Besluit van 10 oktober 2019 tot wijziging van het Besluit diergezondheidsheffing in verband met de vaststelling van nieuwe plafondbedragen en de tarieven voor 2020 en wijziging van de maximale hoogte van de reserve

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 10 oktober 2019 tot wijziging van het Besluit diergezondheidsheffing in verband met de vaststelling van nieuwe plafondbedragen en de tarieven voor 2020 en wijziging van de maximale hoogte van de reserve

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, nr. WJZ / 19184839; Gelet op de artikelen 91j, 91k, derde lid, en 91m van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 11 september 2019. nr. W11.19.0249/IV); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 8 oktober 2019, nr. WJZ/ 19223910; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit diergezondheidsheffing wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 1 wordt als volgt gewijzigd:1. De begripsbepalingen van grootmoederdier en moederdier vervallen. 2. In alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen ingevoegd: grootouderdier:

kip die 17 weken of ouder is en gehouden wordt voor de productie van broedeieren ter verkrijging van ouderdieren; ouderdier:

kip die 17 weken of ouder is en gehouden wordt voor de productie van broedeieren ter verkrijging van gebruikspluimvee;. BNa artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3

a.

De tarieven voor de diergezondheidsheffing worden voor de jaren 2020 tot en met 2024 zodanig vastgesteld dat de totale opbrengst in die periode niet meer bedraagt dan: a. voor runderen: € 43.220.000; b. voor varkens: € 57.947.300; c. voor kippen, kalkoenen, eenden en broedeieren: € 78.000.000; d. voor schapen en geiten: € 9.095.440. CArtikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

De omvang van de in artikel 91k, eerste lid, onderdeel b, van de wet bedoelde reserve bedraagt: a. voor runderen: € 1.800.000; b. voor varkens: € 7.400.000; c. voor kippen, kalkoenen, eenden en broedeieren: € 7.423.000; d. voor schapen en geiten: €98.000. DArtikel 5 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «€ 1,060996» vervangen door «€ 0,749841» en wordt «grootmoederdier» vervangen door «grootouderdier». 2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «€ 0,089361» vervangen door «€ 0,040259» en wordt «moederdier» vervangen door «ouderdier». 3. In het tweede lid, onderdeel a, wordt «€ 0,172464» vervangen door «€ 0,136859» en wordt «moederdier» vervangen door «ouderdier». 4. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «€ 1,023720» vervangen door «€ 0,903363» en wordt «grootmoederdier» vervangen door «grootouderdier». 5. In het derde lid, onderdeel a, wordt «€ 0,008595» vervangen door «€ 0,007959». 6. In het derde lid, onderdeel b, wordt «€ 0,005157» vervangen door «€ 0,005416». 7. In het vierde lid, onderdeel a, wordt «€ 0,002039» vervangen door «€ 0,002757». 8. In het vierde lid, onderdeel b, wordt «€ 0,001594» vervangen door «€ 0,000772». EArtikel 6 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «€ 0,5194» vervangen door «€ 0,875025» en wordt «grootmoederdier» vervangen door «grootouderdier». 2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «€ 0,05917» vervangen door «€ 0,141140» en wordt «moederdier» vervangen door «ouderdier». 3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt «€ 0,016463» vervangen door «€ 0,023484». 4. In het tweede lid, onderdeel a, wordt «€ 1,161781» vervangen door «€ 0,987378» en wordt «grootmoederdier» vervangen door «grootouderdier». 5. In het tweede lid, onderdeel b, wordt «€ 0,213226» vervangen door «€ 0,269772» en wordt «moederdier» vervangen door «ouderdier». 6. In het derde lid, onderdeel a, wordt «€ 0,451179» vervangen door «€ 0,514633». 7. In het derde lid, onderdeel b, wordt «€ 0,339641» vervangen door «€ 0,314572». 8. In het derde lid, onderdeel c, wordt «€ 0,257878» vervangen door «€ 0,201469». 9. In het derde lid, onderdeel d, wordt «€ 0,214681» vervangen door «€ 0,164747». 10. In het vierde lid, onderdeel a, wordt «€ 0,005015» vervangen door «€ 0,004941». 11. In het vierde lid, onderdeel b, wordt «€ 0,000534» vervangen door «€ 0,000413». 12. In het vierde lid, onderdeel c, wordt «€ 0,000338» vervangen door «€ 0,000282». FArtikel 7 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt «€ 0,049871» vervangen door «€ 0,047355». 2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt «€ 0,079794» vervangen door «€ 0,088633». 3. In het tweede lid wordt «€ 0,001213» vervangen door «€ 0,004032». GArtikel 8 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «€ 0,003509» vervangen door «€ 0,013634». 2. In het tweede lid wordt «€ 0,002643» vervangen door «€ 0,001091». HArtikel 9 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «€ 1,807» vervangen door «€ 2,442». 2. In het tweede lid wordt «€ 0,3465» vervangen door «€ 0,345». IArtikel 10 komt als volgt te luiden:

Artikel 10
  1. Het tarief voor de diergezondheidsheffing ter zake van het houden van schapen bedraagt € 0,896 per schaap. 2. Het tarief voor de diergezondheidsheffing ter zake van het houden van geiten bedraagt € 1,291 per geit.

ARTIKEL II

In artikel 3.24, vierde lid, onderdelen a en b, van het Besluit natuurbescherming wordt «dieren en planten» vervangen door «uit het wild afkomstige dieren en planten die na 10 juni 1994 aantoonbaar overeenkomstig de op dat moment geldende regelgeving aan de natuur zijn onttrokken».

ARTIKEL III
Artikel 9

van het Besluit diergezondheidsheffing treedt in werking met ingang van 1 januari 2020.

ARTIKEL IV

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2020, met uitzondering van artikel II, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 10 oktober 2019Willem-AlexanderDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

Uitgegeven de tweeëntwintigste oktober 2019 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

I Algemeen deel

  1. Inleiding

    Dit besluit wijzigt het Besluit diergezondheidsheffing. Via de diergezondheidsheffing dragen houders van productiedieren en andere ondernemers in de dierlijke productieketen bij aan de kosten van preventie en bestrijding van dierziekten, die uit het Diergezondheidsfonds worden betaald. De heffing voor het houden van dieren wordt geheven naar het aantal dieren van een diersoort of diercategorie dat in een kalenderjaar wordt gehouden. Behalve bij pluimvee waar wordt geheven per koppel dat in een stal wordt gebracht. Over de bijdragen zijn afspraken gemaakt tussen het Rijk en de betrokken sectoren. Die afspraken zijn voor de jaren 2020 tot en met 2024 vastgelegd in een nieuw convenant, het Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 2020–2024.

    Voor het jaar 2020 worden de tarieven voor vier sectoren aangepast: voor pluimveehouders en broederijen, voor rundveehouders, voor schapenhouders en voor geitenhouders. Voor de varkenssector is het niet nodig om de heffingstarieven aan te passen, omdat de verwachte uitgaven constant blijven. Voor de pluimveehouders en broedeierenproducenten zijn de totale kosten die in 2020 via een heffing moeten worden opgebracht lager dan in 2019. Ook is de verdeling tussen de verschillende categorieën pluimveehouders aangepast. In de rundveesector werden tot en met 2019 geen heffingen opgelegd, omdat er nog reserves beschikbaar waren van het voormalige productschap. Die reserves zijn niet langer voldoende om in de kosten van het Diergezondheidsfonds te voorzien. Daarom treedt artikel 9 van het Besluit diergezondheidsheffing op 1 januari 2020 in werking en wordt ook aan rundveehouders een diergezondheidsheffing opgelegd. Voor de schapen- en geitensector veranderen de totale kosten die met de heffing moeten worden opgebracht nauwelijks. Wel zijn de kosten op verzoek van beide sectoren toegedeeld aan één van beide sectoren en zijn er, anders dan tot nu toe het geval was, aparte heffingstarieven voor schapen- en geitenhouders vastgesteld.

    Verder zijn nieuwe plafondbedragen vastgesteld, voor de jaren 2020 tot en met 2024, en is de hoogte van de crisisreserve aangepast.

    De wijzigingen worden hieronder verder toegelicht.

  2. Plafondbedragen

    Met de wijziging van het heffingenstelsel voor de diergezondheidsheffing in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, die op 1 januari 2018 in werking trad, zijn de plafondbedragen voor de periode 2015–2019 in de wet vastgelegd, in artikel 91n van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren1. Artikel 91j van die wet regelt dat deze plafondbedragen vanaf 2020 bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld, voor periodes van vijf kalenderjaren. De plafondbedragen die met ingang van 1 januari 2020 gelden, zijn dus van toepassing tot en met 31 december 2024. Deze bedragen zijn opgenomen in een nieuw artikel 3a van het Besluit diergezondheidsheffing.

    Het plafondbedrag is net als in de voorgaande jaren vastgesteld per sector: runderen, varkens, kippen, kalkoenen, eenden en broedeieren en schapen en geiten. Deze bedragen zijn steeds opgebouwd uit een deel bestrijdingskosten en een deel reguliere kosten.

    Bestrijdingskosten zijn de uitgaven die de sector voor zijn rekening neemt bij een uitbraak van een besmettelijke dierziekte. Deze kosten blijven voor de rundveesector en de schapen- en geitensector gelijk ten opzichte van de periode 2015–2019. Er zijn aanwijzingen dat het risico op het uitbreken van een besmettelijke dierziekten lager is geworden. Deze inschatting is gebaseerd op basis van een modelberekening voor de insleep van mond- en klauwzeer. Een laag risico betekent echter niet dat de kosten bij een uitbraak ook laag zijn. Aangezien de verwachte bestrijdingskosten in de periode 2015–2019 al laag waren ingeschat en bovendien de afspraken over de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de overheid en houders van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT