Voorlopige voorziening+bodemzaak van Rechtbank Den Haag, Haarlem, 8 april 2013

Spreker:gepubliceerd
Datum uitspraak: 8 april 2013
Uitgevende instantie::Haarlem
SAMENVATTING

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of het vereiste van het in persoon voldoen van leges moet worden aangemerkt als een nieuwe beperking in de zin van artikel 41, eerste lid, Aanvullend Protocol. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de voorwaarde dat leges in persoon moeten worden voldaan, niet tot doel of tot gevolg dat thans strengere voorwaarden worden gesteld aan de vestiging en het verblijf van een... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummers: AWB 12 / 30173 (beroep)

AWB 12 / 15241 (voorlopige voorziening)

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken en de voorzieningenrechter van 8 april 2013 in de zaak tussen

[eiser],

geboren op [geboortedatum], van Turkse nationaliteit,

eiser, verzoeker; hierna te noemen eiser,

(gemachtigde: mr. J.P. Sanchez Montoto, advocaat te Wassenaar),

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, voorheen de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel,

verweerder,

(gemachtigde: mr. J.J. Hofland, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst).

Procesverloop

Bij besluit van 7 mei 2012 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor het doel “het verrichten van arbeid als zelfstandige” buiten behandeling gesteld.

Bij besluit van 27 augustus 2012 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiser heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Hij verzoekt verweerder te verbieden hem uit te zetten tot vier weken nadat de rechtbank op het beroep heeft beslist.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 februari 2013. Eiser is niet in persoon verschenen, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

  1. De rechtbank betrekt bij de beoordeling de volgende feiten. Op 2 juni 2009 heeft eiser eerder een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend onder de beperking “het verrichten van arbeid als zelfstandige”. Bij besluit van 4 september 2009 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Het hiertegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 24 november 2009 ongegrond verklaard. Het hiertegen ingestelde beroep is bij uitspraak van deze rechtbank van 4 januari 2012 (AWB 11 / 12155) ongegrond verklaard.

    Eiser heeft op 20 juni 2012 opnieuw een aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel ‘het verrichten van arbeid als zelfstandige’.

  2. Ter zitting heeft verweerder verklaard dat op 9 oktober 2012 afwijzend is beslist op een nieuwe aanvraag en dat in dat besluit een inreisverbod aan eiser is opgelegd. Verweerder stelt zich op het standpunt dat zich de vraag voordoet of eiser, nu een inreisverbod...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT