15, 2009

Datum uitspraak:2009/12/15
Uitgevende instantie::Hoge Raad
SAMENVATTING

Uitspraak vierde kamer. Vordering PG als bedoeld in art. 46o Wrra tot ontslag rechterlijk ambtenaar, ongeschiktheidsontslag voor het verrichten van de taak als rechter, anders dan wegens ziekte.

 
GRATIS UITTREKSEL

15 december 2009

Vierde Kamer

nr. 09/05036

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een vordering als bedoeld in art. 46o van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden van 15 oktober 2009, tot ontslag als rechterlijk ambtenaar van:

[Betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1954, wonende te [woonplaats].

  1. De vordering van de Procureur-Generaal

    De Procureur-Generaal heeft schriftelijk gevorderd dat de Hoge Raad betrokkene op de voet van art. 46l lid 1 onder a Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (hierna: Wrra) zal ontslaan met ingang van 1 januari 2010 en haar op grond van art. 46n Wrra een uitkering zal toekennen waarvan de hoogte gelijk is aan het voor de rechterlijk ambtenaar geldende totaal van uitkeringen berekend op basis van de Werkloosheidswet en een krachtens art. 54 lid 2 Wrra getroffen besluit ter zake van werkloosheid, als ware als gevolg van het ontslag geen sprake van verwijtbare werkloosheid als bedoeld in art. 24 Werkloosheidswet.

    Bij de vordering heeft de Procureur-Generaal de volgende stukken overgelegd:

  2. Verzoek tot vordering van ontslag van betrokkene van de president van de Rechtbank [A] d.d. 30 september 2008 met 85 bijlagen.

  3. Brief van de Procureur-Generaal d.d. 9 oktober 2008 aan de advocaat van betrokkene.

  4. Verslag van het gesprek d.d. 25 november 2008 en aantekeningen van de advocaat van betrokkene.

  5. Aanvraag advies Adviescommissie ongeschiktheidsontslag rechterlijke ambtenaren d.d. 15 januari 2009.

  6. Advies van de Adviescommissie ongeschiktheidsontslag rechterlijke ambtenaren d.d. 23 maart 2009.

  7. Pro-forma berekening naastwettelijke werkloosheidsuitkering van [B] d.d. 10 juni 2009.

  8. Brief van de Procureur-Generaal d.d. 23 juni 2009 aan de advocaat van betrokkene.

  9. Schriftelijke zienswijze van betrokkene d.d. 20 juli 2009.

  10. Brief van de advocaat van betrokkene d.d. 2 september 2009 aan de Procureur-Generaal.

  11. Proces-verbaal d.d. 14 september 2009 van het horen van betrokkene als bedoeld in art. 46o lid 3 Wrra en de overgelegde notities van de advocaat van betrokkene.

  12. Brief van de Procureur-Generaal d.d. 6 oktober 2009 aan de advocaat van betrokkene.

  13. Het onderzoek in raadkamer

    Op 9 november 2009 heeft de Hoge Raad in raadkamer een onderzoek ingesteld. Bij dat onderzoek zijn verschenen de Procureur-Generaal, betrokkene en haar advocaat mr. E.M. Kuijken. Betrokkene heeft verweer gevoerd tegen de vordering van de Procureur-Generaal en voor het geval dat de Hoge Raad tot ontslag van betrokkene mocht overgaan verzocht:

    - een eventueel aan betrokkene toe te kennen werkloosheidsuitkering te suppleren tot aan haar bezoldiging, zulks tot aan de pensioengerechtigde leeftijd van 65 jaar;

    - een bedrag van € 15.000,--, exclusief BTW, ter beschikking te stellen voor outplacementkosten;

    - betrokkene te compenseren voor de juridische kosten die zij de afgelopen drieënhalf jaar heeft moeten maken voor een bedrag van € 25.000,--, exclusief BTW.

    Van de raadkamerzitting is een proces-verbaal opgemaakt.

  14. Beoordeling van de vordering

    3.1 De president van de Rechtbank [A] heeft bij zijn verzoek aan de Procureur-Generaal om het ontslag van betrokkene te vorderen bijlagen gevoegd die afkomstig zijn uit het personeelsdossier van betrokkene, en die, zoals de Procureur-Generaal in zijn vordering heeft vermeld, voor zover hier van belang, het volgende inhouden:

    (i) Betrokkene is bij Koninklijk Besluit van [datum] 1992 benoemd tot rechter in de Rechtbank [A];

    (ii) Tot januari 1998 is betrokkene werkzaam geweest in de sector bestuursrecht. In de evaluatieverslagen uit die periode worden kritische opmerkingen gemaakt over de productiecijfers van betrokkene. In het verslag van het eerste evaluatiegesprek d.d. 9 augustus 1995 wordt de kwantiteit als aandachtspunt genoemd, maar worden tevens positieve opmerkingen gemaakt over de manier waarop leiding wordt gegeven aan de zitting en de kwaliteit van de uitspraken. Betrokkene heeft goed contact met haar collega's en levert een positieve bijdrage aan de opleiding van raio's en rio's. Uit het verslag van het evaluatiegesprek van 19 december 1996 blijkt dat wordt getwijfeld aan haar besluitvaardigheid en dat zij voorlopig nog een halve portie zaken krijgt toebedeeld. Tijdens een gesprek van 16 juni 1997 wordt gesproken over een overgang naar de strafsector. De beoordelaar is onder meer van mening dat een overgang voor betrokkene wenselijk is omdat haar functioneren in de bestuurssector "thans nogal wordt overschaduwd door de al enige jaren durende discussie over haar kwantitatieve prestaties".

    (iii) Vervolgens is betrokkene tot januari 2001 werkzaam geweest in de sector strafrecht. In de evaluatieverslagen uit die periode worden opmerkingen gemaakt over de beperkte inhoudelijke...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT