Besluit van 19 augustus 2017 tot intrekking van het Besluit rendementseisen cv-ketels

 
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 19 augustus 2017 tot intrekking van het Besluit rendementseisen cv-ketels

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 24 november 2015, nr. IenM/BSK-2015/222147, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Gelet op artikel 9 van Verordening (EU) nr. 813/2013 van de Commissie van 2 augustus 2013 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake ecologisch ontwerp voor ruimteverwarmingstoestellen en combinatieverwarmingstoestellen betreft (PbEU 2013, L239), de artikelen 10 en 13 van de Wet implementatie EG-richtlijnen energie-efficiëntie en artikel 9.4.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 16 december 2015, No.W14.15.0415/IV); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 14 juli 2017, nr. IenM/BSK-2017/134570, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit rendementseisen cv-ketels wordt ingetrokken.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2017.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot Wassenaar, 19 augustus 2017 Willem-Alexander De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma

Uitgegeven de zevende september 2017 De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok

NOTA VAN TOELICHTING

  1. Inleiding

    Op 26 september 2013 is de EU-verordening inzake het ecologisch ontwerp van verwarmingstoestellen (hierna: verordening (EU)813/2013) in werking getreden1. Verordening (EU)813/2013 is vastgesteld door de Europese Commissie en is gebaseerd op artikel 15, eerste lid, van de EG-richtlijn inzake het ecologisch ontwerp van energiegerelateerde producten (hierna: richtlijn 2009/125/EG)2.

    In verordening (EU)813/2013 worden eisen gesteld aan het ecologisch ontwerp van verwarmingstoestellen. Verordening (EU)813/2013 komt in de plaats van de EEG-richtlijn inzake rendementseisen van cv-ketels3 (hierna: Richtlijn 92/42/EEG), die bij de inwerkingtreding van verordening (EU)813/2013 grotendeels is ingetrokken.

    Richtlijn 92/42/EEG is geïmplementeerd met het Besluit rendementseisen cv-ketels.

    Richtlijn 2009/125/EG is geïmplementeerd met titel 9.4 (getiteld: De EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten) van de Wet milieubeheer (hierna afgekort als: Wm), en met enkele andere hierna te noemen wetten.

    In algemene zin houdt de uitvoering van een EU-verordening in dat de lidstaat een bevoegd gezag of instantie moet aanwijzen die met de toepassing van de verordening is belast. Tevens moet worden voorzien in bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving.

    Een EU-verordening kan ook specifieke opdrachten bij de uitvoering geven of de lidstaten mogelijkheden bieden waarvan zij in hun regelgeving desgewenst kunnen gebruik maken.

    Tenslotte moet strijdige of overlappende nationale regelgeving worden ingetrokken.

    In het geval van verordening (EU)813/2013 kan de nationale uitvoeringsregelgeving beperkt blijven tot de intrekking van het Besluit rendementseisen cv-ketels. Hiertoe dient het onderhavige besluit.

    Daarnaast zal op grond van artikel 21.6, zesde lid, Wm (dat de grondslag biedt voor versnelde uitvoering/implementatie van Europese regelgeving) juncto de artikelen 9.4.4, eerste lid, en 9.4.5, eerste lid, Wm een ministeriële regeling worden vastgesteld. In deze regeling worden enkele bepalingen opgenomen, die voorzien in de implementatie van de bepalingen van richtlijn 92/42/EEG die bij de inwerkingtreding van verordening (EU)813/2013 nog van kracht zijn gebleven.

    Artikel 8 van verordening (EU)813/2013 biedt de mogelijkheid van aanvullende nationale regelgeving. Er bestaat geen aanleiding om hiervan voor Nederland gebruik te maken.

    Het overgangsrecht bij de invoering van verordening (EU)813/2013 leidt evenmin tot extra regelgeving, aangezien het Besluit rendementseisen cv-ketels na de inwerkingtreding van verordening (EU)813/2013 nog van kracht is gebleven gedurende de periode waarin in verband met de gefaseerde invoering van de eisen van verordening (EU)813/2013 nog aan de eisen van richtlijn 92/42/EEG moest worden voldaan.

    Ook het mogelijk maken van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving leidt niet tot extra regelgeving, omdat hierin bij de implementatie van richtlijn 2009/125/EG ook voor uitvoeringsmaatregelen, zoals verordening (EU)813/2013, al is voorzien.

    De wijze van uitvoering van verordening (EU)813/2013 die in het voorgaande kort is weergeven, wordt uitgebreider toegelicht in paragraaf 4.

    De Europese regelgeving voor ruimteverwarmingstoestellen is zeer complex. Daarom zal in paragraaf 2 ten behoeve van het goede begrip van de uitvoering en implementatie hiervan in Nederland de nodige uitleg worden gegeven over de inhoud van de meest relevante bepalingen en hun onderlinge verhouding.

    De indeling van deze nota van toelichting is verder als volgt.

    Paragraaf 3 gaat in op de wijze waarop richtlijn 92/42/EEG en richtlijn 2009/125/EG zijn geïmplementeerd, voor zover relevant voor de uitvoering van verordening (EU)813/2013.

    Paragraaf 4 beschrijft de wijze van uitvoering van verordening (EU)813/2013.

    Paragraaf 5 gaat in op een aantal overige aspecten, met name de gevolgen voor de lastendruk, en op de wettelijke grondslag van dit besluit.

  2. Korte beschrijving van de Europese regelgeving

    In deze paragraaf wordt een verkorte en vereenvoudigde beschrijving gegeven van de bepalingen van richtlijn 2009/125/EG, verordening (EU)813/2013 en richtlijn 92/42/EEG, die hier het meest relevant zijn.

    Richtlijn 2009/125/EG

    Richtlijn 2009/125/EG (in titel 9.4 Wm aangeduid als: EG-richtlijn ecologisch ontwerp energiegerelateerde producten) schept een kader voor de vaststelling van regels over het ecologisch ontwerp van energiegerelateerde producten. Dit kader heeft tot doel enerzijds het vrije verkeer van die producten in de interne markt te garanderen (artikel 1, eerste lid), anderzijds in relatie tot energiegerelateerde producten bij te dragen aan duurzame ontwikkeling door verhoging van de energie-efficiëntie en het niveau van milieubescherming (artikel 1, tweede lid).

    Op grond van richtlijn 2009/125/EG wijst de Europese Commissie in uitvoeringsmaatregelen de energiegerelateerde producten aan en neemt daarin tevens de eisen inzake het ecologisch ontwerp op, waaraan die producten moeten voldoen.

    Verordening (EU)813/2013 is een voorbeeld van een dergelijke uitvoeringsmaatregel, waarin eisen inzake het ecologisch ontwerp van ruimteverwarmingstoestellen worden gesteld.

    De eisen inzake het ecologisch ontwerp die in de uitvoeringsmaatregelen op grond van richtlijn 2009/125/EG worden opgenomen, geven alleen aan welke milieu-aspecten van een product relevant zijn en welke mate van energie-efficiëntie of milieubescherming moet worden bereikt. Zij hebben geen betrekking op het ontwerp van het product, maar laten het aan de fabrikant zelf over om zijn product zo te ontwerpen dat het aan de gestelde (prestatie)eisen voldoet. Met deze aanpak wordt beoogd dat de fabrikant bij het ontwerpen van zijn product rekening houdt met de milieu-aspecten gedurende de hele levenscyclus van het product.

    De fabrikant moet er voor zorgen dat in serie geproduceerde producten voldoen aan de eisen van de uitvoeringsmaatregel (verklaring van overeenstemming) en daarvan ook blijk geven op de producten (CE-markering) (artikel 5).

    Alvorens een product op de markt te introduceren of in gebruik te nemen moet de fabrikant een overeenstemmingsbeoordeling uitvoeren om aan te tonen dat het product voldoet aan alle relevante vereisten van de toepasselijke uitvoeringsmaatregel op grond van richtlijn 2009/125/EG (artikel 8, eerste lid). Uitgangspunt hierbij is dat een procedure de fabrikant vrij laat om zelf te bepalen van welke methodieken van bijlage IV of V bij de richtlijn hij gebruik wil maken. De overeenstemmingsbeoordelingsprocedure wordt in de uitvoeringsmaatregel gespecificeerd.

    De verklaring van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT