Besluit van 16 september 2014, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg in verband met de professionalisering van de jeugdzorg

 
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 16 september 2014, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg in verband met de professionalisering van de jeugdzorg

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, van 22 mei 2014, kenmerk 375917-121108-WJZ; Gelet op de artikelen 13, zevende lid, 25, vijfde lid, 28, eerste lid, en artikel 47, tiende lid, van de Wet op de jeugdzorg; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 17 juli 2014), nr. W13.14.0160/III; Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 9 september 2014, kenmerk 660029-125573-WJZ, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg wordt als volgt gewijzigd. A Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd: 1. De volgende onderdelen worden op alfabetische volgorde ingevoegd: beroepsregister voor jeugdzorg:

register waarin beoefenaren van beroepen werkzaam op het terrein van de jeugdzorg worden ingeschreven en dat tot doel heeft de kwaliteit van de beroepsbeoefening in het belang van de jeugdzorg, alsmede de handhaving van die kwaliteit te bevorderen; geregistreerde jeugdprofessional:

een beroepsbeoefenaar die is ingeschreven in het kwaliteitsregister jeugd; kwaliteitsregister jeugd:

het door Onze Ministers op grond van artikel 68a, eerste lid, erkende register; registerstichting:

de rechtspersoon bedoeld in artikel 68a, tweede lid. 2. Het onderdeel «gekwalificeerde gedragswetenschapper» komt te luiden: gekwalificeerde gedragswetenschapper: degene die is opgenomen in het register Kinder- en Jeugdpsychologen van het Nederlands Instituut van Psychologen of degene die lid is van de Nederlandse Vereniging van Pedagogen en Onderwijskundigen en geregistreerd is als Orthopedagoog-Generalist, dan wel een gezondheidszorgpsycholoog. B Onder vernummering van hoofdstuk 8a tot 8b, wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk 8a. De kwaliteit van de zorgaanbieder

Artikel 23a

  1. Indien toepassing is gegeven aan artikel 68a, eerste lid, worden de taken waarmee de zorgaanbieder bij of krachtens de wet is belast, verricht door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde jeugdprofessional. De zorgaanbieder houdt bij de toedeling van taken rekening met de specifieke kennis en vaardigheden op basis waarvan de geregistreerde jeugdprofessional is ingeschreven in het kwaliteitsregister jeugd. 2. In afwijking van het eerste lid kan de zorgaanbieder anderen dan geregistreerde jeugdprofessionals met de uitvoering van taken belasten indien hij aannemelijk kan maken dat de kwaliteit van de zorgverlening daardoor niet nadelig wordt beïnvloed. De zorgaanbieder belast anderen met die taken indien dit noodzakelijk is voor de kwaliteit van de zorgverlening. 3. De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat geregistreerde jeugdprofessionals hun taken kunnen verrichten met inachtneming van de professionele standaarden waaraan zij door de inschrijving in het kwaliteitsregister jeugd zijn gebonden. 4. Dit artikel is niet van toepassing op zorgaanbieders als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet. C Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd: 1. De aanhef van het eerste lid komt te luiden: 1. Onverminderd het derde, vierde en vijfde lid, beschikt de stichting ten behoeve van een verantwoorde uitvoering van de aan haar bij de wet opgedragen taken over deskundigheid met betrekking tot: 2. Onder vernummering van het derde tot het zesde lid, worden de volgende leden ingevoegd: 3. Indien toepassing is gegeven aan artikel 68a, eerste lid, worden de taken waarmee de stichting bij de wet is belast, verricht door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde jeugdprofessional. De stichting houdt bij de toedeling van taken rekening met de specifieke kennis en vaardigheden op basis waarvan de geregistreerde jeugdprofessional is ingeschreven in het kwaliteitsregister jeugd. 4. In afwijking van het derde lid, kan de stichting anderen dan geregistreerde jeugdprofessionals met de uitvoering van taken belasten indien zij aannemelijk kan maken dat de kwaliteit van de taakuitoefening daardoor niet nadelig wordt beïnvloed. Zij belast anderen met die taken indien dit noodzakelijk is voor de kwaliteit van de uitvoering van haar taken. 5. De stichting draagt er zorg voor dat geregistreerde jeugdprofessionals hun taken kunnen verrichten met inachtneming van de professionele standaarden waaraan zij door de inschrijving in het kwaliteitsregister jeugd zijn gebonden. D Artikel 35 komt te luiden:

    Artikel 35

    In afwijking van artikel 29, derde lid, kan de stichting, alvorens het indicatiebesluit te nemen, een ontwerp daarvan ter advisering aan een gekwalificeerde gedragswetenschapper voorleggen. E In artikel 55d, onderdeel b, wordt na «gedragswetenschapper» ingevoegd: of, indien toepassing is gegeven aan artikel 68a, eerste lid, een gedragswetenschapper die is opgenomen in het kwaliteitsregister jeugd. F Na artikel 68 worden twee nieuwe hoofdstukken ingevoegd, luidende:

    Hoofdstuk XIIa Voorwaarden voor erkenning als kwaliteitsregister jeugd

    Paragraaf 1. De erkenning

    Artikel 68a

  2. Onze Ministers kunnen op aanvraag van de beheerder van een beroepsregister voor jeugdzorg dat register als enig kwaliteitsregister jeugd erkennen. 2. De beheerder van het kwaliteitsregister jeugd heeft de rechtsvorm, bedoeld in artikel 285, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

    Artikel 68b

    De erkenning, bedoeld in artikel 68a, eerste lid, vindt slechts plaats indien het beroepsregister voor jeugdzorg onderscheidenlijk de beheerder van die stichting voldoen aan de in de artikelen 68d tot en met 68l gestelde voorwaarden.

    Artikel 68c

  3. Een erkenning als bedoeld in artikel 68a, eerste lid, kan door Onze Ministers worden ingetrokken: a. indien de registerstichting niet of niet langer voldoet aan de bij dit besluit gestelde eisen; b. indien de registerstichting handelt in strijd met de in dit hoofdstuk neergelegde erkenningsvoorwaarden; c. indien de registerstichting niet naar behoren functioneert; d. op verzoek van de registerstichting. 2. Onze Ministers kunnen in het belang van de jeugdzorg een termijn vaststellen waarop de intrekking zal plaatsvinden.

    Paragraaf 2. Het bestuur en de organen van de registerstichting

    Artikel 68d

  4. De leden van het bestuur van de registerstichting worden benoemd op voordracht van beroepsverenigingen waarbij beroepsbeoefenaren zijn aangesloten die van relevant belang zijn voor de beroepsuitoefening binnen de jeugdzorg. 2. De statuten van de registerstichting regelen de mogelijkheid tot aanwijzing van andere beroepsverenigingen van relevant belang voor de beroepsuitoefening binnen de jeugdzorg, die gerechtigd zijn tot een voordracht van leden van het bestuur.

    Artikel 68e

    De statuten van de registerstichting regelen op afdoende wijze dat de leden van het bestuur, dan wel leden van andere organen van de registerstichting geen functies vervullen die onverenigbaar, strijdig zijn of strijdig kunnen zijn met de belangen of doelstellingen van de registerstichting.

    Artikel 68f

  5. De statuten van de registerstichting voorzien in een raad van advies, bestaande uit leden die in ieder geval organisaties van werkgevers en cliënten vertegenwoordigen. 2. De raad van advies heeft in ieder geval het recht advies uit te brengen over: a. de voorwaarden voor registratie en herregistratie; b. een aanwijzing als bedoeld in artikel 68d, tweede lid; c. de samenstelling van de raad van advies. 3. De statuten voorzien erin dat van een door de raad van advies uitgebracht advies slechts schriftelijk en gemotiveerd kan worden afgeweken nadat over het advies een op overeenstemming gericht overleg heeft plaatsgevonden.

    Paragraaf 3. De registratievoorwaarden

    Artikel 68g

    De registerstichting: a. regelt dat het kwaliteitsregister jeugd slechts toegankelijk is voor beroepsbeoefenaren die behoren tot bij een van de voordragende beroepsverenigingen aangesloten categorieën van beroepsbeoefenaren; b. hanteert niet het vereiste van lidmaatschap van een beroepsvereniging voor opname in het kwaliteitsregister jeugd.

    Artikel 68h

    De registerstichting stelt het register open voor de inschrijving van beroepsbeoefenaren die minimaal op het niveau van een hogere beroepsopleiding scholing hebben afgerond die is gericht op het vervullen van een beroep in de jeugdzorg.

    Artikel 68i

  6. De registerstichting regelt dat: a. registratie en herregistratie op zorgvuldige wijze plaatsvinden; b. de registratie een geldigheid heeft van een door de registerstichting vast te stellen, bepaalde duur; c. herregistratie plaatsvindt op voorwaarde dat de betrokkene in de periode, bedoeld onder b, heeft voldaan aan door de registerstichting te stellen eisen van werkervaring en van na- en bijscholing. 2. De registerstichting regelt voorts dat voorafgaand aan de wijziging van de eisen van registratie aan een beroepsbeoefenaar overleg wordt gevoerd met de beroepsverenigingen, bedoeld in artikel 68d, eerste lid.

    Paragraaf 4. De binding aan en handhaving van professionele standaarden

    Artikel 68j

  7. De registerstichting waarborgt dat de in het kwaliteitsregister jeugd opgenomen beroepsbeoefenaren dienen te handelen volgens voor hen geldende professionele standaarden. 2. De statuten van de registerstichting voorzien in de binding van de geregistreerde beroepsbeoefenaren aan een adequaat systeem van normhandhaving op grond waarvan passende maatregelen kunnen worden genomen tegen beroepsbeoefenaren die niet voldoen aan professionele standaarden, bedoeld in het eerste lid.

    Paragraaf 5. De registratiekosten

    Artikel 68k

    De door de registerstichting in rekening te brengen kosten voor de registratie worden zodanig vastgesteld dat de baten niet uitgaan boven de kosten die redelijkerwijs...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT