Besluit van 17 juni 2020, houdende wijziging van enige onderwijsbesluiten in verband met het monitoren van de veiligheid op scholen

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 17 juni 2020, houdende wijziging van enige onderwijsbesluiten in verband met het monitoren van de veiligheid op scholen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, van 13 november 2019, nr. WJZ/17736235(8130), directie Wetgeving en Juridische Zaken; Gelet op artikel 4c, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3b, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 5a, derde lid, van de Wet op de expertisecentra, artikel 6a, derde lid, van de Wet primair onderwijs BES en artikel 4a, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 30 januari 2020, nr. W05.19.0377/I); Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media van 15 juni 2020, nr. WJZ/24677488(8130), directie Wetgeving en Juridische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

WIJZIGING VAN HET BESLUIT BEKOSTIGING WPO.

Het Besluit bekostiging WPO wordt als volgt gewijzigd:AIn het opschrift van Hoofdstuk IIIa. wordt na «leerresultaten school» toegevoegd «en monitor veiligheid op school». BNa artikel 34.6 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 34.6

a Monitor veiligheid op school.

Het instrument ter monitoring van de veiligheid van leerlingen, bedoeld in artikel 4c, eerste lid, onderdeel b, van de wet: a. geeft inzicht in de ervaren en feitelijke veiligheid en het welbevinden van de leerlingen, voor zover dat verband houdt met de veiligheid, op school; b. wordt ten minste eens per schooljaar afgenomen onder een representatief deel van de leerlingen; en c. is gestandaardiseerd, valide en betrouwbaar.

ARTIKEL II

WIJZIGING VAN HET INRICHTINGSBESLUIT WVO.

Het Inrichtingsbesluit WVO wordt als volgt gewijzigd:AIn het opschrift van Hoofdstuk IV. wordt na «Beoordeling leerresultaten» toegevoegd «en monitor veiligheid op school». BNa artikel 37b wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 37

b1. Monitor veiligheid op school.

Het instrument ter monitoring van de veiligheid van leerlingen, bedoeld in artikel 3b, eerste lid, onderdeel b, van de wet: a. geeft inzicht in de ervaren en feitelijke veiligheid en het welbevinden van de leerlingen, voor zover dat verband houdt met de veiligheid, op school; b. wordt ten minste eens per schooljaar afgenomen onder een representatief deel van de leerlingen; en c. is gestandaardiseerd, valide en betrouwbaar.

ARTIKEL III

WIJZIGING VAN HET BESLUIT BEKOSTIGING WEC.

In het Besluit bekostiging WEC wordt na hoofdstuk VIIIa. een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk IX. Overige bepalingen

Artikel 48 Monitor veiligheid op school

Het instrument ter monitoring van de veiligheid van leerlingen, bedoeld in artikel 5a, eerste lid, onderdeel b, van de wet: a. geeft inzicht in de ervaren en feitelijke veiligheid en het welbevinden van de leerlingen, voor zover dat verband houdt met de veiligheid, op school; b. wordt ten minste eens per schooljaar afgenomen onder een representatief deel van de leerlingen; en c. is gestandaardiseerd, valide en betrouwbaar.

ARTIKEL IV

WIJZIGING VAN HET BESLUIT BEKOSTIGING WPO BES.

In het Besluit bekostiging WPO BES wordt na hoofdstuk V. een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk Va. Overige bepalingen

Artikel 25

a. Monitor veiligheid op school.

Het instrument ter monitoring van de veiligheid van leerlingen, bedoeld in artikel 6a, eerste lid, onderdeel b, van de wet: a. geeft inzicht in de ervaren en feitelijke veiligheid en het welbevinden van de leerlingen, voor zover dat verband houdt met de veiligheid, op school; b. wordt ten minste eens per schooljaar afgenomen onder een representatief deel van de leerlingen; en c. is gestandaardiseerd, valide en betrouwbaar.

ARTIKEL V

WIJZIGING VAN HET INRICHTINGSBESLUIT WVO BES.

In het Inrichtingsbesluit WVO BES wordt na hoofdstuk III. een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

Hoofdstuk IIIa. Overige bepalingen

Artikel 35

a. Monitor veiligheid op school.

Het instrument ter monitoring van de veiligheid van leerlingen, bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onderdeel b, van de wet: a. geeft inzicht in de ervaren en feitelijke veiligheid en het welbevinden van de leerlingen, voor zover dat verband houdt met de veiligheid, op school; b. wordt ten minste eens per schooljaar afgenomen onder een representatief deel van de leerlingen; en c. is gestandaardiseerd, valide en betrouwbaar.

ARTIKEL VI

INWERKINGTREDING.

  1. De artikelen I, II en III treden in werking met ingang van 1 augustus 2020. 2. De artikelen IV en V treden in werking met ingang van 1 augustus 2022.

    Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 17 juni 2020Willem-AlexanderDe Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, A. Slob

    Uitgegeven de zesentwintigste juni 2020 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

    NOTA VAN TOELICHTING

    Algemeen

  2. Inleiding

    Een veilige school is voor leerlingen van groot belang om tot leren te komen. Daarom is een school sinds 2015 verplicht om actief beleid te voeren gericht op de bevordering van de veiligheid van leerlingen en om pesten structureel aan te pakken. Daartoe dient de school onder meer de veiligheid op school te monitoren.1 Uit onderzoek blijkt dat er door de monitoring van scholen een realistischer beeld ontstaat van het pesten op de school.2 Leerlingen worden meer gepest dan ouders en docenten soms beseffen en er blijken grote verschillen tussen scholen en klassen te zijn. De monitor is een belangrijk hulpmiddel voor scholen om de veiligheid van leerlingen op school in kaart te brengen. De resultaten van de monitor geven scholen aanknopingspunten om het beleid ten aanzien van veiligheid gericht in te zetten en indien nodig aan te passen.3 De monitor heeft daarmee toegevoegde waarde voor het veiligheidsbeleid van scholen. Met deze algemene maatregel van bestuur (hierna: amvb) worden de eisen die aan de uitvoering van de monitor gesteld worden, in regelgeving verankerd. Dit zodat voor scholen duidelijk is aan welke criteria hun monitor dient te voldoen en op welke basis de Inspectie van het onderwijs (hierna: inspectie) toeziet op de monitoring. Deze amvb wijzigt een vijftal amvb’s, te weten het Besluit bekostiging WPO; Inrichtingsbesluit WVO; Besluit bekostiging WEC; Besluit bekostiging WPO BES en het Inrichtingsbesluit WVO BES.

    Leeswijzer

    Formeel is het bevoegd gezag, en niet de school, drager van rechten en plichten op grond van de onderwijswetgeving. Omwille van de leesbaarheid wordt in deze toelichting het «bevoegd gezag van een school» ook wel aangeduid als «school».

  3. Hoofdlijnen van het voorstel

    1. Aanleiding

      Deze amvb geeft invulling aan de delegatiebevoegdheid die is opgenomen in diverse onderwijswetten om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels te kunnen stellen aan de uitvoering van de monitor.4 Met het invullen van die bevoegdheid krijgen de in de praktijk reeds gehanteerde kwaliteitseisen met betrekking tot de monitor een objectieve grondslag in regelgeving. Het uitwerken van regels over het monitoringsinstrument kan op grond van deze grondslag betrekking hebben op de volgende onderdelen: de aandachtsgebieden die het instrument inzichtelijk maakt, de representativiteit van het instrument, en de frequentie waarmee het instrument wordt ingezet.

      Het voornemen tot het treffen van deze amvb is op meerdere momenten aan de orde gekomen. In een schriftelijk overleg omtrent de monitor veiligheid in en rond scholen heeft de Kamer geïnformeerd naar «hoe het kabinet uitwerking geeft aan het gegeven dat het wettelijke kader inzake veiligheid op scholen sinds 1 juli 2017 is aangevuld met de voorwaarde dat een nadere regeling van een representatief en actueel instrument bij algemene maatregel van bestuur dient te geschieden en niet in het toezichtkader».5 Als reactie op deze vraag is aangegeven dat een amvb in voorbereiding is waarmee nadere invulling wordt gegeven aan de monitoring van de veiligheidsbeleving van leerlingen.6 De motie van het lid Bisschop c.s.7 waarin werd verzocht rekening te houden met kleine scholen bij de uitwerking van de amvb is overgenomen en daarbij is aangegeven dat rekening zal worden gehouden met deze motie bij de uitwerking van de amvb.8 In de begeleidende brief bij het rapport «Wat werkt tegen pesten», van 24 mei 2018 is door de minister voor Basis-en Voortgezet Onderwijs en Media nogmaals toegezegd dat in een amvb de voorschriften omtrent de monitor veiligheid op school worden uitgewerkt en dat daarbij rekening zal worden gehouden met kleine scholen.9

    2. Context

      De onderhavige amvb dient te worden bezien in de context van enerzijds de verplichting voor scholen om zorg te dragen voor de veiligheid op school10 en anderzijds het uitgangspunt dat inspectietoezicht dient te berusten op een wettelijke grondslag. Deze context wordt hieronder nader geschetst.

      Met de Wet tot wijziging van enige onderwijswetten in verband met het invoeren van de verplichting voor scholen zorg te dragen voor de veiligheid op school (Stb. 2015, 238) (hierna: Wet veiligheid op school), is per 1 augustus 2015 in de onderwijswetten een verplichting geïntroduceerd tot monitoring van de veiligheid van leerlingen.11 Een school is verplicht om actief beleid te voeren gericht op de bevordering van de veiligheid en om pesten structureel aan te pakken en daartoe de veiligheid op school te monitoren. Het doel van de Wet veiligheid op school is het borgen van veiligheid en dat scholen pesten structureel aanpakken.12 Het gaat hier om een vergaande inspanningsverplichting voor scholen.13 De wettelijke verankering van de verantwoordelijkheid voor veiligheid geeft duidelijkheid over welke minimale randvoorwaarden van scholen wordt...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT