Hoger beroep kort geding van Gerechtshof Arnhem, 18 december 2012

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak:18 december 2012
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem
SAMENVATTING

Ex-werknemers starten concurrerende onderneming. Vorderingen in kort geding van de ex-werkgever (Wiefferink B.V.) blijken niet toewijsbaar.

 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.110.911

(zaaknummer rechtbank129559)

arrest in kort geding van de derde kamer van 18 december 2012

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkhe[appellante]ante],

gevestigd te [woonplaats],

appellante,

advocaat: mr. I.K.M. Hoffmann,

tegen:

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

    Flexxolutions GFS B.V.,

    gevestigd te Almelo,

  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

    Flexxolutions B.V.,

    gevestigd te Almelo,

  3. [geïntimeerde sub 3],

    wonende te [woonplaats],

  4. [geïntimeerde sub 4],

    wonende te [woonplaats],

  5. [geïntimeerde sub 5],

    wonende te [woonplaats],

  6. [geïntimeerde sub 6],

    wonende te [woonplaats],

    geïntimeerden,

    advocaat: mr. M.M.A. Bakker.

    Appellante zal [appellante] worden genoemd. Geïntimeerden zullen gezamenlijk met Flexxolutions c.s. worden aangeduid en ieder afzonderlijk met hun eigen naam.

  7. Het geding in eerste aanleg

    Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van het vonnis van

    19 juli 2012 dat de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo tussen [appellante] als eisende partij en Flexxolutions c.s. als gedaagde partij heeft gewezen.

  8. Het geding in hoger beroep

    2.1 [appellante] heeft bij exploot van 30 juli 2012 Flexxolutions c.s. aangezegd van dat vonnis van 19 juli 2012 in hoger beroep te komen, met dagvaarding van Flexxolutions c.s. voor dit hof.

    2.2 In genoemd exploot heeft [appellante] haar eis vermeerderd, zes grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd, bewijs aangeboden en drie nieuwe producties in het geding gebracht. Zij heeft aangekondigd te zullen concluderen dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, opnieuw recht doende, bij arrest voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

    1. Flexxolutions GFS B.V. zal verbieden producten in het verkeer te brengen, die naar vorm, maatvoering en gebruikte innovaties gelijk zijn aan de door [appellante] verkochte producten, hieronder in ieder geval begrepen de Flexxocover, Flexxodomer en Flexxotank, een en ander op straffe van verbeurte door Flexxolutions GFS B.V. aan [appellante] bij overtreding van deze voorziening van een onmiddellijke, dus zonder nadere ingebrekestelling, opeisbare dwangsom van € 50.000,- per overtreding, althans een door het hof vast te stellen dwangsom;

    2. zal bepalen dat het Flexxolutions c.s. wordt verboden de in productie 32 genoemde

      klanten, dealers en leveranciers van [appellante] te benaderen, te bedienen of voor hen op enig andere wijze werkzaamheden of diensten te verrichten, dan wel daartoe voor anderen te bemiddelen, een en ander voor zover verband houdend met het ontwikkelen, produceren en verkopen van producten die [appellante] tot en met heden voor deze klanten, dealers en leveranciers ontwikkelt, produceert en verkoopt, hoe genaamd en uit welke hoofde dan ook, op straffe van verbeurte door ieder van Flexxolutions c.s. aan [appellante] bij overtreding van deze voorziening door één of meer van Flexxolutions c.s. van een onmiddellijke, dus zonder nadere ingebrekestelling, opeisbare dwangsom van € 25.000,- per overtreding, althans een door het hof vast te stellen dwangsom;

    3. zal bepalen dat het Flexxolutions c.s. wordt verboden om zich onjuist, grievend, schadelijk of denigrerend over [appellante] uit te laten, hoe genaamd en uit welke hoofde dan ook, op straffe van verbeurte door ieder van Flexxolutions c.s. aan [appellante] bij overtreding van deze voorziening door één of meer van Flexxolutions c.s. van een onmiddellijke, dus zonder nadere ingebrekestelling, opeisbare dwangsom van € 25.000,- per overtreding, althans een door het hof vast te stellen dwangsom;

    4. a. aan Flexxolutions GFS B.V. en Flexxolutions B.V. zal bevelen om binnen veertien dagen na betekening van dit (het hof begrijpt:) arrest aan alle (potentiële) klanten en leveranciers, aan wie zij mededelingen gedaan hebben in de trant, dat “[appellante] geen ervaring meer over heeft en dat alle goede productiemensen alsmede de goede kaderleden vertrokken zouden zijn”, voor eigen rekening en kosten een brief te verzenden, per leverancier of klant in de desbetreffende eigen moedertaal, met uitsluitend de volgende tekst:

      “Op last van het Gerechtshof Arnhem laat de directie van Flexxolutions B.V. en Flexxolutions GFS B.V. weten dat zij bij eerdere contacten met u ten onrechte de suggestie heeft gewekt, dat b[appellante] geen kennis ervaring meer aanwezig zou zijn in het produceren van biogasafdekkingen en andere toepassingen en dat alle goede productiemensen en goede kaderleden vertrokken zouden zijn, alsmede dat mogelijk voor de continuïteit gevreesd zou moeten worden. Het Gerechtshof Arnhem heeft ons bevolen om deze mededelingen te rectificeren en deze rectificatie aan u toe te sturen. De directie.”;

      b. aan Flexxolutions GFS B.V. en Flexxolutions B.V. zal bevelen om de onder IV bedoelde brieven aan alle betrokkenen in kopie per gelijke post aan de advocaat van [appellante] te sturen;

      1. en b. op straffe van verbeurte door ieder van Flexxolutions c.s. aan [appellante] bij overtreding van deze voorziening door een of meer van (het hof begrijpt:) Flexxolutions B.V. van een onmiddellijke, dus zonder nadere ingebrekestelling, opeisbare dwangsom van

      € 25.000,- per overtreding, althans een door het hof vast te stellen dwangsom;

    5. een en ander met hoofdelijke veroordeling van Flexxolutions c.s. in de kosten van de procedure van beide instanties, te vermeerderen met de nakosten ten bedrage van € 131,- en € 199,- in geval van betekening van het te wijzen arrest.

      2.3 [appellante] heeft schriftelijk voor eis geconcludeerd overeenkomstig het hiervoor vermelde exploot.

      2.4 Bij akte heeft Flexxolutions c.s. bezwaar gemaakt tegen de vermeerdering van eis en daarbij vijf, waarvan vier nieuwe, producties in het geding gebracht. Bij (voorwaardelijke) memorie van antwoord heeft Flexxolutions c.s., mede onder verwijzing naar de inhoud van haar akte en stukken van andere tussen de partijen aanhangige procedures, verweer gevoerd en bewijs aangeboden. Zij heeft geconcludeerd dat het hof de vorderingen van [appellante] in hoger beroep zal afwijzen, met bekrachtiging van het bestreden vonnis en met veroordeling van [appellante] in de kosten van (het hof begrijpt:) het hoger beroep.

      2.5 Ter zitting van 19 oktober 2012 hebben de partijen de zaak doen bepleiten, [appellante] door mr. I.K.M. Hoffmann en mr. C.P.B. Kroep, advocaten te Enschede, en Flexxolutions c.s. door mr. M.M.A. Bakker, eveneens advocaat te Enschede. Van beide zijden zijn daarbij pleitnotities in het geding gebracht.

      2.6 Mr. Hoffmann heeft voorafgaand aan de zitting aan mr. Bakker en het hof bij faxbericht van 5 oktober 2012 de producties 36 tot en met 57 toegezonden en bij faxbericht van 8 oktober 2012 een overzicht van de hiervoor genoemde producties.

      Mr. Bakker heeft voorafgaand aan de zitting aan mr. Hoffmann en het hof bij brief van

      10 oktober 2012 een inventarislijst van vijf nieuwe producties (34 tot en met 38), alsmede de genoemde producties toegezonden. Mr. Bakker heeft verder voorafgaand aan de zitting aan mr. Hoffmann en het hof bij brief van 12 oktober 2012, ter griffie van het hof ingekomen op 15 oktober 2012, een nieuwe productie (39) toegezonden. Blijkens een door de griffier van het hof opgemaakte akte van depot heeft mr. Bakker op 12 oktober 2012 ter griffie van het hof een viertal materiaalmonsters grijs met als aanduiding “Flexxolutions GFS” en een viertal productmonsters met de aanduiding “[appellante]” gedeponeerd.

      2.7 Het hof heeft met de partijen geconstateerd dat de toezending van de hiervoor bedoelde producties en het depot (met toezending van identieke monsters aan mr. Hoffmann) hebben plaatsgevonden binnen de daarvoor in artikel 9.1.11 van het Landelijk procesreglement civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven bepaalde termijn.

      Het hof heeft verder met de partijen geconstateerd dat de door mr. Hoffmann in het geding gebrachte producties en de door mr. Bakker bij brief van 10 oktober 2012 toegezonden producties 34 tot en met 38 kort en eenvoudig te doorgronden zijn, waarna het hof aan

      mr. Hoffmann en mr. Bakker akte heeft verleend van het in het geding brengen van de door hen toegezonden producties.

      Na aanvankelijk bezwaar te hebben gemaakt tegen het in het geding brengen door

      mr. Bakker van productie 39, heeft mr. Hoffmann dit bezwaar laten varen. Zij heeft verklaard van die productie behoorlijk te hebben kennisgekomen en zich daarop te hebben kunnen voorbereiden en geen behoefte te hebben aan een leespauze. Het hof heeft

      mr. Bakker daarop akte verleend van het in het geding brengen van productie 39.

      ...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT