Besluit van 15 oktober 2020 tot wijziging van het Besluit diergezondheidsheffing in verband met de vaststelling van de tarieven voor 2021

Besluit van 15 oktober 2020 tot wijziging van het Besluit diergezondheidsheffing in verband met de vaststelling van de tarieven voor 2021

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, nr. WJZ/20178252;Gelet op artikel 91m, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 2 september 2020 nr. W11.20.0250/IV); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 13 oktober 2020, nr. WJZ/20234272; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit diergezondheidsheffing wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 1 wordt als volgt gewijzigd:1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst. 2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 2. Dit besluit berust op de artikelen 9.15, derde lid, 9.16, derde lid, 9.18, derde lid, 9.22, eerste lid, 9.23, derde lid en 9.25, eerste lid, van de wet. 3. In de begripsbepaling «A-, B-, C-, D-, E- of F-bedrijf» wordt «artikel 17 van de wet vastgestelde ministeriële regeling» vervangen door «artikel 2.16, eerste lid, van de wet vastgestelde algemene maatregel van bestuur». 4. De begripsbepalingen «beer», «big», «gelt», «vleesvarken» en «zeug» vervallen. 5. In de begripsbepaling «diergezondheidsheffing» wordt «artikel 91b» vervangen door «artikel 9.14». 6. De begripsbepaling «wet» komt te luiden: wet:

Wet dieren.BArtikel 2 wordt als volgt gewijzigd:1. In onderdeel a wordt «artikel 91c, derde lid,» vervangen door «artikel 9.15, derde lid,». 2. In onderdeel b wordt «artikel 91d, derde lid,» vervangen door «artikel 9.16, derde lid,». CIn artikel 4 wordt «artikel 91k, eerste lid, onderdeel b,» vervangen door «artikel 9.23, derde lid,». DArtikel 5 wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel a wordt «€ 0,749841» vervangen door «€ 0,521007». b. In onderdeel b wordt «€ 0,040259» vervangen door «€ 0,027455». 2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel a wordt «€ 0,136859» vervangen door «€ 0,093330». b. In onderdeel b wordt «€ 0,903363» vervangen door «€ 0,624685». 3. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel a wordt «€ 0,007959» vervangen door «€ 0,005427». b. In onderdeel b wordt «€ 0,005416» vervangen door «€ 0,003693». 4. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel a wordt «€ 0,002757» vervangen door «€ 0,001815». b. In onderdeel b wordt «€ 0,000772» vervangen door «€ 0,000492». EArtikel 6 wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel a wordt «€ 0,875025» vervangen door «€ 0,575967». b. In onderdeel b wordt «€ 0,141140» vervangen door «€ 0,179112». c. In onderdeel c wordt «€ 0,023484» vervangen door «€ 0,102819». 2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel a wordt «€ 0,987378» vervangen door «€ 0,650573». b. In onderdeel b wordt «€ 0,269772» vervangen door «€ 0,156937». 3. Het derde lid wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel a wordt «€ 0,514633» vervangen door «€ 0,289353». b. In onderdeel b wordt «€ 0,314572» vervangen door «€ 0,152256». c. In onderdeel c wordt «€ 0,201469» vervangen door «€ 0,074384». d. In onderdeel d wordt «€ 0,164747» vervangen door «€ 0,049342». 4. Het vierde lid wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel a wordt «€ 0,004941» vervangen door «€ 0,003252». b. In onderdeel b wordt «€ 0,000413» vervangen door «€ 0,000286». c. In onderdeel c wordt «€ 0,000282» vervangen door «€ 0,000193». FArtikel 7 wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel a wordt «€ 0,047355» vervangen door «€ 0,032295». b. In onderdeel b wordt «€ 0,088633» vervangen door «€ 0,060444». 2. In het tweede lid wordt «€ 0,004032» vervangen door «€ 0,002518». GArtikel 8 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «€ 0,013634» vervangen door «€ 0,009299». 2. In het tweede lid wordt «€ 0,001091» vervangen door «€ 0,000732». HArtikel 9 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «€ 2,442» vervangen door «€ 2,510». 2. In het tweede lid wordt «€ 0,345» vervangen door «€ 0,319». IArtikel 10 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «€ 0,896» vervangen door «€ 0,889». 2. In het tweede lid wordt «€ 1,291» vervangen door «€ 1,327». JArtikel 11 komt te luiden:

Artikel 11

Het tarief voor de diergezondheidsheffing ter zake van het houden van varkens op een A-, B-, C-, D-, E- of F-bedrijf bedraagt: nihil.

ARTIKEL II
  1. Dit besluit treedt, met uitzondering van artikel I, onderdelen A, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, B en C, in werking met ingang van 1 januari 2021. 2. Artikel I, onderdelen A, eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, B en C, treedt in werking op het tijdstip waarop de artikelen II, onderdeel C, en III van de Wet van 5 juli 2017 tot wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de Wet dieren in verband met de herziening van het heffingenstelsel ten behoeve van de kosten van de bestrijding en het weren van besmettelijke dierziekten, zoönosen en zoönoseverwekkers (herziening heffingenstelsel Diergezondheidsfonds) (Stb. 2017, 313) in werking treden.

    Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 15 oktober 2020Willem-AlexanderDe Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten

    Uitgegeven de drieëntwintigste oktober 2020 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

    NOTA VAN TOELICHTING

  2. Inleiding

    Met dit besluit wordt het Besluit diergezondheidsheffing gewijzigd. Via deze wijziging worden de tarieven voor de diergezondheidsheffing voor het jaar 2021 vastgesteld. Hiermee wordt invulling gegeven aan artikel 91m, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (hierna: wet), dat bepaalt dat de tarieven voor de diergezondheidsheffing bij algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld. De diergezondheidsheffing wordt geheven naar het aantal dieren of gemiddeld aantal dieren van een diersoort of diercategorie dat in een kalenderjaar wordt gehouden of is opgezet. De diergezondheidsheffing wordt alleen geheven als meer dieren worden gehouden of zijn opgezet dan de in artikel 2 van het Besluit diergezondheidsheffing genoemde ondergrens. De wijzigingen van de tarieven per diersoort of diercategorie worden hieronder verder toegelicht.

  3. Diergezondheidsheffing

    2.1. Achtergrond

    Op grond van de in hoofdstuk VIII, afdeling 3, van de wet opgenomen regels over heffingen wordt een diergezondheidsheffing geheven bij degenen die in de uitoefening van hun bedrijf kippen, kalkoenen, eenden, schapen, geiten, varkens of runderen houden, broedeieren of vaccinbroedeieren inleggen. Tevens wordt een diergezondheidsheffing geheven bij niet-bedrijfsmatige houders van geiten en schapen. Deze heffingen komen ten goede aan het Diergezondheidsfonds (hierna: fonds). Uit het fonds worden de kosten van de preventie en bestrijding van dierziekten betaald. Via de diergezondheidsheffing dragen de betrokken houders en ondernemers dus bij aan de kosten van preventie en bestrijding van dierziekten.

    Gelet op artikel 91j van de wet hebben het Rijk en de betrokken sectoren afspraken gemaakt over de bijdragen van de betrokken sectoren in de periode van 2020 tot en met 2024. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Convenant financiering bestrijding besmettelijke dierziekten 2020–2024 (hierna: convenant; Stcrt. 2019, nr. 39306). Overeenkomstig artikel 91m, zesde lid, van de wet zijn de vertegenwoordigers van de onderscheiden sectoren betrokken bij de totstandkoming van de begroting en de tarieven voor het jaar 2021. De begroting voor het fonds voor het jaar 2021 is gebaseerd op lopende contracten, uitgaven vanuit het fonds in de jaren 2017 tot en met 2019, verwachte veranderingen in de kosten (inclusief indexatie), de hoogte van de opgebouwde crisisreserves en eventueel opgebouwde tekorten.

    2.2. Begroting fonds

    De begroting van het fonds voor het jaar 2021 wijkt op een aantal punten af van die voor 2020. Zo zijn er in de jaren 2018 en 2019 vanuit het fonds geen grote uitgaven geweest voor dierziektebestrijding. Hierdoor hebben alle sectoren voldoende crisisreserve kunnen opbouwen en zijn er geen tekorten op de begroting ontstaan. Als gevolg hiervan hoeven de varkens- en pluimveesector ten aanzien van dit begrotingsonderdeel minder geld op te brengen. De rundveesector beheert conform de afspraak in het convenant de eigen crisisreserve. De omvang van de reserve heeft...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT