Eerste aanleg - enkelvoudig van Rechtbank Rotterdam, 3 februari 2010

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 3 februari 2010
Uitgevende instantie::Rechtbank Rotterdam
SAMENVATTING

Hypotheek niet verstrekt in verband met niet tijdig aangeleverde -en na controle niet waarheidsgetrouw gebleken- werkgeversverklaring. Geen aansprakelijkheid bank. Zorgplicht klant om erop toe te zien dat alle benodigde bescheiden tijdig bij bank zijn aangeleverd opdat tijdige beoordeling hypotheekaanvraag kan plaatsvinden.

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 306549 HA ZA 08-1127

Uitspraak: 3 februari 2010

VONNIS van de enkelvoudige kamer

in de zaak van:

de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK ROTTERDAM U.A.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres bij exploot van 22 april 2008,

(proces)advocaat: mr. J.P. Nonnekes,

- tegen -

  1. [gedaagde 1],

    wonende te [adres], en

  2. [gedaagde 2],

    wonende te [adres],

    gedaagden,

    (proces)advocaat: mr. R.F. van Leeuwen.

    Partijen worden hierna ook “de Rabobank” en “[gedaagden]” genoemd.

  3. Het verloop van de procedure

    1.1 Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

    - de dagvaarding, met producties;

    - de conclusie van antwoord;

    - het vonnis d.d. 16 juli 2008 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

    - de brief d.d. 2 september 2008 van de advocaat van de Rabobank, met producties;

    - het proces-verbaal van de op 16 september 2008 gehouden comparitie van partijen alsook de daarbij overgelegde producties;

    - de brief d.d. 13 oktober 2008 van de advocaat van de Rabobank;

    - de conclusie van repliek;

    - de conclusie van dupliek.

    1.2 De uitspraak van dit vonnis is door de rechtbank nader bepaald op heden, dit in verband het feit dat het dossier geruime tijd in het ongerede verkeerde.

  4. De vaststaande feiten

    Uitgegaan wordt van de volgende feiten, nu deze enerzijds zijn gesteld dan wel uit de overgelegde producties blijken en anderzijds zijn erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd zijn weersproken:

    2.1 In het voorjaar van 2007 hebben partijen overleg gevoerd met betrekking tot het sluiten van een hypothecaire geldleningsovereenkomst ter financiering van een door [gedaagden] aangekochte woning.

    2.2 In dit verband heeft de Rabobank [gedaagden] een offerte d.d. 2 maart 2007 verstrekt, welke op 6 maart 2007 door [gedaagden] is ondertekend.

    2.3 In de offerte is onder meer het volgende opgenomen:

    “(…)

    De offerte is onder voorbehoud van:

    • De juistheid en volledigheid van de door ons gehanteerde uitgangspunten. In verband hiermee ontvangen wij graag zo spoedig mogelijk van u:

    (…)

    - Werkgeversverklaring inclusief intentieverklaring [gedaagde 1].

    (…)

    (…)”.

    2.4 Voorts heeft de Rabobank aan de verkopers van de door [gedaagden] aangekochte woning een bankgarantie afgegeven voor een bedrag ad € 13.200,-, waarvoor [gedaagden] een contragarantie hebben afgegeven.

    2.5 Aan een door de Rabobank voorafgaand aan de comparitie van partijen in het geding gebracht ‘Fraudeverslag’ d.d. 20 april 2007 (productie 5), opgesteld door de heer [a ], wordt het volgende ontleend:

    “(…)

    [a ] 02-05-07:

    (…)

    Als laatste nog een ‘nieuwe’ werkgeversverklaring ontvangen. Deze is van 19-04-07 en geeft wederom aan dat er spraak zou zijn van een arbeidsovk voor onbepaalde tijd. Dit in tegenstelling tot wat de werkgever zelf op 27-04 verklaard heeft.

    De werkgever ([w[werkgever]) is momenteel niet aanwezig (op vakantie). Hij is pas maandag 07-05 weer terug. Tot die tijd kan ik de ‘nieuwe’ verklaring niet controleren.

    Gesproken met Rabobank Nederland (C&F). Deze wilden in eerste instantie het dossier niet verder als fraudedossier gaan behandelen, omdat alles te vaag was. Zij adviseerden om de aanvraag gewoon af te wijzen, vanwege het feit dat de werkgever verklaard heeft dat er sprake is van een dienstverband voor bepaalde tijd, terwijl op de verklaring staat onbepaalde tijd.

    Aangezien ik aanhield hebben we besloten te wachten tot de werkgever beschikbaar is en deze te confronteren met de ‘nieuwe’ werkgeversverklaring. Hij zal dan schriftelijk moeten verklaren dat [gedaagde 1] wel degelijk in vaste dienst is (of niet).

    [a ] 07-05-07:

    Zojuist wederom contact gehad met de werkgever van [gedaagde] nav de ontvangst van een ‘nieuwe’...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT