Besluit van 2 november 2020, houdende wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag in verband met gewijzigde percentages met ingang van het berekeningsjaar 2021

Besluit van 2 november 2020, houdende wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag in verband met gewijzigde percentages met ingang van het berekeningsjaar 2021

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister voor Medische Zorg van 7 oktober 2020, kenmerk 1754033-211012-WJZ; Gelet op artikel 2, derde lid, van de Wet op de zorgtoeslag;De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 15 oktober 2020, no W13.20.0364/III); Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Medische Zorg van 28 oktober 2020, kenmerk 1754026-211012-WJZ; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I
Artikel 1

van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag komt te luiden:

Artikel 1

Het percentage van het drempelinkomen respectievelijk het percentage van het toetsingsinkomen, bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wet op de zorgtoeslag, worden voor de hierna genoemde berekeningsjaren vastgesteld als in navolgend schema voor verzekerden met en zonder partner weergegeven:

Percentage van het drempelinkomen

Percentage van het toetsingsinkomen voor zover dat het drempelinkomen te boven gaat

Berekeningsjaar

Zonder partner

Met partner

Zonder partner

Met partner

2021

1,885%

4,195%

13,580%

13,580%

2022

1,900%

4,210%

13,610%

13,610%

2023

1,915%

4,225%

13,640%

13,640%

2024

1,930%

4,240%

13,670%

13,670%

2025

1,945%

4,255%

13,700%

13,700%

2026

1,960%

4,270%

13,730%

13,730%

2027

1,975%

4,285%

13,760%

13,760%

2028

1,990%

4,300%

13,790%

13,790%

2029

2,005%

4,315%

13,820%

13,820%

2030

2,020%

4,330%

13,850%

13,850%

2031

2,035%

4,345%

13,880%

13,880%

2032

2,050%

4,360%

13,910%

13,910%

2033

2,065%

4,375%

13,940%

13,940%

2034

2,080%

4,390%

13,970%

13,970%

2035

2,095%

4,405%

14,000%

14,000%

2036

2,110%

4,420%

14,030%

14,030%

2037

2,125%

4,435%

14,060%

14,060%

2038

2,140%

4,450%

14,090%

14,090%

2039

2,155%

4,465%

14,120%

14,120%

2040

2,170%

4,480%

14,150%

14,150%

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2021.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 2 november 2020Willem-AlexanderDe Minister voor Medische Zorg, T. van Ark

Uitgegeven de zestiende november 2020 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

  1. Algemeen

  1. Inleiding

    Via de zorgtoeslag wordt een inkomensafhankelijke tegemoetkoming verstrekt die het voor huishoudens met lage inkomens en middeninkomens mogelijk moet maken de nominale zorgpremies en het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering te betalen.

    In het kader van de verbetering van de uitvoerbaarheid van de toeslagen is besloten tot een drietal aanpassingen in de zorgtoeslag, die budgettair neutraal verlopen. De eerste en belangrijkste verbetering voor de zorgtoeslag betreft de aanpassing van het partnerbegrip in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir). Die verbetering houdt in dat een partnerschap voor de toeslagen niet langer met terugwerkende kracht tot en met het begin van het kalenderjaar ontstaat. Een partnerschap ontstaat pas met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de gebeurtenis waardoor het partnerschap tot stand komt, zoals bijvoorbeeld een huwelijk of de geboorte van een kind. De betrokken ontvangers van de zorgtoeslag hebben daardoor over het deel van het berekeningsjaar waarin zij nog geen toeslagpartner hadden, aanspraak op een hogere zorgtoeslag. Die verbetering voorkomt dat het partnerschap leidt tot terugvordering van de teveel ontvangen toeslagen in het deel van het berekeningsjaar waarin nog geen sprake was van partnerschap voor de toeslagen. De tweede verbetering betreft de verzekerden met een ten onrechte niet verzekerde toeslagpartner. Die verzekerden hadden geen aanspraak op zorgtoeslag maar hebben nu wel aanspraak op 50% van het bedrag aan zorgtoeslag voor een huishouden. De derde verbetering die ook de zorgtoeslag raakt, betreft de verhoging van de drempel voor kleine terugvorderingen. De Belastingdienst/Toeslagen vordert bedragen onder die drempel niet terug. De drie verbeteringen zijn verwerkt in de Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen1. Deze verbeteringen hebben gunstige financiële gevolgen voor de betrokken zorgtoeslagontvangers. Ter dekking...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT