Hoger beroep van Centrale Raad van Beroep, 7 mei 2013

Datum uitspraak: 7 mei 2013
Uitgevende instantie::Centrale Raad van Beroep
SAMENVATTING

Schadevergoeding wegens onrechtmatige besluiten. Voldaan aan de connexiteitseis. De beweerdelijk door appellante geleden materiële schade in de vorm van gederfde verkoopopbrengst van de woning en de beweerdelijk door haar geleden inkomensschade kunnen voor zelfstandige vergoeding in aanmerking komen. De beweerdelijk geleden schade van € 25.000,-- wegens gederfde verkoopopbrengst komt niet voor... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

12/657 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 17 januari 2012, 10/429 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[A. te B.] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Coevorden (college)

Datum uitspraak 7 mei 2013.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. H.A. van der Kleij, advocaat, hoger beroep ingesteld. Appellante heeft nadere stukken ingediend.

Het college heeft een verweerschrift ingediend en desgevraagd nadere stukken aan de Raad gezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 februari 2013. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van der Kleij. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.J. Tunnissen, advocaat, en mr. E.M. Kampman.

OVERWEGINGEN

  1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.

    1.1. Appellante heeft op 6 december 2004 een woning in de gemeente Coevorden (woning) gekocht voor € 121.500,--. Het college heeft appellante met ingang van 1 januari 2005 bijstand verleend op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Bij twee afzonderlijke besluiten van 12 juli 2005, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 2 januari 2006, heeft het college de bijstand van appellante met ingang van 1 januari 2005 ingetrokken, onderscheidenlijk de gemaakte kosten van bijstand over de periode van 1 januari 2005 tot en met 30 juni 2005 van appellante teruggevorderd tot een bedrag van € 7.570,81. In het terugvorderingsbesluit is opgenomen dat appellante het teruggevorderde bedrag binnen vier weken aan het college dient over te maken en dat indien zij niet tijdig betaalt, de gemeente zal overgaan tot het treffen van executiemaatregelen.

    1.2. Op verzoek van de gemeente Coevorden heeft een deurwaarder op 20 maart 2006 aan appellante de grosse van het terugvorderingsbesluit betekend, met het bevel om binnen twee dagen het teruggevorderde bedrag, de rente daarover en de kosten van betekening te betalen tot een bedrag van in totaal € 7.844,17. Daarbij is vermeld dat bij niet-tijdige voldoening aan dit bevel zal worden overgegaan tot inbeslagneming en verkoop van de roerende en onroerende zaken van appellante. Op 11 april 2006 heeft een deurwaarder op verzoek van de gemeente Coevorden executoriaal beslag gelegd op de woning.

    1.3. Bij besluit van 28 juni 2006 heeft het college appellante met ingang van 13 april 2006 bijstand verleend op grond van de WWB.

    1.4. Bij uitspraak van 11 september 2006 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Assen het beroep tegen het besluit van 2 januari 2006 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 19 december 2006, LJN AZ4505, heeft de voorzieningenrechter van de Raad de uitspraak van 11 september 2006 vernietigd en, voor zover van belang, de besluiten van 12 juli 2005 herroepen.

    1.5. Bij brief van 23 januari 2007 heeft de toenmalige gemachtigde van appellante de gemeente Coevorden aansprakelijk gesteld voor alle schade die zij heeft geleden als gevolg van de onrechtmatige besluiten van 12 juli 2005. De gemachtigde heeft er daarbij op gewezen dat als gevolg van de beslaglegging de hypotheekverstrekker aanleiding heeft gezien de executie over te nemen en dat de woning van appellante, ter voorkoming van executoriale verkoop daarvan, tegen haar wil onderhands is verkocht. De woning van appellante is op 30 november 2006 verkocht voor € 129.000,--.

    1.6. Het college heeft in 2007 de bijstand over de periode van 1 januari 2005 tot en met 12 april 2006 aan appellante nabetaald, inclusief het door haar terugbetaalde bedrag van € 7.570,81, en de wettelijke rente over het nabetaalde bedrag vergoed tot een bedrag van € 1.455,45. Voorts heeft het college appellante bij besluit van 5 juli 2007 medegedeeld dat zij mede als gevolg van de terugvordering de woning heeft moeten verkopen en dat de daarmee verband houdende en bijkomende kosten worden vergoed. Daarnaast ontvangt appellante nog een compensatie voor misgelopen zorgtoeslag als gevolg van de nabetaling. Het totale bedrag dat aan appellante wordt vergoed bedraagt € 13.413,99.

    1.7. Appellante heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft daarbij verzocht om vergoeding van materiële schade in de vorm van gederfde verkoopopbrengst van de woning, fiscale schade als gevolg van de nabetaling van de bijstand en inkomensschade. Ook heeft appellante verzocht om vergoeding van de kosten die verband houden met de - als gevolg van de intrekking van de bijstand - onrechtmatige inschrijving in het ziekenfonds en van haar niet gedekte ziektekosten. Voorts heeft appellante verzocht om vergoeding van immateriële schade die zij heeft geleden door de onrechtmatige besluiten van 12 juli 2005 en de daarmee samenhangende executie van het terugvorderingsbesluit.

    1.8. Naar...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT