Herziening van Centrale Raad van Beroep, 27 juni 2012

Datum uitspraak:27 juni 2012
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om herziening. Het betoog van verzoekster bevat geen feiten of omstandigheden die haar vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn. De informatie vervat in stukken die verzoekster heeft overlegd met betrekking tot haar gezondheidstoestand zijn evenmin als zodanig te beschouwen. Verzoeksters standpunt dat zij als leek niet geacht mag worden op de ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

10/6013 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 16 juli 2010, 08/5816 en 09/6702 WAO

Partijen:

[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 27 juni 2012.

PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft om herziening verzocht.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 16 mei 2012. Verzoekster is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.M.J. Evers.

OVERWEGINGEN

1.1. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet in verbinding met artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:

  1. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

  2. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

  3. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.2. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren, noch ook om een discussie over de betrokken zaak te openen (CRvB 3 oktober 2003, LJN AN7982).

  1. Bij de uitspraak waarvan herziening is verzocht, gepubliceerd onder LJN BN2488, heeft de Raad het beroep tegen een besluit van 11 december 2009 van het Uwv ongegrond verklaard. In dit besluit heeft het Uwv het bezwaar van verzoekster tegen het besluit van 29 mei 2007 gegrond verklaard en verzoeksters uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, per 30 juli 2007 vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Het besluit van 11 december 2009 berust op een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.

  2. Het herzieningsverzoek strekt ten betoge dat het besluit van 11 december 2009 onjuist is. Volgens verzoekster zijn haar beperkingen voor het verrichten van arbeid onjuist vastgesteld, zijn de geduide functies medisch niet geschikt voor haar, en zijn het maatmanloon en het dagloon niet juist berekend. Verzoekster heeft haar verzoek vergezeld doen gaan door stukken van medische en arbeidskundige aard. Een aantal van die stukken merkt zij aan als bevattend nieuwe informatie die bij haar niet bekend kon zijn.

    4.1. Het betoog van verzoekster bevat geen feiten of omstandigheden...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT