Raadkamer van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 januari 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 9 januari 2013
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
SAMENVATTING

hoger beroep tegen gevangenhouding. aanwezigheidsrecht; nietige behandeling in raadkamer. beslissing op vordering door hof.

 
GRATIS UITTREKSEL

beschikking

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

zittingsplaats Arnhem

pkn: 08-710684-12

avnr: 0000010-11

Het gerechtshof heeft te beslissen op het hoger beroep ingesteld door

[Voornaam] [Achternaam],

geboren te [Geboorteplaats] op [Geboortedatum],

verblijvende in het huis van bewaring te Zwolle.

Het hoger beroep is ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank te Almelo van 28 december 2012, houdende het bevel tot gevangenhouding van verdachte.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door mr M.P. Smit, advocaat te Almelo, in raadkamer van heden.

Het hof heeft gezien bovengenoemde beschikking en de akte opgemaakt door de griffier bij die rechtbank van 2 januari 2013.

OVERWEGINGEN:

Door de raadsman is het verweer gevoerd dat sprake is van ernstig vormverzuim. Tijdens de behandeling van de zaak in de raadkamer op 28 december 2012 is door hem niet meegedeeld dat zijn cliënt in verband met medische redenen niet zou verschijnen. Op 27 december 2012 heeft zijn cliënt zijn kantoor gebeld met de mededeling dat de P.I. wilde dat hij een afstandsverklaring zou tekenen, hetgeen hij nadrukkelijk had geweigerd.

De raadkamer van de rechtbank heeft de vordering gevangenhouding behandeld zonder dat verdachte daarbij aanwezig was. De rechtbank is daarbij kennelijk uitgegaan van een door twee bewaarders van de P.I. te Zwolle ondertekende “Afstandsverklaring”. Daarin wordt gerelateerd dat verdachte er vanaf ziet in de raadkamer te verschijnen wegens medische redenen en dat verdachte geweigerd heeft deze verklaring te ondertekenen.

Tijdens de behandeling van het hoger beroep in de raadkamer van het hof op 9 januari 2013 heeft verdachte verklaard dat hij bij de raadkamerbehandeling op 28 december 2012 aanwezig wilde zijn en om die reden geweigerd heeft de afstandsverklaring te ondertekenen.

Uit nadere inlichtingen welke het hof heeft ontvangen blijkt dat sprake is geweest van een andere gang van zaken dan die welke beschreven wordt in de afstandsverklaring. In verband met de medische conditie van verdachte achtten de betrokken medewerkers van de P.I. het niet verantwoord wanneer verdachte de inrichting zou verlaten.

Het hof is, met verdachte, zijn raadsman en de advocaat-generaal van oordeel dat aan de rechtbank een onjuiste reden voor het niet verschijnen van verdachte is medegedeeld. Uiteraard had de werkelijke reden aan de rechtbank behoren te worden medegedeeld waarom verdachte niet op transport gesteld was.

De hiervoor vermelde gang...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT