Besluit van 24 april 2020 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit in verband met nieuwe regels met betrekking tot het gebruik van werkbakken en werkplatforms aan hijswerktuigen

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 24 april 2020 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit in verband met nieuwe regels met betrekking tot het gebruik van werkbakken en werkplatforms aan hijswerktuigen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 april 2019, nr. 2019-0000050845; Gelet op de artikelen 16, eerste, tweede en zevende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 29 mei 2019, No. W12.19.0091/III);Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 april 2020, nr. 2020-0000031167; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 7.23d komt te luiden:

Artikel 7.23

d Toepassing werkbakken en werkplatforms.

  1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. werkbak:

een bak waar vanuit arbeid kan worden verricht en die rondom is voorzien van hekwerken waarmee wordt voorkomen dat een persoon op hoogte uit de bak kan klimmen of vallen; b. werkplatform:

een platform waar vanuit arbeid kan worden verricht en dat met uitzondering van één zijde is voorzien van hekwerken of waarvan het hekwerk aan een zijde kan worden geopend en waarmee het valgevaar van een persoon op hoogte vanaf het werkplatform wordt voorkomen. 2. Artikel 7.18, vierde lid, is niet van toepassing op arbeid verricht door personen vanuit een werkbak die of een werkplatform dat is gekoppeld aan een hijswerktuig, indien vanuit de werkbak of het werkplatform werkzaamheden worden verricht op plaatsen die moeilijk bereikbaar zijn en waarbij geen andere meer geëigende arbeidsmiddelen of werkmethoden beschikbaar zijn om die plaatsen veilig te bereiken. 3. Het is verboden aan te vangen met de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, alvorens: a. in een door een werkgever opgesteld schriftelijk werkplan dat door een veiligheidskundige als bedoeld in artikel 2.7 is getoetst, is geoordeeld en vastgelegd dat, rekening houdend met de aard en de inrichting van het bouwwerk waar de werkzaamheden zullen worden verricht en de gegeven omgevingsfactoren, geen andere veilige werkwijze mogelijk is; en b. in het werkplan tevens door die veiligheidskundige is geoordeeld en vastgelegd dat op de locatie waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden, die werkzaamheden overeenkomstig het werkplan veilig kunnen worden verricht. 4. Onverminderd artikel 4.47c worden werkzaamheden waarbij gebruik wordt gemaakt van een werkbak of een werkplatform uiterlijk twee dagen voor aanvang van de werkzaamheden door de werkgever gemeld aan de toezichthouder. De melding bevat ten minste een beknopte beschrijving van: a. de locatie waar de werkzaamheden worden verricht; b. het aantal betrokken personen; en c. de datum en het tijdstip waarop de werkzaamheden aanvangen, alsmede de duur ervan. 5. Bij ministeriele regeling kan worden bepaald in welke bijzondere spoedeisende situaties de melding, in afwijking van het vierde lid, op een ander tijdstip kan plaatsvinden. 6. De op grond van het vierde lid gemelde gegevens kunnen worden ingezien door de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, of bij het ontbreken daarvan, door de belanghebbende werknemers. 7. Bij toepassing van het tweede lid worden uitsluitend werkbakken of werkplatforms gebruikt waarbij de volle belasting van de werkbak of het werkplatform en het bijbehorend hijsgereedschap niet meer bedraagt dan 25% van de maximale werklast van de hijskraan, tenzij er een technische voorziening is getroffen die de werklast begrenst op 50% of minder van de maximale werklast die met de hijskraan kan worden gehesen. 8. Bij toepassing van het tweede lid is de bedieningsplaats van het hijswerktuig permanent bemenst. 9. Bij toepassing van het tweede lid wordt de werkbak of het werkplatform op hoogte niet verlaten door de personen die zich daarop bevinden en niet betreden door de personen die zich buiten de werkbak of het werkplatform bevinden. 10. Bij toepassing van het tweede lid geldt ten aanzien van de hijskraan die in combinatie met een werkbak of werkplatform wordt gebruikt, dat: a. met een mobiele hijskraan, waaraan een bemande werkbak of een bemand werkplatform is bevestigd, niet wordt gereden; b. met een op een kraanbaan rijdende hijskraan met een bemande werkbak of een bemand werkplatform met een snelheid van maximaal 2,5 km/uur wordt gereden; c. de snelheid waarmee de last verticaal wordt verplaatst, de hoeksnelheid waarmee de giek wordt gedraaid en de snelheid waarmee de vlucht wordt gewijzigd, niet hoger zijn dan één kwart van de snelheid van de hijskraan waarvoor deze is ontworpen; en d. de windsnelheid niet meer bedraagt dan 7 m/s. 11. Bij toepassing van het tweede lid geldt ten aanzien van de betrokken personen dat: a. zij bij de werkzaamheden beschikken over een doeltreffend communicatiemiddel; en b. er doeltreffende voorzieningen zijn getroffen om hen bij gevaar te kunnen evacueren. BIn artikel 9.3, tweede lid, onder f, wordt «7.23d, eerste, derde en vijfde lid» vervangen door «7.23d, derde, vierde en zevende tot en met elfde lid». CIn artikel 9.5, vijfde lid, onder c, ten vijfde, wordt «7.18, eerste, derde en vijfde lid» vervangen door «7.18».

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2020.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 24 april 2020Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, T. van Ark

Uitgegeven de elfde mei 2020 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

Deze wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna Arbobesluit) heeft betrekking op het vervoer van personen in werkbakken, die daarvoor niet bestemd of geschikt zijn. Het vervoer van personen in werkbakken die gekoppeld zijn aan hijs- of hefwerktuigen was niet toegestaan anders dan op basis van artikel 7.23d (oud) Arbobesluit. Artikel 7.23d (oud) werkte als een soort vrijstellingsregeling voor artikel 7.18, vierde lid, waarin is bepaald dat met een hijs- of hefwerktuig dat uitsluitend is bestemd en ingericht voor het vervoer van goederen, geen personen worden vervoerd. De voornaamste aanleiding om artikel 7.23d Arbobesluit aan te passen is de noodzaak het onterecht gebruik van werkbakken terug te dringen.

In artikel 7.23d (oud) lag sterk de nadruk op het incidentele en kortdurende karakter van de werkzaamheden. Werkzaamheden die jaarlijks vaker dan een enkele keer voorkwamen of per keer langer duurden dan vier uren, waren uitgesloten. Door die tijdsbeperking konden er echter situaties ontstaan waarin sprake was...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT