Besluit van 15 december 2020 tot wijziging van onder meer het Besluit algemene rechtspositie politie in verband met de formalisering van onder meer de afspraken uit de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Politie 2018-2020 inzake een regeling voor vervroegde uittreding, het politie-onderwijs en capaciteit, de introductie van het sociaal plannen en de WIA-compensatie

Besluit van 15 december 2020 tot wijziging van onder meer het Besluit algemene rechtspositie politie in verband met de formalisering van onder meer de afspraken uit de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Politie 2018-2020 inzake een regeling voor vervroegde uittreding, het politie-onderwijs en capaciteit, de introductie van het sociaal plannen en de WIA-compensatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Justitie en Veiligheid van 22 oktober 2020, nr. 3066203, directie Wetgeving en Juridische Zaken; Gelet op artikel 47, eerste lid, van de Politiewet 2012;De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 18 november 2020, No. W16.20.0391/II); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, directie Wetgeving en Juridische Zaken van 8 december 2020, nr. 3108573; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit algemene rechtspositie politie wordt gewijzigd als volgt: AArtikel 3 wordt gewijzigd als volgt:1. In het tweede lid wordt «het volgen van de driejarige of kortere opleiding» vervangen door «het volgen van een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen driejarige of kortere opleiding». 2. In het derde lid wordt «driejarige politieopleiding» vervangen door «driejarige of kortere opleiding». BArtikel 4 wordt gewijzigd als volgt:1. In het eerste lid worden onder verlettering van onderdeel f tot onderdeel h twee onderdelen ingevoegd, luidende: f. indien de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; g. indien de ambtenaar, onverminderd het bepaalde in artikel 6, direct voorafgaand aan de aanstelling een vrijwillige ambtenaar was;. 2. In onderdeel h (nieuw) wordt «onderdeel a tot en met e» vervangen door «onderdeel a tot en met g». 3. In het derde lid wordt «onderdelen c en f,» vervangen door «onderdelen c, g en h,». 4. In het vierde lid wordt «onderdeel f» vervangen door «onderdeel h». CArtikel 4a wordt gewijzigd als volgt:1. Aan het eerste lid worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende: c. indien de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; d. indien de ambtenaar, onverminderd het bepaalde in artikel 6, direct voorafgaand aan de aanstelling een vrijwillige ambtenaar was en een politieopleiding als bedoeld in artikel 2c heeft voltooid. 2. In het tweede lid wordt na «het eerste lid,» ingevoegd «onderdelen a, b en d,». 3. In het derde lid wordt na «het eerste lid,» ingevoegd «onderdelen a en b,». DNa artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 6

De gewezen ambtenaar aan wie een uitkering is toegekend op grond van artikel 29d van het Besluit bezoldiging politie, kan enkel worden aangesteld als vrijwillige ambtenaar. EAan het slot van artikel 13 wordt een lid toegevoegd, luidende:6. Tenzij het bevoegd gezag om reden van dienstbelang anders beslist, vindt de aanstelling van de ambtenaar, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, onderdeel f, en 4a, eerste lid, onderdeel c, plaats voor ten hoogste het aantal uren dat hij in het jaar voorafgaand aan het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd gemiddeld per week was aangesteld, waarbij de uren waarmee de arbeidstijd per week was verminderd op grond van artikel 13a, eerste lid, bij de berekening van dat gemiddelde buiten beschouwing blijven. De ambtenaar kan verzoeken om vermindering van de arbeidsduur als bedoeld in artikel 2 van de Wet flexibel werken. FArtikel 13a wordt gewijzigd als volgt:1. In het eerste lid wordt «vierde lid» vervangen door «derde lid». 2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 10. Dit artikel is niet van toepassing op de ambtenaar die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. GIn hoofdstuk III wordt na artikel 13b een artikel ingevoegd:

Artikel 13

c.

  1. De korpschef kan een maximum stellen aan het aantal te werken sociaal belastende uren over een bepaalde periode. 2. Sociaal belastende uren bestaan uit: a. gewerkte uren als bedoeld in artikel 14 van het Besluit bezoldiging politie; b. opgelegde consignatie-uren als bedoeld in artikel 18, derde lid, van het Besluit bezoldiging politie; c. overwerk als bedoeld in artikel 27, derde lid, van het Besluit bezoldiging politie; en d. gewerkte verschoven uren als bedoeld in artikel 27b, derde lid, van het Besluit bezoldiging politie. 3. Als het maximum, bedoeld in het eerste lid, wordt overschreden, vindt compensatie plaats in de vorm van levensfase-uren. 4. De korpschef kan nadere regels stellen omtrent het aantal levensfase-uren, bedoeld in het derde lid. HIn artikel 18, eerste lid, wordt «vierde lid,» vervangen door «derde lid,».IAan artikel 28c, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende: f. bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel f, en artikel 4a, eerste lid, onderdeel c. JArtikel 66 vervalt.KIn artikel 70, eerste lid, wordt de zinsnede «waarvoor krachtens de Infectieziektenwet een nominatieve aangifteplicht geldt» vervangen door «waarvoor krachtens de Wet publieke gezondheid een meldingsplicht geldt». LIn artikel 88d, eerste lid, wordt «hoofdstuk 7» vervangen door «hoofdstuk 5».MIn artikel 90, eerste lid, wordt «artikel 4, eerste lid, onderdelen b, c, d, e en f,» vervangen door «artikel 4, eerste lid, onderdelen b tot en met h,». NArtikel 94, eerste lid, onderdeel h, komt te luiden:h. het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd;. ONa artikel 99n wordt een artikel ingevoegd:

Artikel 99o
  1. Op 1 januari 2026 wordt artikel 4 gewijzigd als volgt: a. In het eerste lid vervalt onderdeel g onder verlettering van onderdeel h tot onderdeel g. b. In onderdeel g (nieuw) wordt «onderdeel a tot en met g» vervangen door «onderdeel a tot en met f». c. In het derde lid wordt «onderdelen c, g en h,» vervangen door «onderdelen c en g,» d. In het vierde lid wordt «onderdeel h» vervangen door «onderdeel g». 2. Op 1 januari 2026 wordt artikel 4a gewijzigd als volgt: a. In het eerste lid vervalt onderdeel d. b. In het tweede lid wordt «onderdelen a, b en d,» vervangen door «onderdelen a en b,». 3. Op 1 januari 2026 wordt in artikel 90, eerste lid, «artikel 4, eerste lid, onderdelen b, c, d, e, f, g en h,» vervangen door «artikel 4, eerste lid, onderdelen b tot en met g,». 4. Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2026. PIn artikel 100 wordt onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot vierde tot en met zesde lid een lid ingevoegd, luidende: 3. De artikelen 28a en 28b zijn niet van toepassing op de aspirant die vanaf 1 januari 2021 begint met een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding.

ARTIKEL II

Het Besluit bezoldiging politie wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 3bis a wordt gewijzigd als volgt:1. Het eerste lid komt te luiden: 1. Dit artikel is van toepassing op aspiranten die een krachtens artikel 2c, eerste lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie aangewezen politieopleiding volgen. 2. Het vierde lid komt te luiden: 4. Gedurende het tweede leerjaar ontvangen: a. aspiranten die vanaf 1 januari 2021 beginnen met een opleiding op niveau 4 tijdens de eerste zes maanden het salaris behorend bij de eerste regel bij schaal 4a in bijlage II van dit besluit en tijdens de tweede zes maanden het salaris behorend bij de tweede regel bij schaal 4a in bijlage II; b. de overige aspiranten een salaris dat is opgenomen in bijlage V van dit besluit. BIn artikel 12c, zevende lid, onderdeel a, vervalt «ambtenaar».CIn artikel 20a, tweede lid, onderdeel b, wordt de zinsnede «plaatsvervangend korpschef en politiechefs» vervangen door «plaatsvervangend korpschef». DIn artikel 25b, eerste lid, wordt «artikel 38b, zesde lid» vervangen door «artikel 38b, zevende lid». ENa artikel 29a wordt een nieuw hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 8A TIJDELIJKE REGELING VERVROEGD UITTREDEN EN EENMALIGE UITKERING BIJ DOORWERKEN TOT DE AOW-GERECHTIGDE LEEFTIJD Artículos 3 a 29
Artikel 29

b.

  1. In dit hoofdstuk wordt onder ambtenaar verstaan: ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit algemene rechtspositie politie, die op 31 december 2020 in dienst was. 2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de ambtenaar a. die op 31 december 2020 geen dienst verrichtte vanwege gebruikmaking van een levensloopregeling met aansluitend een ontslag, of op grond van een met het bevoegd gezag getroffen regeling met aansluitend een ontslag; b. die op 31 december 2020 een aanstelling in tijdelijke dienst had op grond van artikel 4 of artikel 4a, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit algemene rechtspositie politie; of c. aan wie na 31 december 2020 ontslag wordt verleend anders dan op grond van artikel 87, 88d of 94, eerste lid, onderdeel h, van het Besluit algemene rechtspositie politie.

Artikel 29

c.

  1. Dit artikel is niet van toepassing op de ambtenaar en de gewezen ambtenaar bij wie door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, op grond van: a. artikel 18 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer is vastgesteld; b. artikel 4 dan wel artikel 5 van de WIA, is vastgesteld dat hij slechts in staat is met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen, bedoeld in artikel 1 van de WIA, per uur. 2. Een ambtenaar heeft aanspraak op de uitkering, bedoeld in artikel 29d, indien hij uiterlijk op 31 december 2025 voldoet aan de voorwaarden genoemd in het derde lid en hij a. op 1 januari 2021 ten minste de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, of b. de leeftijd van 65 jaar bereikt in de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2025, vanaf het moment dat hij die leeftijd bereikt. 3. De ambtenaar, bedoeld in het tweede lid, is ten minste 35 jaren in...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT