Voorlopige voorziening+bodemzaak van Centrale Raad van Beroep, March 22, 2010

Datum uitspraak:2010/03/22
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is geweest van een plichtsverzuim van zodanige aard of ernst dat dit de opgelegde straf van onvoorwaardelijk ontslag rechtvaardigt. Het college heeft ter uitvoering van de aangevallen uitspraak wederom het strafontslag gehandhaafd. Spoedeisend beland gelet op de (financiële) situatie van verzoeker. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de rechtbank... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

10/1090 AW-VV

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

U I T S P R A A K

als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om voorlopige voorziening van:

[Verzoeker], wonende te [woonplaats], (hierna: verzoeker),

in verband met het hoger beroep van:

verzoeker

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 29 december 2009, 09/51 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

verzoeker

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: college)

Datum uitspraak: 22 maart 2010

  1. PROCESVERLOOP

    Zowel verzoeker als het college hebben hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

    Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft het college op 11 februari 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.

    Verzoeker heeft een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.

    Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de behandeling van dit verzoek op een zitting achterwege gebleven.

  2. OVERWEGINGEN

    1. Op grond van de gedingstukken gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.

      1.1. Verzoeker was werkzaam bij de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam, laatstelijk als teammanager van de afdeling [naam afdeling].

      1.2. Bij besluit van 8 juli 2008 heeft het college appellant primair met onmiddellijke ingang onvoorwaardelijk ontslag verleend op grond van artikel 1003, eerste lid, aanhef en onder f, van het Ambtenarenreglement van de gemeente Amsterdam (ARA) en subsidiair ontslag verleend op de grond van ongeschiktheid voor de verdere vervulling van de betrekking anders dan uit hoofde van ziekten of gebreken op grond van artikel 1122, eerste lid, aanhef en onder c, van het ARA. Bij het bestreden besluit van 27 november 2008 heeft het college - voor zover hier van belang - het strafontslag gehandhaafd en het ontslag op de subsidiaire grond ingetrokken.

    2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van verzoeker tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het college opdracht gegeven om binnen zes weken na verzending van de uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. De rechtbank heeft daartoe - kort samengevat - overwogen dat verzoeker zich wel schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim, maar dat niet sprake is geweest van een plichtsverzuim van zodanige aard of ernst dat dit de opgelegde...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT