Besluit van 22 mei 2015 tot wijziging van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart en het Besluit vluchtuitvoering in verband met de wijziging van Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Europese Commissie bij Verordening (EU) nr. 2015/445 van de Europese Commissie van 17 maart 2015 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1178/2011 en de invoering van enkele delegatiebepalingen om vergoedingen ter uitvoering van internationale verplichtingen te kunnen vaststellen

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 22 mei 2015 tot wijziging van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart en het Besluit vluchtuitvoering in verband met de wijziging van Verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Europese Commissie bij Verordening (EU) nr. 2015/445 van de Europese Commissie van 17 maart 2015 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1178/2011 en de invoering van enkele delegatiebepalingen om vergoedingen ter uitvoering van internationale verplichtingen te kunnen vaststellen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 30 maart 2015, nr. IenM/BSK-2015/52525, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Gelet op de artikelen 2.2, derde lid, en 7.6 van de Wet luchtvaart; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 7 mei 2015, nr. W14.15.0095/IV); Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 20 mei 2015, nr. IenM/BSK-2015/98238, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart wordt als volgt gewijzigd. A In artikel 1a wordt «de artikelen 1.5 en 2.9, tweede en vierde lid,» vervangen door: de artikelen 1.5, 2.9, tweede en vierde lid, en 7.6. B Na artikel 2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 2

a.

  1. In dit artikel wordt onder de bewijzen van bevoegdheid als recreatief vlieger (LAPL), bewijs van bevoegdheid voor luchtballonnen (BPL) en bewijs van bevoegdheid voor zweefvliegtuigen (SPL) verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in verordening (EU) 1178/2011. 2. Onverminderd artikel 2, eerste lid, kan Onze Minister de bewijzen van bevoegdheid LAPL, BPL en SPL afgeven. 3. Een bewijs van bevoegdheid LAPL kan worden afgegeven voor de categorieën luchtvaartuigen: vleugelvliegtuigen (A), helikopters (H), zweefvliegtuigen (S) en luchtballonnen (B). 4. Aan houders van de in het tweede lid bedoelde bewijzen van bevoegdheid of de bewijzen van bevoegdheid PPL, CPL, MPL en ATPL, bedoeld in de respectievelijke subdelen C, D, E en F van bijlage I van verordening (EU) 1178/2011, kan Onze Minister één of meer van de volgende extra bevoegdverklaringen, bedoeld in bijlage I van verordening (EU) 1178/2011, verlenen: a. de bevoegdverklaring voor stuntvliegen (subdeel I, artikel FCL.800); b. de bevoegdverklaring voor het slepen van zweefvliegtuigen en banners (subdeel I, artikel FCL.805); c. de bevoegdverklaring voor het vliegen in bergachtige gebieden (subdeel I, artikel FCL.815); d. de bevoegdverklaring voor het geven van vlieginstructie voor instructeurs voor het vliegen in bergachtige gebieden (subdeel J, sectie 10). 5. In afwijking van dit hoofdstuk zijn op de bewijzen van bevoegdheid BPL, LAPL en SPL uitsluitend de desbetreffende bepalingen van verordening (EU) 1178/2011 van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT