Besluit van 25 november 2020, houdende tijdelijke wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Arbeidsveiligheidsbesluit I BES in verband met de bestrijding van het coronavirus (SARS-CoV-2)

Besluit van 25 november 2020, houdende tijdelijke wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Arbeidsveiligheidsbesluit I BES in verband met de bestrijding van het coronavirus (SARS-CoV-2)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 juni 2020, nr. 2020-0000069219; Gelet op de artikelen 16, eerste, tweede, zevende en tiende lid, en 33, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet en artikel 2, eerste lid, van de Arbeidsveiligheidswet BES; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 24 juni 2020, No. W12.20.0190/III);Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 november 2020, nr. 2020-0000143768; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt als volgt gewijzigd:ANa artikel 3.2 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 3.2

a Tijdelijke aanvullende vereisten in verband met de bestrijding van de epidemie covid-19.

  1. Dit artikel is, in aanvulling op artikel 3.2, van toepassing op de bestrijding van de epidemie van covid-19, veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2, of een directe dreiging daarvan. 2. Ter voorkoming of beperking van de kans op besmetting van werknemers en derden met SARS-CoV-2 worden op arbeidsplaatsen, gelet op hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid alsmede de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening, tijdig de daarvoor noodzakelijke maatregelen en voorzieningen getroffen. 3. Tot de noodzakelijke maatregelen en voorzieningen behoren in ieder geval: a. het in acht nemen van voldoende hygiënische voorzieningen; b. het geven van doeltreffende voorlichting en onderricht aan werknemers over de bestrijding van SARS-CoV-2 op de arbeidsplaats; en c. het houden van adequaat toezicht op de naleving van de in dit artikel bedoelde noodzakelijke maatregelen en voorzieningen. 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het tweede of derde lid. Bij de vaststelling van die regels kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende activiteiten van bedrijven of inrichtingen. BIn artikel 9.3, tweede lid, onder c, wordt «de artikelen» vervangen door «de artikelen 3.2a, derde lid, onder a,». CIn de artikelen 9.5, eerste lid, onder b, en 9.5a, eerste lid, onder b, wordt na artikel 3.2, eerste lid, ingevoegd «3.2a,». DIn artikel 9.9b, eerste lid, onder c, wordt na artikel 3.2 ingevoegd «, 3.2a».EArtikel 9.10a, derde lid, onderdeel b, komt te luiden:b. een handelen of nalaten in strijd met de volgende artikelen: 1°. van hoofdstuk 3: artikel 3.2a; 2°. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.54d, eerste lid, 4.58, 4.59, eerste en tweede lid, 4.60, eerste en derde lid, 4.61, tweede lid, 4.61a, eerste en derde lid, 4.61b, eerste lid, 4.105, 4.108 en 4.109; 3°. van hoofdstuk 6: de artikelen 6:27, 6.29 en 6.29a.

ARTIKEL II

In hoofdstuk X van het Arbeidsveiligheidsbesluit I BES wordt na artikel 60 een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 60

a.

  1. Dit artikel is van toepassing op de bestrijding van de epidemie van covid-19, veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2, of een directe dreiging daarvan. 2. Ter voorkoming of beperking van de kans op besmetting van werknemers en derden met SARS-CoV-2 worden in werklokalen, gelet op hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid alsmede de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening, tijdig de daarvoor noodzakelijke maatregelen en voorzieningen getroffen. 3. Tot de noodzakelijke maatregelen en voorzieningen behoren in ieder geval: a. het in acht nemen van voldoende hygiënische voorzieningen; b. het geven van doeltreffende voorlichting en onderricht aan arbeiders over de bestrijding van SARS-CoV-2 in werklokalen; en c. het houden van adequaat toezicht op de naleving van de in dit artikel bedoelde noodzakelijke maatregelen en voorzieningen. 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het tweede of derde lid. Bij de vaststelling van die regels kan onderscheid worden gemaakt tussen verschillende activiteiten van ondernemingen.

ARTIKEL III

Het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 3.2a vervalt.BIn artikel 9.3, tweede lid, onder c, vervalt «3.2a, derde lid, onder a,».CIn de artikelen 9.5, eerste lid, onder b, en 9.5a, eerste lid, onder b, vervalt «3.2a,».DIn artikel 9.9b, eerste lid, onder c, vervalt «, 3.2a».EArtikel 9.10a, derde lid, onderdeel b, komt te luiden:b. een handelen of nalaten in strijd met de volgende artikelen: 1°. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.54d, eerste lid, 4.58, 4.59, eerste en tweede lid, 4.60, eerste en derde lid, 4.61, tweede lid, 4.61a, eerste en derde lid, 4.61b, eerste lid, 4.105, 4.108 en 4.109; 2°. van hoofdstuk 6: de artikelen 6:27, 6.29 en 6.29a.

ARTIKEL IV
Artikel 60

a van de Arbeidsveiligheidsbesluit I BES vervalt.

ARTIKEL V
  1. De artikelen I en II van dit besluit treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst. 2. Artikel III treedt in werking met ingang van de dag waarop artikel 28, zevende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet vervalt. 3. Artikel IV treedt in werking met ingang van de dag waarop artikel 2, twaalfde lid, van de Arbeidsveiligheidswet BES vervalt.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 25 november 2020Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. van ’t Wout

Uitgegeven de eerste december 2020 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

In artikel 3.2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna te noemen: Arbobesluit) zijn algemene uitgangspunten neergelegd over de inrichting van arbeidsplaatsen. Op basis van dit artikel moeten werknemers het werk zodanig kunnen verrichten dat hun veiligheid en gezondheid zo goed mogelijk is beschermd. Hiertoe behoort ook het zindelijk en ordelijk houden van de arbeidsplaatsen. Artikel 3.2 wordt ook wel gezien als vangnetartikel als meer specifieke voorschriften over de inrichting van arbeidsplaatsen een risico niet ondervangen. Genoemd artikel is niet specifiek toegesneden op het voorkomen of beperken van de besmetting van werknemers, veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2, of een directe dreiging daarvan. Om die reden wordt tijdelijk ter voorkoming of beperking van besmetting van werknemers en derden met SARS-CoV-2 een meer...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT