Besluit van 25 oktober 2017, houdende wijziging van het Besluit buitengerechtelijke kosten in verband met de nadere normering van de regels inzake buitengerechtelijke kosten bij tenuitvoerlegging van dwangbevelen

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 25 oktober 2017, houdende wijziging van het Besluit buitengerechtelijke kosten in verband met de nadere normering van de regels inzake buitengerechtelijke kosten bij tenuitvoerlegging van dwangbevelen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 6 maart 2017, nr. 2049493; Gelet op artikel 4:120, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 april 2017, nr. W03.170070/II; Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 23 oktober 2017, nr. 2105267; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I
Artikel 1

van het Besluit buitengerechtelijke kosten komt te luiden:

Artikel 1
  1. De buitengerechtelijke kosten, bedoeld in artikel 4:120 van de Algemene wet bestuursrecht, kunnen in rekening worden gebracht voor zover zij redelijk zijn en bedragen ten hoogste:

15% van de geldsom, bedoeld in artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht, over de eerste € 2.500 van de vordering;

10% van de geldsom, bedoeld in artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht, over de volgende € 2.500 van de vordering;

5% van de geldsom, bedoeld in artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht, over de volgende € 5.000 van de vordering;

1% van de geldsom, bedoeld in artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht, over de volgende € 190.000 van de vordering;

0,5% van de geldsom, bedoeld in artikel 4:86 van de Algemene wet bestuursrecht, over het meerdere met een maximum van € 6.775. 2. De kosten worden verhoogd met een percentage dat overeenkomt met het percentage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet op de Omzetbelasting 1968, indien het bestuursorgaan voor de verkrijging van voldoening buiten rechte gebruik maakt van een dienst als bedoeld in de Wet op de omzetbelasting 1968 ter zake waarvan op grond van die wet omzetbelasting is verschuldigd en het bestuursorgaan de hem in rekening gebrachte omzetbelasting niet op grond van genoemde wet kan verrekenen of daarvoor op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds een recht op een bijdrage uit het fonds heeft en zulks nadrukkelijk verklaart en verklaart dat de kosten in verband daarmee zijn verhoogd.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot Wassenaar, 25 oktober 2017 Willem-Alexander De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

Uitgegeven de tiende november 2017 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

  1. Algemeen

    Dit besluit geeft een nadere normering van de maximumbedragen aan buitengerechtelijke kosten die in rekening kunnen worden gebracht bij tenuitvoerlegging van dwangbevelen. Het nader normeren van deze kosten is wenselijk omdat uit de evaluatie van de geldschuldentitel van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is gebleken dat de bestaande normering voor de praktijk onvoldoende duidelijk was.1 Hierdoor werden en worden vaak bedragen aan buitengerechtelijke kosten in rekening gebracht, die niet in verhouding staan tot de daadwerkelijk gemaakte kosten en de hoogte van de oorspronkelijke geldschuld. Dit besluit is voorbereid in samenwerking met de Minister...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT