Besluit van 30 augustus 2019 tot wijziging van het Besluit basisregistratie personen en het Besluit burgerservicenummer

 
GRATIS UITTREKSEL

Besluit van 30 augustus 2019 tot wijziging van het Besluit basisregistratie personen en het Besluit burgerservicenummer

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 17 juni 2019, nr. 2019-0000256364; Gelet op de artikelen 2.6, 2.65 en 3.3, eerste lid, van de Wet basisregistratie personen, en de artikelen 6 en 8, vijfde lid van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 3 juli 2019, no. W04.19.0153/I);Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 15 augustus 2019, nr. 2019-0000422850; Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit basisregistratie personen wordt als volgt gewijzigd:AIn artikel 24a wordt «Onze Minister van Veiligheid en Justitie» telkens vervangen door «Onze Minister van Justitie en Veiligheid». BAan artikel 31 wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma een onderdeel toegevoegd, luidende: g. Onze Minister van Justitie en Veiligheid wat betreft de taken op grond van artikel 14, eerste tot en met vierde lid, en artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdelen d en e, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. CBijlage 4 van het Besluit basisregistratie personen wordt als volgt gewijzigd:1. De eerste rij komt te luiden:

De uitvoering van pensioenregelingen

Pensioenfondsen, beroepspensioenfondsen, de Stichting Notarieel Pensioenfonds en premiepensioeninstellingen als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

Verzekeraars als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet.Â

Nee2. Er wordt een rij toegevoegd, luidende:

Het uitvoeren van jeugdreclassering als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet

Gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.Â

Nee

ARTIKEL II

Het Besluit burgerservicenummer wordt als volgt gewijzigd:AArtikel 3 wordt als volgt gewijzigd:1. Onderdeel f komt te luiden: f. de inrichting en de werking van de voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c en d, van de wet, met inbegrip van de gegevens die worden uitgewisseld tussen de beheervoorziening en de registraties, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder d, van de wet, en de wijze waarop die gegevensuitwisselingen plaatsvinden; 2. In onderdeel g wordt «het geautomatiseerde systeem van een gebruiker, een college van burgemeester en wethouders of de rijksbelastingdienst» vervangen door «het geautomatiseerde systeem van een gebruiker of een college van burgemeester en wethouders». BArtikel 6 komt te luiden:

Artikel 6

Het nummerregister bevat met betrekking tot de nummers die daarin zijn opgenomen de administratieve gegevens die zijn vermeld in bijlage 1 bij dit besluit. CDe artikelen 7 en 9, derde lid, vervallen.DIn artikel 10 vervalt «, een sociaal-fiscaalnummer dan wel geen van beide».EArtikel 11 wordt als volgt gewijzigd:In het eerste lid vervalt «, onderdelen A en B».In het tweede lid vervalt «, onderscheidenlijk door de belastingdienst,».FIn artikel 12, tweede lid, en artikel 15, derde lid, wordt «Onze Minister van Justitie» telkens vervangen door «Onze Minister van Justitie en Veiligheid». GIn bijlage 2 vervalt onderdeel B alsmede de aanduiding «A.» voor onderdeel A.

ARTIKEL III

  1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. 2. Artikel I, onderdeel B, werkt terug tot en met 1Â maart 2017.

    Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. ’s-Gravenhage, 30 augustus 2019Willem-AlexanderDe Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.W. Knops

    Uitgegeven de dertiende september 2019 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

    NOTA VAN TOELICHTING

  2. Inleiding

    Dit besluit strekt tot wijziging van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP) en het Besluit burgerservicenummer (Besluit BSN).

    De wijziging van het Besluit BRP dient er in de eerste plaats toe de minister van Justitie en Veiligheid (minister van J&V) aan te wijzen als bestuursorgaan in de zin van artikel 2.65 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) voor diens taken met betrekking tot het intrekken van het Nederlanderschap op grond van artikel 14, eerste tot en met vierde lid, en artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdelen d en e, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Hierdoor kan de minister van J&V aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (minister van BZK) verzoeken om een persoon die niet-ingezetene is in te schrijven in de basisregistratie personen (BRP) of een opgave doen tot het wijzigen van het gegeven betreffende het Nederlanderschap van de persoon die als niet-ingezetene in de BRP is ingeschreven. Daarnaast worden de werkzaamheden van de gecertificeerde instellingen, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet1, voor zover het gaat om jeugdreclassering, aangewezen als werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang ten behoeve waarvan systematisch gegevens verstrekt kunnen worden uit de BRP op grond van artikel 3.3 van de Wet BRP. Voorts vervalt de aanwijzing van de werkzaamheden van de stichting, bedoeld in artikel 2 van de Wet privatisering Fonds Voorheffing Pensioenverzekering (Wet privatisering FVP) als werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang. Door de intrekking van de genoemde wet en de opheffing van de stichting vindt er geen verstrekking van gegevens uit de BRP meer plaats.

    De wijzigingen in het Besluit BSN houden verband met het feit dat met de inwerkingtreding van de Reparatiewet BZK 20182 alle bepalingen in de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (Wabb) die betrekking hebben op het sociaal-fiscaalnummer (sofinummer) zijn geschrapt.3 Het Besluit BSN bevatte nog een aantal verwijzingen naar deze wettelijke bepalingen en naar de rol van de rijksbelastingdienst bij het aanleveren of het raadplegen van het sofinummer in verband met de bijhouding van het nummerregister en het toekennen van het burgerservicenummer. Deze verwijzingen worden met onderhavig besluit geschrapt.

    Tenslotte heeft de naamswijziging van het ministerie van Veiligheid en Justitie naar het ministerie van Justitie en Veiligheid geleid tot een redactionele aanpassing van artikel 24a, eerste en tweede lid, van het Besluit BRP en artikel 12, tweede lid, en 15, tweede lid, van het Besluit BSN.

  3. De wijziging van het Besluit basisregistratie personen

    2.1 Het aanwijzen van de minister van Justitie van Veiligheid als aangewezen bestuursorgaan

    2.1.1 Aanleiding

    De minister van J&V is op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap bevoegd het Nederlanderschap van personen in te trekken. Dat kan onder andere wegens fraude bij de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap, een onherroepelijke veroordeling wegens bepaalde zware misdrijven ingevolge het strafrecht in een van de landen van het koninkrijk, oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid of genocide, of het zich begeven in vreemde krijgsdienst. Indien het Nederlanderschap van een persoon wordt ingetrokken dient de vermelding van de Nederlandse nationaliteit op de persoonslijst van betrokkene in de BRP te worden aangepast, opdat wordt voorkomen dat bij raadpleging daarvan door overheidsorganen in het kader van de uitvoering van hun wettelijke taken of door derden in het kader van het verrichten van hun werkzaamheden de betrokken persoon ten onrechte als Nederlander wordt aangemerkt. Als het Nederlanderschap van een ingezetene wordt ingetrokken, informeert de minister van J&V het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene zijn adres heeft over dit feit. Het college wijzigt vervolgens het gegeven betreffende de Nederlandse nationaliteit van deze ingeschrevene in de BRP. De intrekking van het Nederlanderschap is dan administratief sluitend afgewikkeld.

    Indien echter het Nederlanderschap wordt ingetrokken van een persoon die niet (meer) in Nederland verblijft en niet of als niet-ingezetene in de BRP is ingeschreven blijkt de administratieve afwikkeling niet sluitend. Hierdoor is er een kans dat de betrokken persoon zich bij verschillende instanties ten onrechte kan voordoen als Nederlander. Dit risico klemt in het bijzonder indien het personen betreft van wie tijdens hun verblijf in het buitenland in het belang van de nationale veiligheid het Nederlanderschap is ingetrokken omdat uit hun gedragingen blijkt...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT