Besluit clementie

Besluit van 9 februari 2021, houdende vaststelling van regels met betrekking tot het verlenen van clementie voor geldboetes betreffende kartels (Besluit clementie)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 2 november 2020, nr. WJZ / 20238176; Gelet op richtlijn nr. richtlijn 2019/1 van het Europees Parlement en de Raad tot toekenning van bevoegdheden aan de mededingingsautoriteiten van de lidstaten voor een doeltreffendere handhaving en ter waarborging van de goede werking van de interne markt en artikel 58c Mededingingswet; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 13 januari 2021, No.W18.20.0400/IV); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 4 februari 2021, nr. WJZ / 21015285; Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepalingen en reikwijdte

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:ACM:

Autoriteit Consument en Markt;Bewijsmateriaal met significante toegevoegde waarde:

bewijsmateriaal dat het vermogen van de ACM versterkt om het bestaan van een vermeend geheim kartel te bewijzen, ten opzichte van het bewijsmateriaal waarover de ACM op het tijdstip van verstrekking reeds beschikt; Boete-immuniteit:

afzien van de geldboete die aan een onderneming of aan een natuurlijke persoon zou worden opgelegd voor haar deelname aan een geheim kartel, als beloning voor de samenwerking van die onderneming of natuurlijke persoon met een mededingingsautoriteit in het kader van een clementieprocedure; Boetevermindering:

vermindering van het bedrag van de geldboete die aan een onderneming of aan een natuurlijke persoon zou worden opgelegd voor haar deelname aan een geheim kartel, als tegenprestatie voor de samenwerking van die onderneming met een mededingingsautoriteit in het kader van een clementieprocedure; Clementie:

de verlening van boete-immuniteit of boetevermindering aan een onderneming die heeft deelgenomen aan een geheim kartel of aan een natuurlijke persoon als bedoeld in artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht, die opdracht tot of feitelijk leiding aan de deelname van een onderneming aan een geheim kartel heeft gegeven; Clementieverklaring:

vrijwillig door of namens een onderneming of een natuurlijke persoon aan een mededingingsautoriteit afgelegde mondelinge of schriftelijke verklaring of opname daarvan, waarin de onderneming of een natuurlijke persoon zijn kennis over het geheime kartel en zijn rol daarin mededeelt, en die speciaal ten behoeve van die autoriteit is opgesteld met het oog op het verkrijgen van boete-immuniteit of boetevermindering, met uitzondering van bewijsmateriaal dat los van de handhavingsprocedure bestaat, ongeacht of deze informatie zich al dan niet in het dossier van een mededingingsautoriteit bevindt; Clementieverzoek:

een verzoek om boete-immuniteit of boetevermindering dat voldoet aan artikel 12 van dit besluit, een beknopt verzoek om boete-immuniteit of boetevermindering dat voldoet aan artikel 13 van dit besluit of een verzoek om boete-immuniteit of boetevermindering dat voldoet aan artikel 14 van dit besluit; Clementieverzoeker:

onderneming of natuurlijke persoon als bedoeld in artikel 51, tweede lid, onder 2°, van het Wetboek van Strafrecht die verzoekt om boete-immuniteit of boetevermindering; Geheim kartel:

een kartel waarvan het bestaan gedeeltelijk of geheel verborgen wordt gehouden;Kartel:

een overeenkomst of onderling afgestemde feitelijke gedraging tussen twee of meer concurrenten met als doel hun concurrentiegedrag op de markt te coördineren of de relevante parameters van mededinging te beïnvloeden in strijd met artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of artikel 6 van de wet; Marker:

een voorlopige plaats in de rij van volgorde van ontvangst van clementieverzoeken betreffende eenzelfde kartel. Wet:

Mededingingswet.

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing op geheime kartels waarvoor de ACM een bestuurlijke boete kan opleggen.

§ 2. Clementie

§ 2.1. Algemeen

Artikel 3

De ACM beslist op een verzoek om clementie.

Artikel 4
  1. Een clementieverzoeker komt voor clementie in aanmerking, indien de verzoeker: a. gedurende de periode dat diegene overwoog een clementieverzoek in te dienen bij de ACM geen bewijsmateriaal over het vermeende geheime kartel heeft vernietigd, vervalst of verborgen en zijn voorgenomen verzoek of de inhoud daarvan niet heeft bekendgemaakt, anders dan aan andere mededingingsautoriteiten. b. uiterlijk onmiddellijk na het indienen van het clementieverzoek iedere betrokkenheid bij het vermeende geheime kartel heeft beëindigd, tenzij en voor zover de ACM de voortzetting daarvan redelijkerwijs noodzakelijk acht om de integriteit van haar onderzoek te vrijwaren; c. vanaf het tijdstip van indiening van zijn clementieverzoek daadwerkelijk, volledig, onafgebroken en zo snel mogelijk meewerkt met de ACM en zich onthoudt van elke gedraging die het onderzoek of de procedure zou kunnen belemmeren totdat het besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden ten aanzien van iedere betrokkene bij het kartel of de ACM haar handhavingsprocedure ten aanzien van iedere betrokkene bij het kartel anderszins heeft beëindigd. 2. Een clementieverzoeker voldoet aan het eerste lid, onderdeel c, indien die verzoeker ten minste: a. ter beschikking blijft van de ACM om te antwoorden op elk verzoek dat kan bijdragen aan het vaststellen van de feiten; b. voor zover van toepassing degenen die bij de clementieverzoeker werkzaam zijn beschikbaar houdt en voor zover redelijkerwijs mogelijk, degenen die voorheen bij de clementieverzoeker werkzaam zijn geweest, beschikbaar houdt voor het afleggen van verklaringen; c. geen relevante informatie of bewijzen over het vermeende geheime kartel vernietigt, vervalst of verbergt; d. tenzij anders is overeengekomen, de indiening van het clementieverzoek of de inhoud daarvan niet bekendmaakt voordat de ACM een rapport als bedoeld in artikel 5:48 van de Algemene wet bestuursrecht heeft opgesteld in de handhavingsprocedure waarop het clementieverzoek betrekking heeft. e. een clementieverklaring indient die voldoet aan artikel 14.

§ 2.2. Boete-immuniteit

Artikel 5
  1. De ACM kent een clementieverzoeker boete-immuniteit toe, indien de verzoeker: a. voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 4; b. zijn deelname aan een geheim kartel meldt; c. geen stappen heeft ondernomen om andere ondernemingen te dwingen deel te nemen aan een geheim kartel of bij het geheime kartel aangesloten te blijven; en d. als eerste bewijsmateriaal verstrekt dat i. de ACM in staat stelt om een gerichte inspectie uit te voeren verband houdend met het vermeende geheime kartel waar het clementieverzoek betrekking op heeft, mits de ACM op het moment van verstrekking van het bewijsmateriaal nog niet over voldoende bewijsmateriaal beschikte om een dergelijke inspectie uit te voeren; of ii. naar het oordeel van de ACM voldoende is om een inbreuk op het mededingingsrecht, waarvoor op grond van artikel 4 van dit besluit clementie kan worden verleend, te kunnen vaststellen, mits de ACM op het moment van verstrekking van het bewijsmateriaal nog niet over voldoende bewijsmateriaal beschikte om een dergelijke inbreuk te kunnen vaststellen en geen enkele andere onderneming eerder in aanmerking is gekomen voor boete-immuniteit op grond van punt i, met betrekking tot dat vermeende geheime kartel. 2. De ACM deelt de clementieverzoeker uiterlijk bij de verzending aan hem van het rapport als bedoeld in artikel 5:48 Algemene wet bestuursrecht schriftelijk mede of hem al dan niet voorwaardelijke boete-immuniteit is verleend. De clementieverzoeker kan de ACM vragen of de ACM hem schriftelijk op de hoogte brengt van het resultaat van zijn verzoek. 3. In het geval de ACM een verzoek om boete-immuniteit afwijst, kan de verzoeker de ACM vragen zijn verzoek als een verzoek tot boetevermindering te behandelen.

§ 2.3. Boetevermindering

Artikel 6
  1. De ACM kent een clementieverzoeker boetevermindering toe indien: a. aan de verzoeker geen boete-immuniteit op grond van artikel 5 is toegekend; b. de verzoeker voldoet aan de voorwaarden, genoemd in artikel 4; c. de verzoeker zijn deelname aan een geheim kartel meldt; en d. de verzoeker bewijsmateriaal met significante toegevoegde waarde inzake het vermeende geheime kartel verstrekt. 2. De boetevermindering bedraagt ten minste 30% en ten hoogste 50% indien de clementieverzoeker als eerste bewijsmateriaal met significante toegevoegde waarde verstrekt. 3. De boetevermindering bedraagt ten minste 20% en ten hoogste 30% indien de clementieverzoeker als tweede bewijsmateriaal met significante toegevoegde waarde verstrekt. 4. De boetevermindering bedraagt hoogste 20% indien de clementieverzoeker als derde, of telkens daarop volgende, bewijsmateriaal met significante toegevoegde waarde verstrekt. 5. De ACM bepaalt het percentage boetevermindering als bedoeld in het tweede tot en met vierde lid aan de hand van het tijdstip, bedoeld in de artikelen 12, vijfde lid, 13, achtste lid, of 11, eerste lid, en de waarde van het verstrekte bewijsmateriaal met significante toegevoegde waarde. 6. De ACM deelt een clementieverzoeker uiterlijk bij de verzending aan hem van het rapport als bedoeld in 5:48 van de Algemene wet bestuursrecht, schriftelijk mede of hem al dan niet voorwaardelijke boetevermindering wordt verleend, inclusief het voorwaardelijke percentage boetevermindering.

Artikel 7

Indien een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT