Besluit garantiebedrag

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 9 juli 2020, houdende de vaststelling van de periode waarover het inkomen ten behoeve van het garantiebedrag Wajong in aanmerking wordt genomen (Besluit garantiebedrag)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 juni 2020, nr. 2020-0000071198; Gelet op artikel 8:8, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 24 juni 2020, No. W12.20.0170/III);Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 6 juli 2020, nr. 2020-0000079379; Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 Begripsbepaling

In dit besluit wordt verstaan onder Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

Artikel 2 Periode vaststelling inkomen ten behoeve van het garantiebedrag
  1. De periode, bedoeld in artikel 8:8, tweede lid, van de Wajong is voor de jonggehandicapte die in het jaar 2020 inkomen geniet sinds: a. de maand november of eerder: de maanden december 2019 tot en met november 2020; b. de maand december: de maand januari 2021. 2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden slechts de maanden in aanmerking genomen waarin inkomen is genoten. 3. In afwijking van het eerste en tweede lid, is de periode, bedoeld in artikel 8:8, tweede lid, van de Wajong, voor de jonggehandicapte die in het jaar 2020 inkomen heeft in de vorm van belastbare winst uit onderneming, het jaar 2021.

Artikel 3 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 4 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit garantiebedrag Wajong.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 9 juli 2020Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. van ’t Wout

Uitgegeven de twintigste juli 2020 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Hoofdstuk 1. Algemeen

Paragraaf 1.1. Aanleiding

Met de Wet van 27 mei 2020 tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en enkele andere wetten in verband met verdere activering van de participatie van jonggehandicapten en het harmoniseren van de verschillende regimes Wajong (Stb. 2020, 173) (hierna: Wet vereenvoudiging Wajong) zijn diverse wijzigingen in de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (hierna: Wajong) doorgevoerd.

Dit besluit stelt de periode vast op basis waarvan het garantiebedrag van de geharmoniseerde regeling voor inkomensondersteuning in de Wajong wordt vastgesteld. Het garantiebedrag wordt vastgesteld op basis van de inkomensvoorziening of arbeidsongeschiktheidsuitkering waarop de jonggehandicapte die in de maand voor inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging Wajong inkomen genoot, recht zou hebben gehad in de daaropvolgende maand. In artikel 8:8 van de Wajong wordt voor de vaststelling van dit garantiebedrag, in afwijking van de reguliere werkwijze, het gemiddelde inkomen per maand gebruikt over een bij algemene maatregel van bestuur bepaalde periode. Deze periode kan voor verschillende gevallen verschillend worden vastgesteld.

Paragraaf 1.2. Toelichting garantiebedrag overgangsregime

De geharmoniseerde regeling voor inkomensondersteuning kan in individuele gevallen leiden tot een hoger, maar ook tot een lager inkomen plus inkomensondersteuning in de oWajong (inclusief Bremanregeling) en in de (voortgezette) werkregeling én de Bremanregeling in de Wajong2010. De reden hiervoor is dat de genoemde regelingen vervangen worden door één systeem voor inkomensondersteuning in de oWajong, Wajong2010 en Wajong2015. Voor een toelichting van de regels voor inkomensondersteuning per Wajong-regeling wordt verwezen naar het kader op pagina 4 tot en met 6 van de memorie van toelichting bij de Wet vereenvoudiging Wajong.1

Om te regelen dat een Wajonger er op het moment van inwerkingtreding in totaalinkomen niet – of in ieder geval niet direct – op achteruit gaat stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: UWV) een individueel garantiebedrag voor de Wajong-uitkering vast. In het geval dat de inkomensondersteuning voor Wajongers op basis van de nieuwe regels lager uitvalt dan de hoogte van het individuele garantiebedrag, ontvangen zij een uitkering ter hoogte van dit garantiebedrag. Het garantiebedrag wordt vastgesteld op basis van de hoogte van de inkomensondersteuning waarbij verlagingen (bijvoorbeeld vanwege een opgelegde maatregel) en verhogingen (bijvoorbeeld vanwege hulpbehoevendheid) buiten beschouwing worden gelaten. Reden hiervoor is dat verlagingen en verhogingen tijdelijk van aard kunnen zijn en aanvullend zijn op de inkomensondersteuning. De verlagingen en verhogingen worden vervolgens toegepast op het garantiebedrag of de op basis van de nieuwe rekenregels vastgestelde inkomensondersteuning. Het garantiebedrag wordt halfjaarlijks, gelijk met de indexatie van het wettelijk minimumloon, geïndexeerd.

Oorspronkelijk was de regering voornemens om bij het vaststellen van het garantiebedrag uit te gaan van het inkomen in de maand januari 2021. Deze inkomensgegevens worden echter pas medio februari 2021 beschikbaar. Dit is te laat om voorafgaand aan inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging Wajong een garantiebedrag te kunnen vaststellen. Naar aanleiding van de uitvoeringstoets van het UWV2 heeft de regering er daarom voor gekozen het garantiebedrag vast te stellen op basis van een gemiddeld inkomen in een bij dit besluit vastgestelde periode. Bij het vaststellen van de periode wordt er zoveel mogelijk naar gestreefd de Wajonger voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging W...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT