Besluit van 2 september 2020 tot wijziging van het Besluit inburgering in verband met een vrijstelling voor ondernemers van het examenonderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 2 september 2020 tot wijziging van het Besluit inburgering in verband met een vrijstelling voor ondernemers van het examenonderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 29 juni 2020, nr. 2020-000085776; Gelet op de artikelen 5, vierde lid, onderdeel a, en 16, eerste, vijfde en zesde lid, van de Wet inburgering; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 15 juli 2020, nr. W12.20.0217/III);Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 31 augustus 2020, nr. 2020-0000092881, Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit inburgering wordt als volgt gewijzigd: AArtikel 2.4a komt te luiden:

Artikel 2.4

a.

  1. Van de verplichtingen om kennis van de Nederlandse samenleving te verwerven en het inburgeringsexamen te behalen, wordt voor wat betreft het onderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt, bedoeld in de artikelen 2.10, eerste lid, onderdeel b, en 3.9, derde lid, onderdeel b, op verzoek vrijgesteld de inburgeringsplichtige die in een periode van twaalf maanden voorafgaande aan het verzoek: a. in ten minste zes maanden minimaal 48 uur per maand werkzaamheden in loondienst heeft verricht; b. winst uit een onderneming, bedoeld in artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001, had die ten minste gelijk was aan (L / 40) * 48 * 6; of c. in ten minste zes maanden bijstand ontving op grond van artikel 2, eerste of tweede lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. 2. In het eerste lid, onderdeel b, staat L voor het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met inbegrip van de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 15 van die wet. 3. Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid. BAan artikel 4.2 wordt een lid toegevoegd, luidende:4. Onze Minister verlengt ambtshalve de termijn van drie jaar, bedoeld in het eerste lid, tweede zin, indien dat noodzakelijk is in verband met de uitbraak van COVID-19.

ARTIKEL II
  1. Artikel I, onderdeel A, van dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020. 2. Artikel I, onderdeel B, van dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 13 maart 2020, en vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

    Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 2 september 2020Willem-AlexanderDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, W. Koolmees

    Uitgegeven de elfde september 2020 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

    NOTA VAN TOELICHTING

  2. Algemeen

    Met het onderhavige besluit wordt een vrijstelling voor het examenonderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt (hierna: ONA) voor ondernemers geïntroduceerd. Dit in navolging van het Besluit van 10 april 2019 tot wijziging van het Besluit inburgering in verband met vrijstelling van het examenonderdeel oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt en enkele technische wijzigingen (Stb. 2019, 148). Daarnaast wordt de mogelijkheid gecreëerd om de termijn waarbinnen vrijwillige inburgeraars aanspraak kunnen maken op een lening te verlengen, indien dat noodzakelijk is in verband met de uitbraak van COVID-19.

    1.1 Vrijstelling examenonderdeel ONA voor ondernemers

    In de brief van 23 april 20181 is aangegeven dat een vrijstelling voor aanvragers die als ondernemer actief zijn complexer is dan bij arbeid in loondienst. Derhalve was meer voorbereiding nodig en is destijds besloten eerst de vrijstelling voor werknemers in loondienst in te voeren. De vrijstelling voor ondernemers wordt met dit besluit tot stand gebracht.

    De achtergrond voor de vrijstelling is dat als iemand functioneert op de Nederlandse arbeidsmarkt als zelfstandig ondernemer, en dit kan aantonen, er geen reden meer is om een examen ONA te doen of 64 cursusuren ONA te volgen. Met de wijziging van het Besluit inburgering wordt het daarom net als voor werkenden in loondienst ook voor zelfstandig ondernemers mogelijk om een aanvraag bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) te doen voor vrijstelling van het ONA-examen.

    De vrijstelling voor ondernemers wordt verleend aan de inburgeringsplichtige die, in de twaalf maanden voorafgaand aan het tijdstip van aanvraag, winst uit onderneming had die ten minste gelijk was aan de vastgestelde inkomensgrens: (L / 40) * 48 * 6. Bij het bepalen van de inkomensgrens is het weekbedrag uit de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag als uitgangspunt genomen. Als maatstaf voor de normale arbeidsduur wordt een werkweek van 40 uur gehanteerd. Hiermee is de inkomensgrens gelijk aan het loon dat een werknemer in loondienst verdient die gedurende 6 maanden 48 uur per maand werkt tegen wettelijke minimumloon in...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT