Besluit van 29 januari 2020 tot wijziging van het Besluit rijonderricht motorrijtuigen 2009 in verband met wijzigingen ten aanzien van de vooropleiding, de bijscholing en het herintrederstraject en enige andere wijzigingen

 
INDEX
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 29 januari 2020 tot wijziging van het Besluit rijonderricht motorrijtuigen 2009 in verband met wijzigingen ten aanzien van de vooropleiding, de bijscholing en het herintrederstraject en enige andere wijzigingen

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 22 oktober 2019, nr. IenW/BSK-2019/188709, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Gelet op de artikelen 9, eerste lid, 9a, 9b, 10, eerste lid, 12b, derde lid, aanhef en onderdelen a en b, 12c, tweede lid, onderdeel a, en 17, tweede lid, van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 11 december 2019, nr. W17.19.0334/IV); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 23 januari 2020, nr. IenW/BSK-2019/237492, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit rijonderricht motorrijtuigen 2009 wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 2 komt te luiden:

Artikel 2
  1. Certificaten worden afgegeven voor het geven van rijonderricht voor de motorrijtuigcategorieën A, B, C, D, E bij B, E bij C, E bij D, of T. 2. Een certificaat voor: a. motorrijtuigcategorie A geeft tevens de bevoegdheid tot het geven van rijonderricht voor de motorrijtuigcategorieën AM, voor zover het tweewielige bromfietsen betreft, A1 en A2; b. motorrijtuigcategorie B geeft tevens de bevoegdheid tot het geven van rijonderricht voor motorrijtuigcategorie AM, voor zover het drie- of vierwielige bromfietsen betreft; c. motorrijtuigcategorie C geeft tevens de bevoegdheid tot het geven van rijonderricht voor motorrijtuigcategorie C1; d. motorrijtuigcategorie D geeft tevens de bevoegdheid tot het geven van rijonderricht voor motorrijtuigcategorie D1; e. motorrijtuigcategorie E bij B geeft tevens de bevoegdheid tot het geven van rijonderricht voor het besturen van een samenstel van een motorrijtuig van de motorrijtuigcategorie B en een aanhangwagen of oplegger waarvan de toegestane maximummassa meer bedraagt dan 750 kg, waarbij de toegestane maximummassa van het samenstel van trekkend motorrijtuig en aanhangwagen of oplegger meer bedraagt dan 3.500 kg, maar niet meer dan 4.250 kg; f. motorrijtuigcategorie E bij C of E bij D geeft tevens de bevoegdheid tot het geven van rijonderricht voor motorrijtuigcategorie E bij C1 respectievelijk E bij D1. BArtikel 4, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:1. In onderdeel a wordt «middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, lager dan wel voorbereidend beroepsonderwijs of individueel beroepsonderwijs» vervangen door «voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs in de theoretische of gemengde leerweg, bedoeld in artikel 10 respectievelijk artikel 10d van de Wet op het voortgezet onderwijs, of op een gelijkwaardig niveau». 2. In onderdeel b wordt «als bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de wet» vervangen door «, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van de wet,». CArtikel 5 komt te luiden:

Artikel 5
  1. De eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de wet, zijn voor motorrijtuigcategorie B: a. Fase 1. Bekwaam in verkeersdeelname: 1°. de rijinstructeur kan met een motorrijtuig veilig, vlot en milieubewust aan het verkeer deelnemen volgens de rijprocedure; en 2°. de rijinstructeur is zich bewust van de taakprocessen die hij doorloopt tijdens uitvoering van de rijtaken en kan deze processen verwoorden in verschillende lessituaties; en b. Fase 2. Didactische voorwaarden: 1°. de rijinstructeur kan aan de hand van de leergang en het lesplan een individueel lesprogramma voor de leerling vaststellen en verantwoorden; 2°. de rijinstructeur kan de lessen inhoudelijk en didactisch voorbereiden zodanig dat voor de leerlingen een krachtige leeromgeving wordt gerealiseerd; 3°. de rijinstructeur kan lessituaties zodanig organisatorisch plannen en inrichten dat de lesactiviteiten een vloeiend verloop kennen, verstoringen kunnen worden voorkomen of opgelost en de beschikbare les- en leertijd taakgericht wordt besteed; 4°. de rijinstructeur kan zodanig instructie geven dat de leerling in aansluiting op zijn actuele beheersingsniveau de verschillende deeltaken stapsgewijs steeds zelfstandiger leert uitvoeren; 5°. de rijinstructeur kan ontwikkelingen in het leerproces van de leerling signaleren en hem ondersteunen en begeleiden in het zelfstandig en met vertrouwen leren aanpakken van de rijtaken en oplossen van problemen; en 6°. de rijinstructeur kan de ontwikkeling in de rijvaardigheid van de leerling beoordelen door zelf het beoordelingsniveau van de leerling te toetsen of door gebruik te maken van het oordeel van andere rijinstructeurs of van rijexaminatoren. 2. De eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de wet, zijn voor de motorrijtuigcategorieën A, C, D, E bij B, E bij C en E bij D, de eisen, genoemd in het eerste lid, onderdeel a. 3. Voor de motorrijtuigcategorie T zijn: a. de eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de wet, indien de aanvrager niet beschikt over een certificaat voor motorrijtuigcategorie B, de eisen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a en b; b. de eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de wet, indien de aanvrager beschikt over een certificaat voor motorrijtuigcategorie B en niet over een certificaat voor de motorrijtuigcategorie E bij C, de eisen, genoemd in het eerste lid, onderdeel a; c. de eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, bedoeld in artikel 7, vijfde lid, van de wet, indien de aanvrager mede beschikt over een certificaat voor motorrijtuigcategorie E bij C, de eisen, genoemd in het eerste lid, onderdeel a. DDe artikelen 6 en 6a vervallen.EIn artikel 6b wordt «bedoeld in artikel 5» vervangen door «genoemd in artikel 5».FArtikel 7 wordt als volgt gewijzigd:1. De aanhef komt te luiden:

De eisen van bekwaamheid tot het geven van rijonderricht, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de wet, voor de motorrijtuigcategorieën A, B, C, D en T, alsmede de eisen, bedoeld in artikel 9a, tweede lid, van de wet, zijn:

Fase 3. Bekwaam handelen als rijinstructeur in authentieke lessituaties:.2. Onder vernummering van de onderdelen a tot en met d tot b tot en met e wordt een onderdeel ingevoegd, luidende: a. de rijinstructeur heeft als tweede bestuurder beheersing over het lesvoertuig; 3. In onderdeel b (nieuw) wordt «kan instructie geven, waarbij» vervangen door «kan zodanig instructie geven dat». 4. In onderdeel d (nieuw) wordt «-examinatoren.» vervangen door «rijexaminatoren; en». GArtikel 7a vervalt.HArtikel 9 komt te luiden:

Artikel 9
  1. Degene die bijscholing volgt als bedoeld in artikel 12b van de wet, neemt in de periode dat zijn certificaat als bedoeld in artikel 13, aanhef en onderdeel b, eerste en tweede zin, van de wet, geldig is, deel aan zes dagdelen theoretische bijscholing in een van de motorrijtuigcategorieën waarvoor hij het certificaat heeft. 2. Theoretische bijscholing die gevolgd is in de in het eerste lid bedoelde periode is alleen geldig voor de periode, bedoeld in artikel 13, aanhef en onderdeel b, van de wet. 3. Het instituut registreert de gevolgde theoretische bijscholing als de daarbij behorende omvang in dagdelen volledig is gevolgd. 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de theoretische bijscholing. IArtikel 10 wordt als volgt gewijzigd:1. In het eerste lid wordt na «onderdeel b» ingevoegd «, eerste en tweede zin» en vervallen «twee maal», «dagdeel» en de laatste zin. 2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd: a. Voor de tekst wordt een zin ingevoegd, luidende: Degene wiens praktijkbegeleiding niet als voldoende is beoordeeld, volgt in de in het eerste lid bedoelde periode een tweede praktijkbegeleiding. b. In de tweede zin (nieuw) vervalt «dagdeel». 3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 3. De praktijkbegeleiding wordt door het instituut beoordeeld. Indien de praktijkbeoordeling niet als voldoende wordt beoordeeld, geeft het instituut aan welke competenties onvoldoende zijn aangetoond. JNa artikel 10 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 10

a.

  1. Degene die bijscholing volgt als bedoeld in artikel 12b van de wet, neemt in de periode dat de geldigheid van zijn certificaat met zes maanden verlengd is, bedoeld in artikel 13, aanhef en onderdeel b, derde en vierde zin, van de wet, telkens deel aan zes dagdelen bijlessen en vervolgens aan een praktijkbegeleiding. 2. Bijlessen die gevolgd zijn in de in het eerste lid bedoelde periode zijn alleen geldig voor diezelfde periode. 3. Het instituut registreert de gevolgde bijlessen als de daarbij behorende omvang in dagdelen volledig is gevolgd. 4. Artikel 10, derde lid, is van toepassing op de praktijkbegeleiding, bedoeld in het eerste lid. KIn artikel 11 wordt «volzin» vervangen door «zin» en wordt «artikelen 9 en 10» vervangen door «artikelen 9, 10 en 10a». LArtikel 12 wordt als volgt gewijzigd:1. In onderdeel a wordt «de omvang, de inhoud» vervangen door «de omvang en de inhoud van de gecertificeerde cursussen». 2. In onderdeel b wordt na «bijzondere omstandigheden» ingevoegd «, waarbij verschillende regels worden gesteld indien er sprake is van een verlenging als bedoeld in artikel 10a». MArtikel 13, eerste lid, komt te luiden:1. Het herintrederstraject, bedoeld in artikel 12c, eerste lid, van de wet, bestaat voor het verkrijgen van een certificaat als bedoeld in artikel 13, aanhef en onderdeel b, van de wet: a. voor motorrijtuigcategorie B en voor de motorrijtuigcategorieën A en T indien de herintreder blijkens het register...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT