Besluit beperking rechtsbijstand bij overtredingen

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 15 september 2017, houdende aanwijzing van overtredingen waarbij het recht op bijstand door een raadsman niet van toepassing is (Besluit beperking rechtsbijstand bij overtredingen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 31 mei 2017, nr. 2017000908, directie Wetgeving en Juridische Zaken; Gelet op artikel 28ab van het Wetboek van Strafvordering;De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 28 juni 2017, nr. W03.17.0148/II);Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 6 september 2017, nr. 2124542, directie Wetgeving en Juridische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1
  1. Als overtreding in de zin van artikel 28ab van het Wetboek van Strafvordering worden aangewezen de strafbaar gestelde feiten genoemd in: a. bijlage I bij het Besluit OM-afdoening, met uitzondering van de in die bijlage opgenomen misdrijven; b. bijlage II bij het Besluit OM-afdoening die betrekking hebben op de Model Keur. 2. Voorts wordt als overtreding in de zin van artikel 28ab van het Wetboek van Strafvordering aangemerkt het niet naleven van voorschriften gesteld bij of krachtens de artikelen 2, 3, derde lid, 6, tweede lid, en 8, tweede lid, van de Winkeltijdenwet.

Artikel 2

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beperking rechtsbijstand bij overtredingen.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnootWassenaar, 15 september 2017Willem-AlexanderDe Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok

Uitgegeven de negenentwintigste september 2017 De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok

NOTA VAN TOELICHTING

1 Inleiding

In dit besluit worden de overtredingen aangewezen waarvoor het recht op toegang tot een raadsman niet geldt indien de staande gehouden verdachte ter plaatse wordt verhoord en de overtreding met een strafbeschikking zal worden afgedaan. Voor de overige overtredingen geldt het recht op rechtsbijstand zoals vastgelegd in het Wetboek van Strafvordering onverkort. Het gaat daarbij om de bepalingen over het recht op rechtsbijstand zoals deze ter implementatie van richtlijn nr. 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (PbEU L294) (hierna: de richtlijn) in dat wetboek zijn opgenomen of gewijzigd bij de Wet van 17 november 2016, Stb. 475. Deze implementatiewet is in werking getreden op 1 maart 2017 (Stb. 2017, 66).

De mogelijkheid om overtredingen die buitengerechtelijk worden afgedaan uit te zonderen van het recht op bijstand door een raadsman vloeit voort uit artikel 28ab Sv, waarmee uitvoering is gegeven aan artikel 2, vierde lid, van de richtlijn. Deze richtlijnbepaling luidt als volgt:

Onverminderd het recht op een eerlijk proces is deze richtlijn, met betrekking tot lichte feiten: a) waarvoor krachtens de wet van een lidstaat een sanctie door een andere autoriteit dan een in strafzaken bevoegde rechtbank wordt opgelegd, en tegen het opleggen van deze sanctie beroep bij een dergelijke rechtbank kan worden ingesteld, of kan worden verwezen naar een dergelijke rechtbank, of b) waarvoor geen vrijheidsstraf kan worden opgelegd,

alleen van toepassing op de procedures voor een in strafzaken bevoegde rechtbank. Deze richtlijn is in elk geval volledig van toepassing indien de verdachte of beklaagde zijn vrijheid is ontnomen, ongeacht de fase van de strafprocedure.

De richtlijn laat daarmee ruimte om het recht op toegang tot een raadsman niet van toepassing te doen zijn bij lichte strafbare feiten – naar Nederlands recht zijn dat overtredingen – die buitengerechtelijk worden afgedaan, tenzij de verdachte voor een dergelijk feit is aangehouden.

In artikel 28ab Sv is hieraan invulling gegeven door te bepalen dat artikel 28, eerste lid, niet van toepassing is bij het verhoor ter plaatse van de staande gehouden verdachte van een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen overtreding waarvoor een strafbeschikking zal worden...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT