Besluit plantgezondheid

Besluit van 2 oktober 2020, houdende bepalingen in verband met plantgezondheid (Besluit plantgezondheid)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, mede namens Onze Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, nr. WJZ / 20174665; Gelet op de artikelen 2, derde lid, 20, eerste lid, onderdeel b, 21, derde lid en 27, eerste lid, van de Plantgezondheidswet; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 26 augustus 2020, nr. W11.20.0232/IV); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 29 september 2020, nr. WJZ / 20233960; Hebben goedgevonden en verstaan:

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:ander materiaal:

ander materiaal als bedoeld in artikel 2, onder 5, van verordening 2016/2031;bloembollen:

bloembollen als bedoeld krachtens artikel 10, tweede lid, onder e, van het Landbouwkwaliteitsbesluit en de voor opplant bestemde planten hiervan; BKD:

Stichting Bloembollenkeuringsdienst;bosbouwgewassen:

bosbouwgewassen als bedoeld in artikel 1, onder n, van het Besluit verhandeling teeltmateriaal en de voor opplant bestemde planten hiervan; KCB:

Stichting Kwaliteits-Controle-Bureau;landbouwgewassen:

landbouwgewassen als bedoeld in artikel 1, onder p, van het Besluit verhandeling teeltmateriaal, de voor opplant bestemde planten hiervan alsmede andere gewassen die door hun productiewijze als zodanig aangemerkt kunnen worden en consumptieaardappelen; NAK:

Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen;Naktuinbouw:

Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw;overtreder:

degene die de overtreding pleegt of mede pleegt;voor opplant bestemde planten:

planten als bedoeld in artikel 2, onder 4, van verordening 2016/2031;tuinbouwgewassen:

tuinbouwgewassen als bedoeld in artikel 1, onder o, van het Besluit verhandeling teeltmateriaal en de voor opplant bestemde planten hiervan, alsmede andere gewassen die door hun productiewijze als zodanig aangemerkt kunnen worden; wet:

Plantgezondheidswet.

HOOFDSTUK 2. BEVOEGDE AUTORITEIT

Artikel 2

De BKD wordt aangewezen als bevoegde autoriteit met betrekking tot bloembollen voor:a. de officiële controles en andere officiële activiteiten ten aanzien van de bij of krachtens artikel 37 van verordening 2016/2031 bedoelde voorschriften; b. het verlenen van een erkenning aan marktdeelnemers voor de afgifte van plantenpaspoorten, bedoeld in artikel 89, eerste lid, van verordening 2016/2031; c. de afgifte, de vervanging, het ongeldig maken en het verwijderen van plantenpaspoorten als bedoeld in de artikelen 84, tweede lid, 93, eerste en tweede lid en 95, tweede lid, van verordening 2016/2031; d. het onderzoek voor de afgifte van een plantenpaspoort als bedoeld in artikel 87, tweede lid en derde lid, onderdeel c, van verordening 2016/2031; e. inspecties en maatregelen met betrekking tot de erkende marktdeelnemers als bedoeld in artikel 92 van verordening 2016/2031; f. de officiële controles: 1°. aan grenscontroleposten als bedoeld in artikel 49 van verordening 2017/625; en 2°. op andere controlepunten als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/625; g. indien het onderzoek of de controle-activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met f, daartoe aanleiding geven, het opleggen van fytosanitaire maatregelen als bedoeld in bijlage II van verordening 2016/2031, voor de EU-quarantaineorganismen, genoemd in de bijlage; h. het beslissen over zendingen als bedoeld in artikel 55 van verordening 2017/625.

Artikel 3

De NAK wordt aangewezen als bevoegde autoriteit met betrekking tot landbouwgewassen voor: a. de officiële controles en andere officiële activiteiten ten aanzien van de bij of krachtens artikel 37 van verordening 2016/2031 bedoelde voorschriften; b. het verlenen van een erkenning aan marktdeelnemers voor de afgifte van plantenpaspoorten, bedoeld in de artikel 89, eerste lid, van verordening 2016/2031; c. de afgifte, de vervanging, het ongeldig maken en het verwijderen van plantenpaspoorten als bedoeld in de artikelen 84, tweede lid, 93, eerste en tweede lid en 95, tweede lid, van verordening 2016/2031; d. het onderzoek voor de afgifte van een plantenpaspoort als bedoeld in artikel 87, tweede lid en derde lid, onderdeel c, van verordening 2016/2031; e. inspecties en maatregelen met betrekking tot de erkende marktdeelnemers als bedoeld in artikel 92 van verordening 2016/2031; f. de officiële controles: 1°. aan grenscontroleposten als bedoeld in artikel 49 van verordening 2017/625; en 2°. op andere controlepunten als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/625; g. indien het onderzoek of de controle-activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met f, daartoe aanleiding geven, het opleggen van fytosanitaire maatregelen als bedoeld in bijlage II van verordening 2016/2031, voor de EU-quarantaineorganismen, genoemd in de bijlage; h. het beslissen over zendingen als bedoeld in artikel 55 van verordening 2017/625.

Artikel 4

De Naktuinbouw wordt aangewezen als bevoegde autoriteit met betrekking tot tuinbouw- en bosbouwgewassen voor: a. de officiële controles en andere officiële activiteiten ten aanzien van de bij of krachtens artikel 37 van verordening 2016/2031 bedoelde voorschriften; b. het verlenen van een erkenning aan marktdeelnemers voor de afgifte van plantenpaspoorten, bedoeld in artikel 89, eerste lid, van verordening 2016/2031; c. de afgifte, de vervanging, het ongeldig maken en het verwijderen van plantenpaspoorten als bedoeld in de artikelen 84, tweede lid, 93, eerste en tweede lid en 95, tweede lid, van verordening 2016/2031; d. het onderzoek voor de afgifte van een plantenpaspoort als bedoeld in artikel 87, tweede lid en derde lid, onderdeel c, van verordening 2016/2031; e. inspecties en maatregelen met betrekking tot de erkende marktdeelnemers als bedoeld in artikel 92 van verordening 2016/2031; f. de officiële controles: 1°. aan grenscontroleposten als bedoeld in artikel 49 van verordening 2017/625; en 2°. op andere controlepunten als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/625; g. indien het onderzoek of de controle-activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met f, daartoe aanleiding geven, het opleggen van fytosanitaire maatregelen als bedoeld in bijlage II van verordening 2016/2031, voor de EU-quarantaineorganismen, genoemd in de bijlage; h. het beslissen over zendingen als bedoeld in artikel 55 van verordening 2017/625.

Artikel 5

De KCB wordt aangewezen als bevoegde autoriteit met betrekking tot planten, plantaardige producten, voor opplant bestemde planten en ander materiaal voor: a. de officiële controles en andere officiële activiteiten ten aanzien van de bij of krachtens artikel 37 van verordening 2016/2031 bedoelde voorschriften; b. het verlenen van een erkenning aan marktdeelnemers voor de afgifte van plantenpaspoorten, bedoeld in artikel 89, eerste lid, van verordening 2016/2031; c. de afgifte, de vervanging, het ongeldig maken en verwijderen van plantenpaspoorten als bedoeld in de artikelen 84, tweede lid, 93, eerste en tweede lid en 95, tweede lid, van verordening 2016/2031; d. het onderzoek voor de afgifte van een plantenpaspoort als bedoeld in artikel 87, tweede lid en derde lid, onderdeel c, van verordening 2016/2031; e. inspecties en maatregelen met betrekking tot de erkende marktdeelnemers als bedoeld in artikel 92 van verordening 2016/2031; f. de officiële controles: 1°. aan grenscontroleposten als bedoeld in artikel 49 van verordening 2017/625; en 2°. op andere controlepunten als bedoeld in artikel 53, eerste lid, onderdeel a, van verordening 2017/625; g. indien het onderzoek of de controle-activiteiten, bedoeld in de onderdelen a tot en met f, daartoe aanleiding geven, het opleggen van fytosanitaire maatregelen als bedoeld in bijlage II van verordening 2016/2031, voor de EU-quarantaineorganismen, genoemd in de bijlage; h. het beslissen over zendingen als bedoeld in artikel 55 van verordening 2017/625.

HOOFDSTUK 3. PREVENTIE

Artikel 6

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor de beheersing van risico’s op schadelijke organismen bij planten, plantaardige producten en ander materiaal op het gebied van onder meer: a. bacterievuur; b. teeltvoorschriften; c. beregeningsverbodsgebieden.

HOOFDSTUK 4. RETRIBUTIES

Artikel 7
  1. Onze Minister stuurt als bevoegde autoriteit een factuur voor retributies als bedoeld in artikel 21, eerste en tweede lid, van de wet. 2. De BKD, NAK, Naktuinbouw en de KCB sturen als bevoegde autoriteit een factuur voor retributies als bedoeld in artikel 21, zesde lid, van de wet. 3. De tarieven worden in rekening gebracht op basis van de activiteiten of werkzaamheden die worden verricht door of in opdracht van de bevoegde autoriteit of worden verricht door de professionele marktdeelnemer. 4. Het tarief van de retributie kan worden gerelateerd aan: a. de tijd besteed aan de activiteiten; b. het aantal of het gewicht van de producten of partijen producten waarop de activiteiten betrekking hebben; c. de oppervlakte van het areaal waarop de activiteiten betrekking hebben; d. elektronische certificering en documentenverstrekking; e. het aantal locaties van een professionele marktdeelnemer; f. de omzet van een professionele marktdeelnemer, behaald met de activiteiten die onderworpen zijn aan de officiële controles of andere officiële activiteiten van de bevoegde autoriteit; of g. de omvang van het risico op niet-naleving van het bij of krachtens de wet of verordening 2016/2031 bepaalde door de desbetreffende professionele...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT