Besluit ongewenste zeggenschap telecommunicatie

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 22 september 2020, houdende regels ter uitwerking van hoofdstuk 14a van de Telecommunicatiewet (Besluit ongewenste zeggenschap telecommunicatie)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 14 juli 2020, nr. WJZ /20162959; Gelet op artikel 14a.4, derde en vierde lid, van de Telecommunicatiewet;De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 22 juli 2020, nr. W18.20.0264/IV);Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 17 september 2020, nr. WJZ / 20216702; Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1
  1. Bij de toepassing van artikel 14a.4, derde lid, wordt aangenomen dat er sprake is van relevante invloed als bedoeld in dat lid, aanhef en onder a tot en met d, indien de telecommunicatiepartij bedoeld in artikel 14a.4, eerste lid, en eventuele andere telecommunicatiepartijen waarin de houder of verkrijger of de groep waarvan de houder of verkrijger deel uitmaakt overwegende zeggenschap houdt of verkrijgt, alleen of tezamen: a. een internettoegangsdienst of telefoondienst aanbiedt aan meer dan 100.000 eindgebruikers in Nederland, waarbij met betrekking tot: 1° de vaste internettoegangs- of telefoondienst, met uitzondering van de vaste internettoegangsdienst aan zakelijke eindgebruikers, wordt uitgegaan van 2 eindgebruikers per aansluiting, 2° de vaste internettoegangsdienst aan zakelijke gebruikers wordt uitgegaan van 8 eindgebruikers per aansluiting, 3° de mobiele internettoegangsdienst of telefoondienst wordt uitgegaan van 1 eindgebruiker per aansluiting, b. een elektronisch communicatienetwerk aanbiedt waarover aan meer dan 100.000 eindgebruikers in Nederland internettoegangsdiensten of telefoondiensten worden aangeboden, c. een internetknooppunt aanbiedt waarop meer dan 300 autonome systemen zijn aangesloten, d. datacenterdiensten aanbiedt met een stroomcapaciteit van meer dan 50 MW, e. hostingdiensten aanbiedt ten behoeve van meer dan 400.000 .nl-domeinnamen, f. een gekwalificeerde vertrouwensdienst aanbiedt, g. een elektronische communicatiedienst of elektronisch communicatienetwerk, datacenterdienst of vertrouwensdienst aanbiedt aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, het ministerie van Defensie, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid of de Nationale Politie, of h. indien de drempelwaarden, bedoeld in de onderdelen a, b, c, d, of e niet worden bereikt, een combinatie van diensten als bedoeld in die onderdelen aanbiedt, die bij elkaar optellen tot een drempelwaarde van 1 of hoger, waarbij voor de berekening van de drempelwaarde: 1° het aantal eindgebruikers waaraan een internettoegangsdienst of telefoondienst zowel direct als indirect via diens elektronisch communicatienetwerk wordt aangeboden, wordt gedeeld door 100.000, 2° het aantal autonome systemen dat is aangesloten op een internetknooppunt wordt gedeeld door 300, 3° het jaarlijks verbruik van de datacenters wordt gedeeld door 50, en 4° het aantal .nl-domeinnamen ten behoeve waarvan hostingdiensten worden aangeboden wordt gedeeld door 400.000 miljoen. 2. Onder zakelijke gebruiker in het eerste lid wordt verstaan een natuurlijke persoon of rechtspersoon die gebruik maakt van of verzoekt om een openbare elektronische communicatiedienst of -netwerk voor bedrijfs- of beroepsdoeleinden.

Artikel 2
Artikel I

onderdeel A tot en met C, en artikel II van de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (Stb. 2020, 165) en dit besluit treden in werking met ingang van 1 oktober 2020.

Artikel 3

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit ongewenste zeggenschap telecommunicatie.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 22 september 2020Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, M.C.G. Keijzer

Uitgegeven de achtentwintigste september 2020 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Artikel 14

a.4 van de Telecommunicatiewet geeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) de bevoegdheid het verkrijgen of houden van overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verbieden indien het verkrijgen of houden van deze zeggenschap naar zijn oordeel leidt tot een bedreiging van het publiek belang. Van een bedreiging van het publiek belang in de zin van hoofdstuk 14a van de wet kan slechts sprake zijn als de overwegende zeggenschap leidt tot relevante invloed in de telecommunicatiesector, en ten aanzien van de verkrijger of houder van de overwegende zeggenschap de in de wet omschreven omstandigheden van toepassing zijn. Een investeerder die het voornemen heeft overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verkrijgen is op grond van artikel 14a.2 van de wet verplicht dit voornemen te melden aan de minister van EZK indien deze zeggenschap leidt tot relevante invloed in de telecommunicatiesector.

In dit besluit wordt nader uitgewerkt wanneer sprake is van relevante invloed in de telecommunicatiesector. In artikel 14a.4, derde lid, is in grote lijnen aangegeven wanneer sprake is van relevante invloed. Hierbij is aangehaakt bij de schadelijke gevolgen die een houder van overwegende zeggenschap in theorie zou kunnen veroorzaken, indien hij de intentie zou hebben om zijn zeggenschap te gebruiken om de door de telecommunicatiepartij aangeboden netwerken en diensten te misbruiken of opzettelijk te laten uitvallen. Wanneer deze theoretische gevolgen dermate ernstig zijn dat de regering het ter bescherming van de nationale veiligheid en openbare orde noodzakelijk acht om de verkrijging van relevante invloed in de sector te laten toetsen door de minister van EZK, kan in de tijd veranderen. De maatschappelijke afhankelijkheid van bepaalde telecommunicatiediensten of -netwerken kan toenemen, en de manier waarop de relevantie van telecommunicatiepartijen kan worden gemeten kan veranderen. Om die reden zijn in artikel 14a.4, derde lid, van de wet tijdsbestendige omschrijvingen opgenomen, die volgens het vierde lid bij of krachtens algemene maatregel van bestuur moeten worden uitgewerkt. Om partijen die voornemens zijn om overwegende zeggenschap in een telecommunicatiepartij te verkrijgen zo veel mogelijk duidelijkheid en rechtszekerheid te geven over de vraag of zij hun investering moeten melden worden hiervoor in dit besluit objectief meetbare drempelwaarden vastgesteld.

Van relevante invloed in de telecommunicatiesector is volgens artikel 14a.4, derde lid, van de wet sprake, indien misbruik of opzettelijke uitval van de telecommunicatiepartij waarin overwegende zeggenschap wordt verkregen of gehouden, kan leiden tot: a. een onrechtmatige inbreuk op de vertrouwelijkheid van de communicatie, dan wel een onderbreking van de internettoegangsdienst of telefoondienst van meer dan een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal eindgebruikers; b. een onderbreking van de beschikbaarheid of verificatie van bij algemene maatregel van bestuur genoemde diensten en toepassingen die worden geleverd via het internet voor zover die diensten een bij die algemene maatregel van bestuur te bepalen drempelwaarde overschrijden; c. een belangrijke mate van onderbreking van de beschikbaarheid, betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid van een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen product of dienst ten behoeve van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst of een publieke taak op het gebied van defensie, de handhaving van de rechtsorde dan wel hulpverlening; d. andere bij algemene maatregel van bestuur genoemde ernstige gevolgen met betrekking tot de continuïteit van dienstverlening door een telecommunicatiepartij dan wel de vertrouwelijkheid van communicatie.

Bij het bepalen van de mate van invloed in de telecommunicatiesector wordt niet alleen gekeken naar het belang van de telecommunicatiepartij waar de investeerder op dat moment overwegende zeggenschap in wenst te verkrijgen, maar ook naar andere telecommunicatiepartijen waarin de betreffende investeerder, of de groep waarvan hij deel uitmaakt, overwegende...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT