Besluit van 12 juli 2019, houdende het geven van een aanwijzing aan het bestuur van Curaçao tot aanpassing van de begroting 2019, rekening houdend met de in artikel 15 van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten genoemde normen

 
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 12 juli 2019, houdende het geven van een aanwijzing aan het bestuur van Curaçao tot aanpassing van de begroting 2019, rekening houdend met de in artikel 15 van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten genoemde normen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 12 juli 2019, kenmerk 2019-0000256089, DGKR-Directie Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de conclusie van de raad van ministers van het Koninkrijk van 12 juli 2019. OverwegingenOverwegende dat:– gezonde overheidsfinanciën, zoals neergelegd in de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten, van groot belang zijn voor de economische ontwikkeling en stabiliteit van Curaçao; – de inkomsten en uitgaven van het bestuur niet in evenwicht zijn en het financieel beheer niet op orde is; – uit de conceptjaarrekening 2017 een tekort van ANG 116,8 miljoen is gebleken; – op basis van voorlopige realisatiecijfers over 2018 een tekort van ANG 52,7 miljoen wordt verwacht; – de inschatting is dat het begrotingsjaar 2019 met een tekort van ANG 98 miljoen zal worden afgesloten; – er diverse risico’s zijn die kunnen leiden tot een verdere toename van dit tekort; – cumulatief de tekorten over 2017, 2018 en 2019 volgens de huidige inzichten ANG 267,5 miljoen bedragen. – het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten het bestuur meermalen heeft geadviseerd de begroting in overeenstemming te brengen met de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten en ook overigens te voldoen aan de wettelijke bepalingen zoals neergelegd in de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten; – hoewel het bestuur enkele betekenisvolle stappen heeft genomen, daarmee echter niet wordt voorkomen dat ook 2019 weer met een tekort zal eindigen en voor het derde achtereenvolgende jaar niet aan de wettelijke norm van een sluitende gewone dienst voldaan wordt; – het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten alle wettelijke instrumenten die het ingevolge de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten ten dienste staan heeft benut; – het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten zijn bericht van 1 april 2019 aan de Rijksministerraad vergezeld heeft laten gaan van het advies tot het geven van een aanwijzing op grond van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten; – het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten het advies van 1 april 2019 op 27 mei 2019 heeft voorzien van geactualiseerde cijfers; – de staatssecretaris van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties het bestuur op 5 juni 2019 per brief, kenmerk 2019-0000275075, in de gelegenheid heeft gesteld om zijn visie te geven, inzake de voorgenomen aanwijzing; – het bestuur per brief 7 juni 2018, kenmerk 2019/022412 zijn visie kenbaar heeft gemaakt; – de Rijksministerraad op 12 juli 2019 heeft vastgesteld dat het bestuur in gebreke blijft en de normen, zoals gesteld in artikel 15 van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten, niet leidend heeft gemaakt in de opstelling van de begroting; BesluitGelet op de artikelen 13, vijfde lid, en 18, achtste lid, van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten; Gezien het advies van het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten, kenmerk Cft 201900040 van 1 april 2019; Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

Het bestuur van Curaçao een aanwijzing te geven tot:1. Het compenseren van de tekorten ten bedrage van 112 miljoen ANG op de gewone dienst van 2019; 2. Het compenseren van de tekorten ten bedrage van 169,5 miljoen ANG op de gewone dienst van 2017 en 2018 met overschotten in 2020, 2021 en 2022; 3. Het per 31 december 2022 aflossen van de kortlopende schulden aan APC en SVB waarvan de betalingstermijn is verstreken.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit, dat zal worden geplaatst in het Staatsblad en in het Publicatieblad van Curaçao. Warmond, 12 juli 2019Willem AlexanderDe Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops

Uitgegeven de vijfde augustus 2019 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

De inkomsten en uitgaven van het bestuur zijn niet in evenwicht en het financieel beheer is niet op orde. Dit heeft geresulteerd in tekorten in 2017 en 2018. Hoewel uit de brief van het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten van 1 april 2019, kenmerk Cft 201900040, blijkt dat het bestuur bereidheid heeft getoond om enkele betekenisvolle stappen te zetten is de verwachting dat ook 2019 met een aanzienlijk tekort wordt afgesloten. Daar komt bij dat de schuldquote van Curaçao in 2018 naar 46% BBP is gestegen, ruim boven het houdbaar geachte niveau van 40% BBP, en dat de liquiditeitspositie tot een zorgelijk niveau is gedaald. Het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten voorziet diverse risico’s en acht aanvullende maatregelen noodzakelijk om meerjarig te voldoen aan de normen van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten.

Het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten heeft, alvorens zijn advies uit te brengen, verschillende hoor- en wederhoortrajecten doorlopen, op basis van artikel 12 Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten. Daarbij is gewezen op de te optimistische opbrengstenramingen, gebreken in het financieel beheer en een gebrek aan budgetdiscipline, waardoor de uitgaven niet binnen de begroting blijven. Op 17 oktober 2018 zijn er met het bestuur afspraken gemaakt om te komen tot houdbare overheidsfinanciën. Ondanks deze stappen heeft het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten geconcludeerd dat het bestuur er niet in is geslaagd het tij te keren en heeft het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten derhalve aan de Rijksministerraad geadviseerd om over te gaan tot het geven van een aanwijzing.

De Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten heeft als doel om de gezonde startpositie van de landen Curaçao en Sint Maarten te handhaven en financiële problemen, zoals het voormalige land Nederlandse Antillen kende, te voorkomen. Een sluitende gewone dienst en een leenmogelijkheid alleen voor kapitaaluitgaven, garanderen immers dat het vermogen in stand blijft of groeit. Tekorten op de gewone dienst van de begroting dienen gecompenseerd te worden in lopende (en eventueel toekomstige) begrotingsjaren, ongeacht het moment waarop deze tekorten zichtbaar worden (tijdens de begrotingsvoorbereiding, -uitvoering of -verantwoording). Compensatie van gebleken tekorten kan alleen plaatsvinden door in de lopende (en eventueel toekomstige) begrotingsjaren dÃe maatregelen te treffen die leiden tot een overschot op de gewone dienst ter omvang van de gebleken tekorten. Het idee hierbij is dat de gezonde startpositie, waarmee de nieuwe landen in het Koninkrijk per 10 oktober 2010 gestart zijn, ook daadwerkelijk behouden blijft.

Tweede uitvoeringsrapportage 2016

Al in 2016 gaf het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten bij zijn advies op de tweede Uitvoeringsrapportage (UR) aan om rekening te houden met de tegenvallende belastinginkomsten en merkte daarbij op dat de niet-belastinginkomsten achterliepen op de prognose. In het advies op de derde UR 2016 heeft het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten nadrukkelijk zijn zorg uitgesproken en geadviseerd om maatregelen te nemen om het jaar 2016 met een sluitende begroting af te ronden. Met name de belastingopbrengsten en de opbrengsten op de begrotingspost verkoop van goederen en diensten over 2016 vielen tegen, ten opzichte van de vastgestelde begroting, terwijl de lasten juist hoger uitkwamen dan begroot. Uiteindelijk presenteerde het bestuur een sluitende begroting, maar dit was met name gebaseerd op het binnenkomen van een incidentele meevaller van ANG 110,8 miljoen aan (extra) dividendopbrengsten. De problematiek bij de achterblijvende belasting- en niet-belastinginkomsten werd niet adequaat aangepakt.

Uitvoering 2017

Dezelfde situatie, zoals beschreven voor het jaar 2016, deed zich vervolgens in 2017 voor. Bij de eerste UR uitte het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten al zijn zorgen over de begrotingsuitvoering en vroeg het bestuur om met maatregelen te komen om zo de begroting weer in balans te brengen. Ook bij de tweede UR 2017 waren er zorgen over het realisatiebeeld van de eerste helft van het jaar. De baten bleven fors achter op de prognose, mede waardoor de gewone dienst met een negatief saldo sloot. De overheidsfinanciën lieten een zichtbare verslechtering zien ten opzichte van een toch al niet rooskleurig beeld van het eerste kwartaal. Het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten heeft het bestuur daarom geadviseerd om adequate maatregelen te treffen om de begroting weer in evenwicht te brengen. Ook waren de negatieve ontwikkeling van de liquiditeitspositie en de ontwikkeling in het schommelfonds belangrijke aandachtspunten. Het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten adviseerde een verplichtingenstop en gaf aan dat als de compliance verhogende maatregelen onvoldoende effect zouden sorteren, de baten (en ook de lasten) met een begrotingswijziging naar beneden moesten worden bijgesteld. Echter, ook het derde kwartaal van 2017 liet een verdere verslechtering van de overheidsfinanciën zien. Waar bij het resultaat tot en met het tweede kwartaal nog sprake was van een voorlopig tekort op de gewone dienst van ANG 31,7 miljoen was het voorlopig tekort tot en met september toegenomen tot ANG 57,0 miljoen. Daar kwam nog een bedrag van ANG 50,2 miljoen bij voor reeds aangegane verplichtingen. Dit resulteerde in een voorlopig tekort van ANG 107,2 miljoen. In de derde UR werden voor het oplossen van het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT