Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen

 
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 1 november 2017, houdende regels inzake de conformiteitsbeoordeling van vaste biomassa voor energietoepassingen door erkende conformiteitsbeoordelingsinstanties (Besluit conformiteitsbeoordeling vaste biomassa voor energietoepassingen)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister van Economische Zaken van 14 juli 2017, nr. IENM/BSK-2017/143466, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Gelet op artikel 11a.2 van de Wet milieubeheer en artikel 5.10, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 11 oktober 2017, nr. W14. 17.0233/IV); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister van Economische Zaken, van 25 oktober 2017, nr. IENM/BSK-2017/254082, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: accreditatie:

accreditatie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 10, juncto artikel 3 van de verordening; beheerseisen:

eisen vastgesteld op grond van artikel 16, derde lid, die een schemabeheerder bij het opstellen of wijzigen van een certificatieschema in acht neemt en die betrekking hebben op de wijze waarop een schema tot stand komt dan wel wordt gewijzigd; certificatie:

conformiteitsbeoordeling, uitgevoerd door een conformiteitsbeoordelingsinstantie overeenkomstig het toepasselijke certificatieschema, resulterend in een certificaat; certificatieschema:

document waarin beschreven staat op welke wijze en op grond waarvan de conformiteitsbeoordelingsinstantie de certificatie verricht; conformiteitsbeoordelingsverklaring:

verklaring, afgegeven door een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie, dat een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de daarin gespecificeerde vaste biomassa is geproduceerd op een wijze die voldoet aan de daarop van toepassing zijnde duurzaamheidseisen die in de verklaring zijn gespecificeerd; duurzaamheidseisen:

eisen voor vaste biomassa ten behoeve van energietoepassingen die zijn vastgesteld op grond van artikel 16, eerste lid, en die ten grondslag liggen aan het certificatieschema en het verificatieprotocol waaraan bij de werkzaamheid wordt getoetst in het belang van de bescherming van het milieu; erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie:

rechtspersoon die door Onze Minister van Economische Zaken is erkend voor het uitvoeren van een werkzaamheid en op basis daarvan is gerechtigd tot het afgeven van een conformiteitsbeoordelingsverklaring; erkenning:

beschikking van Onze Minister van Economische Zaken dat een gerechtvaardigd vertrouwen bestaat dat de daarin genoemde conformiteitsbeoordelingsinstantie in staat is bij de daarin aangegeven werkzaamheden te voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen; goedkeuring:

beschikking van Onze Minister van Economische Zaken waarbij wordt vastgesteld dat het daarin genoemde certificatieschema voldoet aan de beheerseisen en duurzaamheidseisen, onder specificatie van de categorie vaste biomassa en de duurzaamheidseisen waarop het schema betrekking heeft en bij certificatie gebruikt mag worden; Onze Ministers:

Onze Minister van Infrastructuur en Milieu en Onze Minister van Economische Zaken; Raad voor Accreditatie:

Raad voor Accreditatie als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Wet aanwijzing nationale accreditatie-instantie; schemabeheerder:

rechtspersoon die op grond van eigendom, auteursrecht of overeenkomst, bevoegd is om een certificatieschema te beheren; vaste biomassa:

biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw, de bosbouw, de visserij- en aquacultuursector en aanverwante bedrijfstakken, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval; verificatie:

conformiteitsbeoordeling, uitgevoerd door een conformiteitsbeoordelingsinstantie overeenkomstig het verificatieprotocol, resulterend in een verificatieverklaring; verificatieprotocol:

normdocument voor verificatie dat op grond van artikel 13 is aangewezen, met eisen voor de wijze waarop en op grond waarvan een erkende conformiteitsbeoordelingsinstantie de verificatie verricht; verordening:

verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 339/93 (PbEU 2008, L 218); werkzaamheid:

certificatie of verificatie.

HOOFDSTUK 2. ERKENNING CONFORMITEITSBEOORDELINGSINSTANTIES

Artikel 2 Erkenning

  1. Onze Minister van Economische Zaken kan op aanvraag erkenning verlenen aan een conformiteitsbeoordelingsinstantie. 2. Onze Minister van Economische Zaken beslist binnen 13 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 3. De erkenning vermeldt ten minste de naam, adres en de vestigingsplaats van de conformiteitsbeoordelingsinstantie en de werkzaamheid die deze gerechtigd is uit te voeren, alsmede een specificatie van de categorie vaste biomassa waarvoor en de goedgekeurde certificatieschema’s of het verificatieprotocol volgens welke de werkzaamheid mag worden uitgevoerd. 4. Onverminderd artikel 3 wordt een erkenning voor een werkzaamheid gebaseerd op een accreditatie of een bewijsstuk waaruit ten genoegen van Onze Minister van Economische Zaken blijkt dat de conformiteitsbeoordelingsinstantie in staat is bij de in de aanvraag aangegeven werkzaamheden te voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen. 5. Een erkenning wordt voor onbepaalde tijd verleend. 6. Een erkenning is niet overdraagbaar. 7. De erkenning wordt in de Staatscourant gepubliceerd. 8. Onze Minister van Economische Zaken houdt een actuele lijst bij van erkende conformiteitsbeoordelingsinstanties alsmede de werkzaamheden die deze mogen uitvoeren, onder specificatie van de categorie vaste biomassa waarvoor en de certificatieschema’s of het verificatieprotocol volgens welke de werkzaamheid wordt uitgevoerd. 9. Onze Minister van Economische Zaken maakt de lijst op een door hem aan te wijzen website bekend.

    Artikel 3 Wederzijdse erkenning

  2. Met een accreditatie als bedoeld bij of krachtens dit besluit wordt gelijkgesteld een accreditatie die is afgegeven door een instelling in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat naar het oordeel van Onze Minister van Economische Zaken ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale accreditatie wordt geboden. 2. Met een accreditatie als bedoeld bij of krachtens dit besluit wordt gelijkgesteld een accreditatie die is afgegeven door een instelling die is aangesloten bij het International Accreditation Forum of de International Laboratory Accreditation Cooperation op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat naar het oordeel van Onze Minister van Economische Zaken ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale accreditatie wordt geboden. 3. Met een erkenning wordt gelijkgesteld een erkenning of een vergelijkbare beschikking afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van voorwaarden die een beschermingsniveau bieden dat naar het oordeel van Onze Minister van Economische Zaken ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat bij of krachtens dit besluit wordt geboden. 4. Artikel 2, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing op de erkenning, bedoeld in het derde lid.

    Artikel 4 Aanvraag erkenning

  3. Een aanvraag om erkenning wordt ingediend bij Onze Minister van Economische Zaken met gebruikmaking van een door hem vastgesteld middel. 2. Bij de aanvraag worden ten minste de volgende gegevens verstrekt: a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de aanvrager; b. de werkzaamheid waarop de aanvraag betrekking heeft, onder specificatie van de categorie vaste biomassa waarvoor en een of meer goedgekeurde certificatieschema’s of het verificatieprotocol volgens welke de aanvrager de werkzaamheid beoogt uit te voeren; c. een accreditatie of een ander bewijsstuk waaruit ten genoegen van Onze Minister van Economische Zaken blijkt dat de conformiteitsbeoordelingsinstantie in staat is bij het uitvoeren van de in de aanvraag aangegeven werkzaamheden te voldoen aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen.

    Artikel 5 Weigeren erkenning

  4. Een erkenning wordt in ieder geval geweigerd indien de aanvrager in staat van faillissement verkeert of surseance van betaling heeft verkregen. 2. Een erkenning kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, indien de aanvrager of een bestuurder daarvan in de drie jaren voorafgaande aan de aanvraag artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht heeft overtreden, voor zover de overtreding verband houdt met een werkzaamheid waarop de aanvraag betrekking heeft. 3. Indien er aanwijzingen zijn dat sprake is van een overtreding als bedoeld in het tweede lid, kan Onze Minister van Economische Zaken de aanvrager verzoeken binnen een redelijke termijn een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die niet ouder is dan twee maanden, te overleggen. Indien de aanvrager niet binnen de gestelde termijn aan dit verzoek voldoet, kan Onze Minister van Economische Zaken de erkenning weigeren...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT