Besluit van 25 september 2020 tot wijziging van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak ter formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke Macht 2018 – 2020

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 25 september 2020 tot wijziging van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak ter formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke Macht 2018 – 2020

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 10 juli 2020, nr. 2970128, directie Wetgeving en Juridische Zaken; Gelet op de artikelen 7, derde lid, 9, tweede lid, 19b en 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de artikelen 14, vierde lid, en 73, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie en artikel VI van de Wet van 2 december 2015 tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enkele andere wetten in verband met een herziening van de opleiding van rechters en officieren van justitie; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 22 juli 2020, No.W16.20.0249/II);Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 22 september 2020, nr. 3021395, directie Wetgeving en Juridische Zaken. Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 6a, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:1. In onderdeel a wordt «€ 514» vervangen door «€ 522». 2. In onderdeel b wordt «€ 393» vervangen door «€ 399». 3. In onderdeel c wordt «€ 299» vervangen door «€ 303». BArtikel 6a, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:1. In onderdeel a wordt «€ 522» vervangen door «€ 535». 2. In onderdeel b wordt «€ 399» vervangen door «€ 409». 3. In onderdeel c wordt «€ 303» vervangen door «€ 311». CArtikel 6a wordt als volgt gewijzigd:1. Het vierde en vijfde lid worden vernummerd tot het vijfde en zevende lid. 2. Na het derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 4. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b en c, wordt voor de raadsheer-plaatsvervanger en rechter-plaatsvervanger een bijeenkomst in een meervoudige raadkamer ten behoeve van een uitspraak in zaken waarin geen zitting heeft plaatsgevonden, met een of meer zittingen gelijkgesteld. 3. Na het vijfde lid (nieuw) wordt een lid ingevoegd, luidende: 6. Indien een vergoeding op grond van het vierde lid wordt toegekend, is het vijfde lid niet van toepassing. 4. In het zevende lid (nieuw) wordt «reiskosten» vervangen door «reis- en verblijfkosten». DArtikel 6f wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid komt als volgt te luiden: 1. De rechterlijk ambtenaar die als rechter-commissaris in strafzaken of als officier van justitie is aangewezen voor het verrichten van piketwerkzaamheden ontvangt daarvoor een toelage overeenkomstig de regels gesteld bij en krachtens dit artikel. 2. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot het vierde en vijfde lid, worden twee leden ingevoegd, luidende: 2. De in het eerste lid bedoelde toelage bestaat uit een vast bedrag en een bedrag voor de uren waarop daadwerkelijk piketwerkzaamheden worden verricht. 3. De hoogte van het bedrag voor de uren waarop daadwerkelijk piketwerkzaamheden worden verricht kan verschillend worden vastgesteld voor de uren gelegen tussen: a. 18.00 en 22.00 uur op maandag tot en met vrijdag; b. 22.00 en 08.00 uur op maandag tot en met vrijdag; c. 00.00 en 24.00 uur op zaterdag en zondag; d. 00.00 en 24.00 uur op algemeen erkende feestdagen als bedoeld in de Algemene termijnenwet. EArtikel 6g vervalt.FAan het slot van artikel 8d wordt een lid toegevoegd, luidende:11. In afwijking van het vierde lid eindigt de toepassing van het eerste of tweede lid met ingang van de datum waarop de rechterlijk ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. GArtikel 33n wordt als volgt gewijzigd:1. Het eerste lid komt als volgt te luiden: 1. De rechterlijk ambtenaar die op het tijdstip waarop zijn ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 6:1 van de Wet arbeid en zorg aanvangt in totaal tenminste een jaar in dienst is als rechterlijk ambtenaar of in dienst is geweest als ambtenaar bij de Raad voor de rechtspraak of het openbaar ministerie, dan wel als gerechtsambtenaar bij een gerecht, heeft aanspraak op 60% van zijn bezoldiging over de uren dat hij dit ouderschapsverlof geniet, zijnde ten hoogste dertien maal de arbeidsduur per week uitgaande van zijn arbeidsduur op het tijdstip waarop het verlof aanvangt. 2. In het zevende lid, eerste volzin, wordt na «is toegekend» ingevoegd «in de laatste 12 maanden voorafgaand aan zijn ontslag,». HIn artikel 36r, eerste lid, wordt «€ 13.915,43» vervangen door «€ 14.830,96».IIn artikel 36r, eerste lid, wordt «€ 14.830,96» vervangen door «€ 15.053,42».JIn artikel 36r, eerste lid, wordt «€ 15.053,42» vervangen door «€ 15.429,76».KIn artikel 36v wordt «Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rechterlijke Macht» vervangen door «Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren». LDe bijlage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, komt te luiden:

Bijlage als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Salariscategorie

per 1 juli 2018

1

11.987,40

2

11.191,90

3

10.446,62

4

10.084,30

5

9.744,68

6

9.267,19

7

Aanvang

7.440,99

na 1 jaar

7.922,02

na 2 jaar

8.492,10

na 3 jaar

8.789,73

8

Aanvang

7.440,99

na 1 jaar

7.675,93

na 2 jaar

7.922,02

na 3 jaar

8.202,67

9

Ingroeitrede

5.379,77

Aanvang

5.769,02

na 1 jaar

5.924,16

na 2 jaar

6.076,51

na 3 jaar

6.239,48

na 4 jaar

6.406,33

na 5 jaar

6.577,10

na 6 jaar

6.783,03

na 7 jaar

6.996,21

na 8 jaar

7.215,53

na 9 jaar

7.440,99

9a

0

2.695,19

1

3.140,03

2

3.491,36

3

3.732,91

4

3.930,53

5

4.117,18

6

4.237,95

7

4.336,75

8

4.435,57

9

4.545,36

10

4.660,64

11

4.775,92

12

4.891,20

13

5.006,48

14

5.116,28

15

5.226,07

16

5.324,88

17

5.379,77

18

5.489,57

19

5.544,46

20

5.615,83

10

Aanvang

4.944,75

na 1 jaar

5.067,54

na 2 jaar

5.185,27

na 3 jaar

5.308,62

na 4 jaar

5.461,54

na 5 jaar

5.615,55

na 6 jaar

5.769,02

na 7 jaar

5.924,16

na 8 jaar

5.996,70

11

Aanvang

4.333,67

na 1 jaar

4.457,00

na 2 jaar

4.579,77

na 3 jaar

4.701,46

na 4 jaar

4.819,74

na 5 jaar

4.944,75

na 6 jaar

5.067,54

na 7 jaar

5.185,27

na 8 jaar

5.308,62

na 9 jaar

5.461,54

na 10 jaar

5.538,55MDe bijlage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, komt te luiden:

Bijlage als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Salariscategorie

per 1 juli 2019

1

12.227,15

2

11.415,74

3

10.655,55

4

10.285,99

5

9.939,57

6

9.452,53

7

Aanvang

7.589,81

na 1 jaar

8.080,46

na 2 jaar

8.661,94

na 3 jaar

8.965,52

8

Aanvang

7.589,81

na 1 jaar

7.829,45

na 2 jaar

8.080,46

na 3 jaar

8.366,72

9

Ingroeitrede

5.487,37

Aanvang

5.884,40

na 1 jaar

6.042,64

na 2 jaar

6.198,04

na 3 jaar

6.364,27

na 4 jaar

6.534,46

na 5 jaar

6.708,64

na 6 jaar

6.918,69

na 7 jaar

7.136,13

na 8 jaar

7.359,84

na 9 jaar

7.589,81

9a

0

2.749,09

1

3.202,83

2

3.561,19

3

3.807,57

4

4.009,14

5

4.199,52

6

4.322,71

7

4.423,49

8

4.524,28

9

4.636,27

10

4.753,85

11

4.871,44

12

4.989,02

13

5.106,61

14

5.218,61

15

5.330,59

16

5.431,38

17

5.487,37

18

5.599,36

19

5.655,35

20

5.728,15

10

Aanvang

5.043,65

na 1 jaar

5.168,89

na 2 jaar

5.288,98

na 3 jaar

5.414,79

na 4 jaar

5.570,77

na 5 jaar

5.727,86

na 6 jaar

5.884,40

na 7 jaar

6.042,64

na 8 jaar

6.116,63

11

Aanvang

4.420,34

na 1 jaar

4.546,14

na 2 jaar

4.671,37

na 3 jaar

4.795,49

na 4 jaar

4.916,13

na 5 jaar

5.043,65

na 6 jaar

5.168,89

na 7 jaar

5.288,98

na 8 jaar

5.414,79

na 9 jaar

5.570,77

na 10 jaar

5.649,32NDe bijlage, bedoeld in artikel 5, eerste lid, komt te luiden:

Bijlage als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Salariscategorie

per 1 januari 2020

1

12.471,69

2

11.644,05

3

10.868,66

4

10.491,71

5

10.138,36

6

9.641,58

7

Aanvang

7.741,61

na 1 jaar

8.242,07

na 2 jaar

8.835,18

na 3 jaar

9.144,83

8

Aanvang

7.741,61

na 1 jaar

7.986,04

na 2 jaar

8.242,07

na 3 jaar

8.534,05

9

Ingroeitrede

5.597,12

Aanvang

6.002,09

na 1 jaar

6.163,49

na 2 jaar

6.322,00

na 3 jaar

6.491,56

na 4 jaar

6.665,15

na 5 jaar

6.842,81

na 6 jaar

7.057,06

na 7 jaar

7.278,85

na 8 jaar

7.507,04

na 9 jaar

7.741,61

9a

0

2.804,07

1

3.266,89

2

3.632,41

3

3.883,72

4

4.089,32

5

4.283,51

6

4.409,16

7

4.511,96

8

4.614,77

9

4.729,00

10

4.848,93

11

4.968,87

12

5.088,80

13

5.208,74

14

5.322,98

15

5.437,20

16

5.540,01

17

5.597,12

18

5.711,35

19

5.768,46

20

5.842,71

10

Aanvang

5.144,52

na 1 jaar

5.272,27

na 2 jaar

5.394,76

na 3 jaar

5.523,09

na 4 jaar

5.682,19

na 5 jaar

5.842,42

na 6 jaar

6.002,09

na 7 jaar

6.163,49

na 8 jaar

6.238,96

11

Aanvang

4.508,75

na 1 jaar

4.637,06

na 2 jaar

4.764,80

na 3 jaar

4.891,40

na 4 jaar

5.014,45

na 5 jaar

5.144,52

na 6 jaar

5.272,27

na 7 jaar

5.394,76

na 8 jaar

5.523,09

na 9 jaar

5.682,19

na 10 jaar

5.762,31

ARTIKEL II
Artikel 2

van het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak wordt als volgt gewijzigd: 1. In het eerste lid wordt «de artikelen 5 en 6g» vervangen door «artikel 5». 2. In het eerste en tweede lid wordt «de artikelen 5, 6, 6g en 8e» telkens vervangen door «de artikelen 5, 6 en 8e».

ARTIKEL III
  1. Degenen die op 1 januari 2019 waren aangesteld als rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding ontvangen een eenmalige uitkering van € 450. 2. De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding, die is aangesteld of aangewezen voor een minder dan volledige arbeidsduur of voor wie de arbeidsduur op grond van artikel 8b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren is vastgesteld op meer dan gemiddeld 36 uren per week, ontvangt de in het eerste lid bedoelde uitkering vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT