Besluit van 19 november 2020 tot wijziging van het Besluit beslagvrije voet in verband met de gewijzigde berekening van de beslagvrije voet en het treffen van nadere regels voor de ondersteuning bij de vaststelling van de beslagvrije voet

Besluit van 19 november 2020 tot wijziging van het Besluit beslagvrije voet in verband met de gewijzigde berekening van de beslagvrije voet en het treffen van nadere regels voor de ondersteuning bij de vaststelling van de beslagvrije voet

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 juli 2020, nr. 2020-001557; Gelet op de artikelen 475d, eerste lid, 475da, vierde lid, 475db, tweede lid, 475i, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en artikel XXIIIB van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 7 oktober 2020, nr. W12.20.0272/III);Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 november 2020, nr. 2020-0000152923, Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I WIJZIGING VAN HET BESLUIT BESLAGVRIJE VOET

Het Besluit beslagvrije voet wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:1. In de alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen ingevoegd: «Onze Minister:

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;»«UWV:

het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;». 2. De begripsbepaling «indicatieperiode» vervalt. 3. In de begripsbepaling «inkomstenverhouding» wordt «als bedoeld in artikel 475c, eerste lid, van de wet» vervangen door «als bedoeld in artikel 475c, eerste lid, onderdelen a tot en met i, van de wet». BDe artikelen 2 en 3 komen te luiden:

Artikel 2

Belastbaar inkomen.

  1. Voor de berekening van het belastbaar inkomen wordt gebruikgemaakt van het loon LB/PH. 2. Het loon LB/PH wordt: a. verminderd met een binnen het aangiftetijdvak uitbetaalde vakantiebijslag of extra periode salaris; en b. vermeerderd met een reservering in verband met vakantiebijslag of extra periode salaris binnen het aangiftetijdvak. 3. Als het aangiftetijdvak niet gelijk is aan een maand, wordt de uitkomst naar een maandinkomen herleid.

Artikel 3

Reële afspiegeling belastbaar inkomen.

  1. Bij de beoordeling, bedoeld in artikel 475d, eerste lid, en artikel 475db, tweede lid, van de wet wordt enkel het belastbaar inkomen in de aangiftetijdvakken betrokken: a. die vallen binnen de laatste vier maanden gerekend vanaf de eerste dag van de maand van opvraag; en b. waarvan de aangiftetermijn op het moment van bevraging is verstreken. 2. Bij de beoordeling wordt per inkomstenverhouding het belastbaar inkomen over het meest recente aangiftetijdvak vergeleken met het gemiddeld belastbaar maandinkomen berekend op basis van het belastbaar inkomen over de aangiftetijdvakken. 3. Als het meest recente belastbaar maandinkomen van de inkomstenverhouding afwijkt van het gemiddelde belastbaar maandinkomen van deze inkomstenverhouding, wordt het gemiddelde belastbaar maandinkomen gebruikt voor de berekening van de beslagvrije voet. CArtikel 4 vervalt, onder vernummering van de artikelen 5 tot en met 8 tot 4 tot en met 7. DArtikel 4 (nieuw), eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:1. In onderdeel a wordt «de woonkosten met een hoogte tot de normhuur, genoemd in artikel 18, derde lid, van de Wet op de huurtoeslag» vervangen door «de woonkosten met een hoogte tot de kwaliteitskortingsgrens, genoemd in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de huurtoeslag». 2. In onderdeel b wordt «bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel c» vervangen door «bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel b». EArtikel 5 (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt «en de ingehouden loonbelasting volksverzekeringen in de indicatieperiode» vervangen door «en de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen in het aangiftetijdvak». 2. In het tweede lid wordt «en de ingehouden loonbelasting volksverzekeringen in mindering zijn gebracht» vervangen door «en de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen in mindering zijn gebracht». 3. Het derde en vierde lid komen te luiden: 3. Als het gemiddeld belastbaar maandinkomen wordt gebruikt voor de berekening van de beslagvrije voet, wordt de hoogte van het in mindering te brengen bedrag berekend op basis van het gemiddelde van het loon LB/PH, het gemiddelde van de ingehouden inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in de Zorgverzekeringwet en het gemiddelde van de ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen over de tijdvakken die op grond van artikel 3, eerste lid, worden betrokken. 4. Als het aangiftetijdvak niet gelijk is aan een maand, wordt de uitkomst van het tweede of derde lid naar een maandinkomen herleid. FIn artikel 6 (nieuw), eerste lid, wordt «bedoeld in artikel 475e, derde lid» vervangen door «bedoeld in artikel 475da, vierde lid». GArtikel 7 (nieuw), eerste lid, komt te luiden:1. Het model van de mededeling, bedoeld in artikel 475i, tweede lid, van de wet bevat in ieder geval de volgende gegevens: a. de leefsituatie en het belastbaar inkomen waar bij de berekening van uit is gegaan; b. factoren in de woonsituatie die van invloed zijn geweest op de hoogte van de beslagvrije voet; c. een vermelding in hoeverre rekening is gehouden met niet onder beslag liggende neveninkomsten; en d. een vermelding in hoeverre rekening is gehouden met een reeds gelegd beslag, reeds lopende verrekening dan wel een vordering als bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990, een verhaal zonder dwangbevel op grond van artikel 27 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en artikel 6:4:6 van het Wetboek van Strafvordering of een inhouding in verband met de inning van de bestuursrechtelijke premie als bedoeld in artikel 18f van de Zorgverzekeringswet. HOnder vernummering van de artikelen 9 tot en met 11 tot 10 tot en met 12 worden na artikel 7 (nieuw) twee artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 8

Ondersteuning bij de vaststelling van de beslagvrije voet.

  1. Onze Minister is belast met de ondersteuning bij de vaststelling van de beslagvrije voet, bedoeld in artikel XXIIIB, eerste lid, van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet. 2. De ondersteuning bestaat in ieder geval uit: a. het in ontvangst en in behandeling nemen van een verzoek om de beslagvrije voet te berekenen; b. het verwerken van voor de berekening van de beslagvrije voet noodzakelijke gegevens, waaronder in ieder geval begrepen gegevens uit de polisadministratie met betrekking tot het belastbaar inkomen en gegevens uit de basisregistratie personen met betrekking tot de leefsituatie; c. het berekenen van de beslagvrije voet; en d. het verstrekken van de berekende beslagvrije voet en de gegevens die aan de berekening ten grondslag liggen aan de verzoekende partij. 3. Voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze ondersteuning is Onze Minister de verwerkingsverantwoordelijke. 4. De Stichting Inlichtingenbureau is verwerker als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming, voor het berekenen van de beslagvrije voet, en het UWV is verwerker voor het aan de Stichting Inlichtingenbureau ter beschikking stellen van de noodzakelijke gegevens uit de polisadministratie en de basisregistratie personen. 5. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over: a. welke partijen gebruik kunnen maken van de ondersteuning en onder welke voorwaarden; b. de voorwaarden waaronder de gegevensverwerking, bedoeld in het tweede lid, plaatsvindt; c. de verwerking van persoonsgegevens door de Stichting Inlichtingenbureau en het UWV, in ieder geval ten aanzien van: 1°. de duur van de verwerking; 2°. andere dan de in het vierde lid genoemde taken, die elk van deze verwerkers uitvoert ten behoeve van Onze Minister; en 3°. de bijstand die de verwerkers verlenen bij het doen nakomen van de verplichtingen uit hoofde van de artikelen 32 tot en met 36 van de Algemene verordening gegevensbescherming.

Artikel 9

Ondersteuning door de beroepsorganisatie van gerechtsdeurwaarders.

  1. Onverminderd artikel 8 is de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders belast met de ondersteuning, bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, voor zover het de ondersteuning betreft van bij ministeriële regeling aangewezen partijen, en verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze ondersteuning. 2. De Stichting Netwerk Gerechtsdeurwaarders is verwerker als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming. 3. Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

ARTIKEL II INWERKINGTREDING

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2021.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 19 november 2020Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. van ’t Wout

Uitgegeven de zevenentwintigste november 2020 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Inleiding

De Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (WvBVV) vraagt op verschillende onderdelen om nadere regelgeving. Dit heeft zijn invulling gekregen in het Besluit beslagvrije voet1 (het besluit). Dit wijzigingsbesluit wijzigt het besluit, zodat bij inwerkingtreding van de WvBVV en het besluit een geactualiseerd besluit ontstaat.

Dit wijzigingsbesluit vindt zijn oorsprong deels in kleinere aanpassingen binnen de WvBVV, deels in inzichten rond de herleiding van het belastbaar inkomen die tijdens de bouw van de rekenmodules zijn opgekomen en deels in de noodzaak om tot inregeling van de generieke rekenmodules te komen.

  1. Overzicht verschillende onderdelen

    Hieronder zullen eerst kort de verschillende onderdelen worden...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT