Herziening van Centrale Raad van Beroep, 8 januari 2013

Datum uitspraak: 8 januari 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden ingebracht als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. Zoals de Raad eerder heeft overwogen (CRvB 3 oktober 2003, LJN AN7982), is het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren, noch ook om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.

 
GRATIS UITTREKSEL

12/5113 WWB, 12/5114 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Raad van 24 november 2011, 11/4923, 11/4924, 11/4925-VV, 11/4927-VV

Partijen:

[Verzoeker 1] en [Verzoeker 2] te [woonplaats] (verzoekers)

het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe (college)

Datum uitspraak 8 januari 2013.

PROCESVERLOOP

Namens verzoekers heeft [R.] verzocht om herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Raad van 24 november 2011, LJN BU6473, en nadere stukken ingediend.

Het college heeft een verweerschrift ingediend en een reactie gegeven op de nadere stukken.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 27 november 2012. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door [R.]. Het college heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

  1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Bij de uitspraak waarvan thans om herziening wordt verzocht, heeft de voorzieningenrechter van de Raad, voor zover belang, geoordeeld dat het college op goede gronden bij besluit van 27 september 2011 zijn besluit van 18 mei 2011 heeft gehandhaafd, waarbij de aanvraag om bijstand van verzoekers van 19 april 2011 buiten behandeling is gesteld. Daarbij heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat het college bevoegd was om de aanvraag niet te behandelen nu verzoekers de voor de vaststelling van het recht op bijstand benodigde stukken niet binnen de gestelde termijn hebben overgelegd.

  2. Verzoekers hebben aan hun verzoek om herziening, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. De aanvraag om bijstand van 19 april 2011 had in behandeling genomen en toegewezen moeten worden. Bij besluit van 17 januari 2012 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest Fryslân, in welke gemeente verzoekers inmiddels wonen, aan verzoekers met ingang van 1 november 2011 bijstand verleend op basis van dezelfde stukken die zij bij het college hadden ingeleverd. Hieruit blijkt dat het college onjuist en in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld. Het college heeft ten onrechte verzocht om stukken over de vermeende onderneming van verzoeker. In een brief van

    20 september 2012 bevestigt de Belastingdienst dat verzoeker inkomsten uit loondienst en uitkering heeft genoten. In een bij een brief van het Uitkeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 14 november 2012 als bijlage gevoegde...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT