Besluit van 2 september 2020, houdende enkele wijzigingen van het Organisatiebesluit raad voor de kinderbescherming 2015

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 2 september 2020, houdende enkele wijzigingen van het Organisatiebesluit raad voor de kinderbescherming 2015

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 20 juni 2020, nr. 2947021, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Gelet op artikel 238, vijfde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 8 juli 2020, nr. W16.20.0199/II);Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 27 augustus 2020, nr. 2985727, directie Wetgeving en Juridische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Organisatiebesluit raad voor de kinderbescherming 2015 wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 1 wordt als volgt gewijzigd:1. Het tweede lid komt te luiden: 2. De raad staat onder leiding van een algemeen directeur, die wordt bijgestaan door vijf directieleden. Zij vormen gezamenlijk de landelijke directie. 2. Het derde lid komt te luiden: 3. De algemeen directeur wordt, waar nodig, vervangen door een van de in het tweede lid bedoelde directieleden. De vervanging wordt in onderling overleg bepaald. BArtikel 2 komt te luiden:

Artikel 2
  1. De raad heeft een landelijke staforganisatie en is werkzaam in tien gebieden, waarbinnen meerdere locaties de wettelijke taken van de raad uitvoeren. De landelijke staforganisatie heeft tot taak de landelijke directie en de gebieden te ondersteunen bij de uitvoering van hun wettelijke taken. 2. De gebieden en locaties, bedoeld in het eerste lid, zijn: a. Noord-Nederland met de locaties Leeuwarden en Groningen; b. Oost-Nederland met de locaties Zwolle, Almelo en Arnhem; c. Midden-Nederland met de locaties Lelystad en Utrecht; d. Amsterdam met de locatie Amsterdam; e. Noord-Holland met de locaties Alkmaar en Haarlem; f. ’s-Gravenhage met de locatie ’s-Gravenhage; g. Rotterdam met de locatie Rotterdam; h. Zeeland-West-Brabant met de locaties Middelburg en Breda; i. Oost-Brabant met de locaties ’s-Hertogenbosch en Eindhoven, en j. Limburg met de locatie Maastricht.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 2 september 2020Willem-AlexanderDe Minister...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT