Besluit van 11 september 2020 tot wijziging van het Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten in verband met het toevoegen van een maatstaf voor de berekening van de specifieke uitkering voor de regionale meld- en coördinatiefunctie en het regionaal programma

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 11 september 2020 tot wijziging van het Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten in verband met het toevoegen van een maatstaf voor de berekening van de specifieke uitkering voor de regionale meld- en coördinatiefunctie en het regionaal programma

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 13 juli 2020, nr. JZ/2400872(11484) directie Wetgeving en Juridische Zaken; Gelet op de artikelen 8.3.2, vijfde lid en 8.3.4, vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, de artikelen 162b, vijfde lid en 162c1, vierde lid, van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 118h, vijfde lid en 118i1, vierde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 26 augustus 2020, nr. W05.20.0274/I); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 9 september 2020, nr. WJZ/25421451(11484), directie Wetgeving en Juridische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten wordt als volgt gewijzigd: AAan artikel 4, eerste lid, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:e. een bedrag per regio, bedoeld in artikel 1, zoals vastgesteld in een bij ministeriële regeling opgenomen bijlage. BArtikel 5 wordt als volgt gewijzigd:1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1» geplaatst. 2. In het eerste lid (nieuw) wordt «De specifieke uitkering» vervangen door «Het gedeelte van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a tot en met d,». 3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 2. Het gedeelte van de specifieke uitkering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel e, wordt behoudens de eventueel uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen betaald in januari van het jaar waarvoor de specifieke uitkering is vastgesteld. CHoofdstuk 2a en de daarbij behorende bijlagen A en B vervallen.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van artikel I, onderdeel C, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2021.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 11 september 2020Willem-AlexanderDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, I.K. van Engelshoven

Uitgegeven de negenentwintigste september 2020 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Inleiding

Gemeenten en onderwijsinstellingen zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van een regionaal programma voortijdig schoolverlaten en jongeren in een kwetsbare positie (hierna: het «regionaal programma»). Met dit regionaal programma voeren onderwijsinstellingen en gemeenten telkens voor een periode van vier jaar een regionaal programma uit om voortijdig schoolverlaten te voorkomen en te bestrijden. Deze taak is sinds 1 januari 2019 opgenomen in artikel 8.3.4 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (hierna: «WEB»).1 Daarnaast zijn gemeenten verantwoordelijk voor de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (hierna: «RMC-functie»). Dit houdt in dat gemeenten de taak hebben om een regionaal netwerk van partijen samen te stellen voor het bestrijden van voortijdig schoolverlaten (artikel 8.3.2 WEB). Voor deze RMC-taak en het regionaal programma ontvangen instellingen een subsidie en gemeenten een specifieke uitkering.

Toen de Wet van 15 juni 2018 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs inzake regionale samenwerking voortijdig schoolverlaten en jongeren in een kwetsbare positie (Stb. 2018, 210) op 1 januari 2019 in werking trad, is de specifieke uitkering voor het regionaal programma geïntegreerd in de specifieke uitkering voor de RMC-functie van gemeenten. Sindsdien bestaat er dus één uitkering voor twee taken. Dit besluit voegt het budget, dat voorheen afzonderlijk voor het regionaal programma beschikbaar was, als apart budget toe aan de specifieke uitkering, welke voorheen alleen voor de RMC-functie bedoeld was. Het bedrag van dit budget en de verdeling daarvan zijn -afgezien van (eventuele) loon- en prijsbijstellingen – hetzelfde als in 2019 en 2020. De gemeenten gaan er voor de periode 2021 tot en met 2024 ook vanuit dat dit de bedragen zijn, die zij zullen ontvangen voor het uitvoeren van het regionaal programma.

Inhoud van het besluit

...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT