Besluit van 19 december 2018 tot wijziging van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen, het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling, het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019, het Besluit prudentiële regels Wft, het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en het Besluit markttoegang financiële ondernemingen Wft in verband met de implementatie van Richtlijn 2016/2341/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV’s) (PbEU 2016, L 354)

 
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 19 december 2018 tot wijziging van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen, het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling, het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019, het Besluit prudentiële regels Wft, het Besluit gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en het Besluit markttoegang financiële ondernemingen Wft in verband met de implementatie van Richtlijn 2016/2341/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV’s) (PbEU 2016, L 354)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 oktober 2018, nr. 2018-170581; Gelet op de artikelen 21, vierde lid, 34, derde lid, 38, tweede lid, 39, tweede lid, 40, vierde lid, 44a, tweede lid, 45, derde lid, 46, zesde lid, 48, vijfde lid, 51, elfde lid, 52, zevende lid, 106, negende lid, 124a, derde lid, 135, tweede lid, 143, tweede lid, 143a, vijfde lid, 145, derde lid en 204, vijfde lid, van de Pensioenwet, de artikelen 43, derde lid, 48, derde lid, 49, tweede lid, 50, tweede lid, 51, vierde lid, 55a, tweede lid, 56, derde lid, 57, zesde lid, 59, vijfde lid, 62, elfde lid, 63, zevende lid, 110c, negende lid, 120a, derde lid, 130, tweede lid, 138, tweede lid, 138a, vijfde lid, 140, derde lid en 198, vijfde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de artikelen 2:121a, tweede lid, 3:9, derde lid, 3:17, tweede lid, 3:18, derde lid, 4:14, tweede lid, 4:15, tweede lid en 4:71c, derde lid, van de Wet op het financieel toezicht en artikel 15, derde tot en met vijfde lid, van de Wet bekostiging financieel toezicht 2019; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 7 november 2018, No.W12.18.0332/III); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 december 2018, nr. 2018-0000185624, Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I. WIJZIGING VAN HET BESLUIT FINANCIEEL TOETSINGSKADER PENSIOENFONDSEN

Het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen wordt als volgt gewijzigd: A Aan artikel 13 wordt een lid toegevoegd, luidende: 7. Onder een gereglementeerde markt als bedoeld in het derde lid wordt verstaan: een multilateraal systeem dat meerdere koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten – binnen dit systeem en volgens de niet-discretionaire regels van dit systeem – samenbrengt of het samenbrengen daarvan vergemakkelijkt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit met betrekking tot financiële instrumenten die volgens de regels en de systemen van die markt tot de handel zijn toegelaten, en dat regelmatig en overeenkomstig de geldende regels inzake de vergunningverlening en het doorlopende toezicht werkt. B Artikel 18 komt te luiden:

Artikel 18. Beheerste bedrijfsvoering

  1. Een fonds beschikt over goede administratieve en boekhoudkundige procedures en adequate interne controlemechanismen, stelt in het kader van het risicobeheer schriftelijk beleid vast ten aanzien van de beheersing van te lopen risico’s en draagt zorg voor de uitvoering van dat beleid. Het fonds evalueert het beleid ten minste driejaarlijks en past het beleid na een belangrijke wijziging zo spoedig mogelijk aan. Het risicobeheer is doeltreffend en goed geïntegreerd in de organisatiestructuur en de besluitvormingsprocessen. 2. Het fonds stelt onder meer strategieën, processen en rapportageprocedures schriftelijk vast om op individueel en geaggregeerd niveau de risico’s waaraan het fonds en de door het fonds uitgevoerde pensioenregelingen zijn of kunnen worden blootgesteld regelmatig te onderkennen, meten, bewaken en beheren en hierover te rapporteren. Hierbij worden ook de onderlinge afhankelijkheden en relaties tussen de in de vorige zin genoemde risico’s beschreven. 3. Onder risico’s als bedoeld in het eerste en tweede lid worden in ieder geval de risico’s verstaan die zich, voor zover van toepassing, bij het fonds of derden waaraan de werkzaamheden zijn uitbesteed op de volgende terreinen kunnen voordoen: a. aangaan van pensioenverplichtingen en reservevorming; b. afgestemd beheer van activa en passiva; c. beleggingen, met name derivaten, securitisaties en vergelijkbare verbintenissen; d. beheer van het liquiditeits- en concentratierisico; e. beheer van het operationele risico; f. verzekering en andere risicobeperkingstechnieken; en g. milieu en klimaat, mensenrechten en sociale verhoudingen met betrekking tot de beleggingsportefeuille en het beheer daarvan. 4. Een fonds neemt bij de uitvoering van een premieovereenkomst of premieregeling in de opbouwfase of een variabele uitkering de beleggingsrisico’s die deelnemers, gewezen deelnemers of pensioengerechtigden lopen vanuit hun oogpunt in aanmerking bij het opstellen en uitvoeren van het beleid ten aanzien van de beheersing van te lopen risico’s. 5. De risicobeheerfunctie, bedoeld in artikel 143a, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 138a, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling wordt zodanig opgezet dat zij bevorderlijk is voor het risicobeheer. 6. Een algemeen pensioenfonds draagt er zorg voor dat de administratieve en boekhoudkundige procedures, bedoeld in het eerste lid, de scheiding waarborgen tussen de afgescheiden vermogens die per collectiviteitkring worden aangehouden. C Na artikel 18 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

    Artikel 18a. Organisatiestructuur beleggingsbeleid

  2. Een fonds legt schriftelijk een duidelijke organisatiestructuur vast met betrekking tot het bepalen en uitvoeren van het beleggingsbeleid. Bij deze organisatiestructuur wordt in ieder geval het risicobeheer vorm gegeven en waarborgt het fonds een zorgvuldig en transparant besluitvormingsproces. Het risicobeheer is adequaat en onafhankelijk. 2. Een fonds draagt er zorg voor dat er een balans is tussen omvang, aard en complexiteit van de beleggingsportefeuille enerzijds en de aanwezige kennis en ervaring en het risicobeheer anderzijds.

    Artikel 18b. Eigenrisicobeoordeling

  3. Een fonds voert in het kader van het risicobeheer ten minste driejaarlijks een eigenrisicobeoordeling uit en legt de resultaten hiervan schriftelijk vast. In geval van een significante wijziging in het risicoprofiel van het fonds of door het fonds uitgevoerde pensioenregelingen vindt zo spoedig mogelijk een eigenrisicobeoordeling plaats, met dien verstande dat bij een significante wijziging in het risicoprofiel van een specifieke pensioenregeling de eigenrisicobeoordeling beperkt mag blijven tot die pensioenregeling. 2. De eigenrisicobeoordeling en de vastlegging van de resultaten hiervan omvat in ieder geval: a. een beschrijving van de wijze waarop de eigenrisicobeoordeling in het managementproces en de besluitvormingsprocessen van het fonds is geïntegreerd; b. indien het fonds de risicobeheerfunctie, interne auditfunctie of actuariële functie uitbesteedt aan de bijdragende onderneming, een beschrijving van de wijze waarop belangenconflicten met de bijdragende onderneming worden voorkomen of beheerst; c. een beoordeling van de doelmatigheid van het risicobeheer; d. een beoordeling van de totale financieringsbehoeften van het fonds met, indien van toepassing, een beschrijving van het herstelplan; e. een beoordeling van de risico’s voor de deelnemers, gewezen deelnemers, andere aanspraakgerechtigden en pensioengerechtigden met betrekking tot hun pensioenaanspraken en pensioenrechten en de effectiviteit van eventuele corrigerende maatregelen, in voorkomend geval rekening houdend met: 1°. de mogelijkheden tot toeslagverlening; 2°. de mogelijkheden tot vermindering van de pensioenaanspraken en pensioenrechten, waaronder de mate waarin de pensioenaanspraken en pensioenrechten kunnen worden verminderd, onder welke voorwaarden en door wie; f. een kwalitatieve beoordeling van de mechanismen ter bescherming van de pensioenuitkeringen, waaronder in voorkomend geval garanties, convenanten of een andere soort financiële steun van de bijdragende onderneming, verzekering of herverzekering door een onderneming die valt onder Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (PbEU 2009, L 335); g. een kwalitatieve beoordeling van de operationele risico's; en h. voor zover van toepassing, een beoordeling van nieuwe of opkomende risico’s, met inbegrip van risico's die met klimaatverandering, het gebruik van hulpbronnen en het milieu verband houden, sociale risico's en risico's in verband met de waardevermindering van activa als gevolg van veranderde regelgeving. 3. Het fonds beschikt voor de toepassing van het tweede lid over methoden om de risico's te detecteren en te beoordelen waaraan het fonds op korte en op lange termijn is of kan worden blootgesteld en die gevolgen kunnen hebben voor de mogelijkheid van het fonds om aan haar verplichtingen te voldoen. De gebruikte methoden worden beschreven in de vastlegging van de resultaten van de eigenrisicobeoordeling. 4. Het fonds neemt de eigenrisicobeoordeling in aanmerking bij het nemen van strategische beslissingen. 5. Het fonds zendt een door het bestuur gewaarmerkt afschrift van de resultaten van de eigenrisicobeoordeling of de wijzigingen in de resultaten van de eigenrisicobeoordeling binnen twee weken na de totstandkoming daarvan aan de toezichthouder. D Artikel 21a wordt als volgt gewijzigd: 1. Aan het slot van het tweede lid, tweede zin, wordt toegevoegd: , is in overeenstemming met de werkzaamheden, het risicoprofiel, de doelstellingen, het langetermijnbelang, de financiële stabiliteit en de prestaties van het fonds als geheel, en draagt bij aan een deugdelijk, prudent en doeltreffend bestuur van het fonds. 2. Onder vernummering van het vijfde lid tot zesde lid...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT